Senaat dient onzorgvuldig belastingplan te verwerpen

Senaat dient onzorgvuldig belastingplan te verwerpen image

Afbeelding ‘Plafond Senaat’ van Gerard Stolk (CC BY-NC 2.0)

9 dec 2015 |

Het lijkt erop dat het belastingplan - 5 miljard euro lastenverlichting - gewoon doorgaat nu het kabinet een akkoord heeft gesloten met D66. De Eerste Kamer moet nu een oordeel vellen. Volgens Raymond Gradus doet de senaat er goed aan om alle adviezen rond dit belastingplan nog eens te lezen. Dit belastingplan brengt geen vereenvoudiging en getuigt van onzorgvuldigheid. Vooral de voorgestelde vermogensrendementsheffing ontbeert onderbouwing en zal leiden tot veel juridische complicaties. Maar ook de heffingsstructuur zorgt voor uitvoeringsproblemen.

Belastingplan

De Eerste Kamer velt volgens de huidige planning komende maandag en dinsdag een oordeel over het belastingplan. Volgens hoogleraar Aalt Willem Heringa zou de senaat als ‘chambre de réflexion’ vooral de rechtmatigheid en uitvoerbaarheid van wetgeving moeten toetsen (FD 24 november). Als de leden van de Eerste Kamer de moeite nemen om de vele adviezen daarover van de Raad van State, fiscalisten en de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs nog eens te lezen kan men maar één conclusie trekken. Het ingediende belastingplan voldoet niet aan de eisen van zorgvuldige wetgeving.

Negeren advies

Deze adviesorganen gaan vooral in op de wijze hoe het kabinet de vermogensbelasting wil gaan inrichten. Voorgesteld wordt om voor vermogens tot één ton het huidige rendement van 4% te verlagen naar 2,9%, en voor vermogens van meer dan een ton het fictieve rendement te verhogen naar 4,7% en vanaf € 1 miljoen naar 5,5%. Vernietigend zijn de oordelen daarover. Zo heeft de Raad van State bij zijn advies over het belastingplan aangegeven dat dit plan niet past bij de huidige fiscale structuur. Bij de belastingherziening 2001 is ervoor gekozen om fictieve inkomsten voor het inkomen uit vermogen te veronderstellen. Deze werden bepaald op 4% van het vermogen. Een percentage dat tegenwoordig lager is maar de Raad van State heeft aangegeven dat dit ook kan gelden voor hogere vermogens. Velen (vooral ouderen) beleggen louter in spaartegoeden, omdat zij daarvan moeten leven. Hun netto inkomen komt door dit voorstel onder grote druk te staan, zodat zij op zoek zullen gaan naar hoog renderende beleggingen met de nodige risico’s.

Verstoring kapitaalmarkt

Eveneens wijst de Raad van State subtiel op de funeste werking van dit voorstel op de kapitaalmarkt en daarmee het groeivermogen van de Nederlandse economie. Hij herinnert eraan dat destijds een overweging voor een uniform tarief voor alle vermogens was dat tegenover een mogelijk hoger rendement een fors hoger risico zal staan. Men wilde een zuivere economische afweging niet beïnvloeden door fiscale overwegingen. Nu lijken er vooral politieke overwegingen aan dit voorstel ten grondslag te liggen. De Raad van State raadt politieke partijen aan om het advies over het belastingstelsel van de commissie-Van Dijkhuizen nog eens te bestuderen. Zij heeft voorgesteld om het forfaitaire rendementspercentage voor de vermogensbelasting vast te stellen op de gemiddelde rente op een spaarrekening in de afgelopen vijf jaar. [1] Belangrijke overweging daarbij is het voorkomen van belasting­arbitrage. Burgers en bedrijven zullen er immers alles aan doen om hun vermogen buiten box 3 te houden als daar een fors hogere belasting tegenover staat. Ook de fiscalist Leo Stevens wees er onlangs op dat deze stapeling van ficties ertoe zal leiden dat er straks weer allemaal beleggings-bv’s worden opgericht (opgetekend in Van Weezel (2015)).

