Vanaf 2016 wordt alles anders behalve ikzelf: de zin en onzin van voorspellingen

Vanaf 2016 wordt alles anders behalve ikzelf: de zin en onzin van voorspellingen image
Afbeelding ‘2016 Predictions’ van Mike Licht (CC BY 2.0)

De voorspellingen buitelen weer over elkaar heen in het nieuwe jaar en Harry Garretsen en Janka Stoker staan stil bij de zin en onzin van deze voorspellingen. Het ‘alles wordt anders ‘-gevoel is sterk ingebakken in de mens als voorspeller. Zij komen tot de conclusie dat we geneigd zijn systeemveranderingen keer op keer te overschatten en veranderingen in de eigen positie juist te onderschatten. Hun advies: trek meer lessen uit de geschiedenis en wantrouw de alwetende voorspellers en trendwatchers.

Jubelvoorspellingen

Zoals te doen gebruikelijk in de aanloop naar een nieuw jaar, wemelde het ook de afgelopen weken van de voorspellingen over de economische en politieke vooruitzichten voor 2016 en daarna. Kort samengevat zijn voor ons land de economische vooruitzichten goed, wordt 2016 een ‘topjaar’ sinds in 2008 de financiële crisis uitbrak, en zijn vooral de binnen- en buitenlandse politieke vooruitzichten onzeker en met de nodige zorg omgeven. Voor de langere termijn van 5 tot 10 jaar overheersen de voorspellingen die ervan uitgaan dat zo ongeveer alles dan echt fundamenteel anders zal zijn in onze samenleving. Of het nu om uiteenlopende zaken als de arbeidsverhoudingen, de zorg, de energievoorziening, de (geo)politiek of het bestellen van een loodgieter of taxi gaat, niets zal over paar jaar meer zijn zoals het nu is en was.

Alles wordt anders

Het zou natuurlijk kunnen dat de Uberisering nog maar in de kinderschoenen staat en tot fundamentele systeemwijzigingen gaat leiden (wij zouden het niet weten), maar wat hierbij vooral opvalt is de dominante gedachte dat we op een breukvlak verkeren waarin alle oude wetmatigheden niet meer gelden. Dit idee is niet nieuw. Sterker nog, de voorspelling dat we in bijzondere tijden leven, op de grens van de achterhaalde geschiedenis en de geheel andere toekomst, valt altijd te beluisteren; elke generatie ziet zichzelf weer opnieuw als cruciaal en uniek draaipunt tussen heden, verleden en toekomst. In zijn analyse van de door ICT en globalisering aangedreven hoegenaamd ongekende veranderingen op onze arbeidsmarkt, karakteriseert Went (2015) deze neiging de eigen tijd als allesbepalend te zien terecht als chrono-centrisme. Dit begrip staat voor “ the belief that one’s times are paramount, that other periods pale in comparison. It is a faith in the historical importance of the present” (Fowles, 1974, p. 65)

Overschatting systeemveranderingen

De wereld verandert ongetwijfeld, maar onderzoek laat zien dat we met z’n allen de neiging hebben aan de lessen uit de economische en politieke geschiedenis te weinig gewicht toe te kennen, en te snel te concluderen dat “alles anders zal worden”. In hun spraakmakende analyse van ruim 200 jaar financiële crises laten Reinhart en Rogoff (2009) overtuigend zien hoe aan bijna elke crisis de overschatting van structurele veranderingen ten grondslag ligt. In hun boek - met de alleszeggende titel This Time is Different (niet dus!) - tonen zij aan dat de financiële crisis van 2008 vooral en helaas sterk leek op eerdere crises, waarbij telkenmale een veel te groot gewicht wordt toegekend aan structurele veranderingen die excessieve vermogensprijzen dienen te rechtvaardigen. Tegelijkertijd worden lessen die uit historische crises op dit punt zijn te leren, stelselmatig veronachtzaamd.