Juridische risico’s

De Nederlandse Orde van Belastingadviseurs voorziet dat massaal bezwaar zal worden aangetekend tegen de voorgestelde vermogensrendementsheffing. Zij voorspelt dat het voorgestelde systeem, zonder tegenbewijs, uiteindelijk zal sneuvelen op juridische gronden. Ook ziet zij risico’s voor de schatkist van het stapelen van fictie op fictie. [2] Het argument van sommigen (waaronder de staatssecretaris van Financiën) dat dit voorstel dient als opmaat naar het belasten van feitelijke rendementen versterkt dit bezwaar juist. Zij ziet minder juridische risico’s als het progressief fictief rendement wordt vervangen door een uniform rendement met een progressief tarief (eventueel in combinatie met een verhoging van belastingvrije voet). [3] Bizar is dat het kabinet in Kamervragen dit voorstel wegwimpelt door te stellen dat progressiviteit niet het doel is. [4]

Ook het verhogen van het uniforme fictieve rendement in box 2 naar 5,5% door het amendement van Tweede-Kamerlid Ed Groot zal volgens de orde leiden tot veel procedures. [5] Voorts attendeert zij op de juridische kwetsbaarheid van de voorgestelde verruiming van de schenkingsfaciliteit voor de leeftijd tussen 18 en 40 jaar. Zij wijst er fijntjes op dat de Hoge Raad een soortgelijke regeling in de scholingsaftrek als leeftijdsdiscriminatie heeft bestempeld. [6]

Uitvoeringscomplicaties

Eveneens wijst de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs op de uitvoeringsaspecten van de ondoorzichtige tariefstructuur, die het gevolg is van onder meer de afbouw van heffingskortingen. Zij spreekt van een onevenwichtig en uiterst grillig verloop van de marginale tariefstructuur, die voor een bepaalde inkomensgroep oploopt tot 56 procent. [7] Ook het zogenaamde 8-december pakket verandert daar weinig of niets aan. Weliswaar wordt de arbeidskorting (marginaal) trager afgebouwd, maar daar staat tegenover dat de het tarief in de tweede en derde schijf minder naar beneden gaan dan voorzien. [8] Meer in zijn algemeenheid moet worden opgemerkt dat ons fiscale stelsel veel inkomensbeperkende regelingen en heffingskortingen kent, waardoor het stelsel onnodig ingewikkeld is en de marginale belastingtarieven veel hoger dan nodig zijn (zie Caminada en Gradus (2011)). [9] Het uiteindelijke belastingplan doet daar een aanzienlijke schep bovenop.

Verwerping belastingplan

Voldoende redenen voor de Eerste Kamer om dit wetsvoorstel op juridische en uitvoeringsargumenten te verwerpen. Zij geeft daarmee een duidelijk signaal dat wetgeving niet op een louter politieke afweging gebaseerd moet zijn en dat de € 5 miljard euro lastenverlichting beter besteed kan worden aan een echte stelselwijziging en vereenvoudiging.

* Dit artikel verscheen eerder in verkorte vorm in het Financieele Dagblad, 9 december 2015.

Eindnoten:


[1] Zie blz. 70 van het eindrapport.

[2] Zie hierover ook Gradus (2015). Het is in dit verband opvallend dat het CPB in tegenstelling tot eerdere doorrekeningen van een kapitaalbelasting weglekeffecten nu niet meeneemt.

[3] Zie commentaarpunt 2.5

[4] Zie blz. 38 van de memorie van antwoord aan Eerste Kamer op 4 december jl.

[5] Zie commentaarpunt 2.6

[6] Zie commentaarpunt 6

[7] Zie commentaarpunt 1.

[8] Dit komt ook door de andere maatregelen zoals de ouderenkorting, investering duurzaamheid gebouwde omgeving worden gefinancierd door de tarieven minder te verlagen.

[9] Volgens een inventarisatie in 2012 gaat het om 118 (!) inkomensbeperkende regelingen en heffingskortingen met een bedrag van 89 miljard euro.

Referenties:

Caminada, K., en  R. Gradus,  (2011) “Verlaag belastingtarieven door vereenvoudiging belastingstelsel”, Me Judice, 27 november 2011.

Gradus, R. (2015), “Houd die 5 miljard op zak”, Reformatorisch Dagblad, 24 november, www.refdag.nl.

Weezel, T. van (2015), 'Rechtvaardiger belasten kan, als politiek meer durft', de Volkskrant, 2 november 2015.

Te citeren als

Raymond Gradus, “Senaat dient onzorgvuldig belastingplan te verwerpen”, Me Judice, 9 december 2015.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.