Onderschatting eigen positie

De neiging de geschiedenis te vergeten en systeemveranderingen te overschatten, gaat opvallend genoeg samen met een onderschatting van toekomstige veranderingen als het om de eigen individuele positie gaat. In hun artikel in Science noemen Quoidbach, Gilbert en Wilson (2013) dit “the end of history illusion” op het niveau van het individu. In hun onderzoek onder ruim 19.000 mensen in de leeftijdscategorie van 18-68 jaar werd een schat aan informatie verzameld over individuele voorkeuren, waarden en preferenties. Centraal stond daarbij de vraag in welke mate men ten opzichte van de afgelopen 10 jaar en de komende 10 jaar was veranderd of verwachtte te gaan veranderen. De belangrijkste bevinding was dat ongeacht de leeftijd de meeste mensen aangaven 1) veel veranderd te zijn in de afgelopen 10 jaar en 2) juist weinig veranderingen meer te verwachten in de toekomst. Op het moment van ondervraging was iedereen reeds de persoon geworden die men ook de rest van het leven zou blijven. Op individueel niveau moge dit wellicht het geval zijn, maar dat zowel jong als oud dit vinden is lastig met elkaar te rijmen, en verraadt bovendien een nogal ahistorische blik op het eigen bestaan. Immers, het is een perspectief waarbij veranderingen uitsluitend in het verleden liggen, en de toekomst slechts een voorzetting van de “tegenwoordige ik” is: “ both teenagers and grandparents seem to believe that the pace of personal change has come to a crawl and that they have recently become the people they will remain. History, it seems, is always ending today ” (p.98).

Correcte toekomstvoorspellingen bestaan

De onderschatting van verandering als het je eigen positie en leven betreft, gaat dus paradoxaal genoeg gepaard met eenzelfde neiging om de structurele of contextveranderingen in de buitenwereld te overschatten: de stabiele ik in een dynamische wereld. Verandering is blijkbaar iets voor anderen, maar hier klopt de optelsom van individu naar systeem natuurlijk niet. In de kern ontbreekt het ons dus, zowel met betrekking tot veranderingen voor onszelf als voor de wereld, aan een historisch perspectief. Zinvolle toekomstvoorspellingen beginnen derhalve met de constatering dat de geschiedenis er juist wel toe doet. Goede voorspellers weten dit en zij onderscheiden zich door uitvoerig gebruik te maken van - per definitie historische - data. Bovendien blijkt dat goede voorspellers vooral pragmatisch zijn en bereid zijn om te leren, en dus niet uit gaan van onwankelbare visies of vaste theorieën over de toekomst. Integendeel, goede voorspellers zijn number crunchers, die op grond van nieuwe informatie in staat zijn hun voorspellingen juist gradueel aan te passen. Dit is geen pleidooi voor theorie-loze data mining maar wel tegen Grote Meningen die niet stoelen op solide empirisch onderzoek . Onder aanvoering van het baanbrekende werk van de Amerikaanse politicoloog Tetlock weten we dat goed voorspellen weliswaar lastig, maar bepaald niet onmogelijk is. De beste voorspellingen komen tot stand door zoveel mogelijk relevante data te gebruiken, dus door gedegen empirisch onderzoek te doen. Verder toont het onderzoek van Tetlock en co onder meer aan dat de beste voorspellingen de uitkomst zijn van crowd predictions en dus niet uit de koker komen van één enkele ´futuroloog` of allesomvattend model. Helaas lijken we met z´n allen in de regel meer te houden van beroemde experts die in de media aan de hand van sweeping statements zonder spoor van twijfel aan ons vertellen hoe de wereld er over 10 jaar totaal anders zal uitzien. Tussen de (publieke) bekendheid van voorspellers en de juistheid van hun voorspellingen blijkt echter helaas een duidelijke, negatieve afruil te bestaan (zie ook het boek van Silver, “The Signal and the Noise”). Een goed voornemen voor 2016 is dus om de erkende voorspellers wat meer te wantrouwen, en vooral zelf aan de hand van de geschiedenis en de data meer na te denken, door bijvoorbeeld actief mee te doen aan de good judgement open challenge van Tetlock.

* Voor een discussie over de zin en onzin van data gedreven voorspellingen zie bijvoorbeeld ook de blog van Krugman, 2014 Tarnished Silver.

Referenties

Fowles, J. , 1974, “On Chronocentrism”, Futures, pag. 65-68.

Quiodbach, J., D.T. Gilbert, en T.D. Wilson, 2013, “The End of History Illusion”, Science, 4 januari 2013, pag. 96-98.

Reinhart, C.M. en K.S. Rogoff, 2009, This Time is Different; Eight Centuries of Financial Folly, Princeton UP, Princeton, 469 pag.

Silver, N, 2012, The Signal and the Noise: Why So Many Predictions Fail-but Some Don’t, Penguin. 534 pag.

Tetlock, Ph. en D. Gardner, 2015, Superforecasting: The Art and Science of Prediction, Crown, 352 pag.

Went, R., 2015, bijdrage aan “Robots in het Publiek Debat” in B. ter Weel (red.) “De Match tussen Mens en Machine”, preadviezen KVS 2015, Joh Enschede Amsterdam, pag.53-71.

Te citeren als

Harry Garretsen, Janka Stoker, “Vanaf 2016 wordt alles anders behalve ikzelf: de zin en onzin van voorspellingen”, Me Judice, 6 januari 2016.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.