Voetbalclubs krijgen nog te veel vrij spel verlies te maken

real madrid
Ra'ed Qutena, Flickr.
16 dec 2014 | | 637 keer bekeken
Controle op de financiële stabiliteit van voetbalclubs moet absolute prioriteit krijgen binnen het systeem van Financial Fair Play van de UEFA, stelt Tsjalle van der Burg. Nu wil de UEFA te veel tegelijk. De kans op tekorten blijft te groot, tekorten die vaak worden afgewenteld op de belastingbetaler. Lachende derde zijn de goed betaalde voetballers.

Diep in de schulden

Begin dit jaar bedroeg de totale schuld van de clubs uit de Spaanse Primera División 3,5 miljard euro. De schuld aan de overheid was 600 miljoen. Hoe het probleem ook wordt opgelost, de belastingbetaler gaat waarschijnlijk flink meebetalen. Ook elders hebben professionele voetbalclubs soms hoge schulden. Dit terwijl de inkomsten van de voetbalsector nog steeds stijgen.

De reden dat clubs ondanks de hogere inkomsten in de problemen komen, is dat ze steeds meer aan spelers uitgeven. Dit om prijzen te winnen, of degradatie te ontlopen. Alle clubs tezamen schieten hier echter weinig mee op. Degradatie hoort bij voetbal, en elk jaar kan maar één club de Champions League winnen.

Controle

Gelukkig proberen sommige bonden de uitgaven van hun profclubs binnen de perken te houden. Zo beoordeelt de KNVB de financiële situatie van de Nederlandse clubs regelmatig, en clubs die in de gevarenzone komen worden onder curatele gesteld. Maar andere bonden, zoals de Spaanse, zijn minder actief, en hopen dat tekorten weer worden gedekt door de overheid. En zo hebben Real Madrid en Atlético Madrid hoge schulden gekregen en veel overheidssteun, en alle andere clubs verslagen op hun weg naar de finale van de Champions League van 2014.

Het lijkt dan ook zinvol om het probleem op Europees niveau op te lossen. De UEFA heeft hiermee een begin gemaakt, via het systeem van Financial Fair Play (FFP).

Financial Fair Play

FFP betreft voorlopig alleen de clubs die meedoen aan de Europese competities van de UEFA (Champions League en Europa League). Het systeem verplicht deze clubs (onder meer) om het verschil tussen kosten en inkomsten binnen de perken te houden.

Hiermee is in 2011 een voorzichtig begin gemaakt. Over de twee seizoenen tussen 2011 en 2013 mocht het verschil tussen kosten en inkomsten hooguit 45 miljoen euro bedragen. Het systeem wordt geleidelijk strenger. Zo mag het verschil over de drie seizoenen tussen 2014 en 2017 nog maar 30 miljoen bedragen (dus gemiddeld 10 miljoen per jaar). Op den duur mag het verschil maximaal 5 miljoen zijn over elke periode van drie jaar. Bij overtreding zijn sancties mogelijk. De strengste is uitsluiting van Europese competities.

Dit jaar zijn de financiële resultaten van de clubs over de twee seizoenen tot 2013 beoordeeld, en er zijn al enige boetes toegekend. Dit artikel gaat echter niet in op de vraag hoe het system in deze beginperiode heeft gewerkt, maar bespreekt de lange termijn.

Fundamentele zwakheden

Hoewel FFP een goed initiatief is, heeft het ook zwakheden. Om dit te bespreken, moet nu verteld worden dat de bovenstaande beschrijving van het systeem niet helemaal correct is. FFP probeert, anders dan gezegd, niet het verschil tussen kosten en inkomsten te beperken, maar het verschil tussen ‘relevante kosten’ en ‘relevante inkomsten’. Hierdoor blijven bepaalde kosten en inkomsten buiten beschouwing.

Zo maken de uitgaven aan stadions en jeugdopleiding geen deel uit van de relevante kosten. De motivatie van de UEFA is dat het hier om bijzonder waardevolle investeringen gaat, die men niet via FFP wil ontmoedigen. Ondertussen worden de inkomsten uit stadions en jeugdopleiding, zoals recettes of transfersommen, wel volledig tot de ‘relevante inkomsten’ gerekend. Dit betekent dat hoge verliezen nog steeds zijn toegestaan, zolang het stadion en de jeugdopleiding maar duur genoeg zijn.

Het betekent ook dat de controle moeilijk wordt. Stel bijvoorbeeld dat een club beweert dat 40 procent van haar uitgaven aan trainingsvelden en coaches is gedaan ten behoeve van de volwassen profspelers, en de overige 60 procent ten behoeve van de jeugdopleiding. Die 60 procent telt dan in principe niet mee bij de relevante kosten. De UEFA zal natuurlijk willen controleren of dit cijfer klopt, maar dat kan moeilijk worden.

Verder wil de UEFA het FFP systeem ook nog gebruiken om de invloed van grote investeerders terug te dringen. Daarom tellen donaties van clubeigenaars niet mee bij de ‘relevante inkomsten’. Dat maakt het moeilijker om een club over te nemen en vervolgens via geldinjecties grote prijzen te winnen, zoals Abramovich bij Chelsea heeft gedaan.

Maar ook deze regel is moeilijk controleerbaar. Neem Manchester City. De eigenaar van de club is sjeik Mansour uit Abu Dhabi. De luchtvaartmaatschappij van Abu Dhabi is een grote sponsor. Als de sjeik zijn club nu tientallen miljoenen euro’s zou willen doneren om spelers te kopen waarvoor anders geen geld zou zijn, dan mag dat volgens FFP niet. Dit omdat het verschil tussen relevante kosten (waaronder alle uitgaven aan spelers) en relevante inkomsten (waar donaties dus niet bij horen) dan te groot wordt. Maar wat als de sjeik zijn geld via de sponsor naar de club laat stromen, en de luchtvaartmaatschappij beweert dat het geld een betaling is voor de vergroting van de eigen naamsbekendheid? Uitgaande van deze bewering zou het geld volgens de FFP-regels wel tot de relevante inkomsten van de club horen, en dus gebruikt mogen worden om spelers te halen. Voor de UEFA zal het moeilijk zijn om na te gaan of zo’n bewering klopt.

Al met al wil de UEFA met FFP drie doelen tegelijk bereiken: (1) financiële stabiliteit, (2) goede stadions en jeugdopleidingen, en (3) vermindering van de invloed van grote investeerders. Dat maakt het systeem te ingewikkeld.

Wijzigingen

Mijn voorstel is om FFP slechts één doel te laten dienen: financiële stabiliteit. Dat betekent dat het verschil tussen álle kosten en álle inkomsten aan een maximum wordt gebonden. Het systeem wordt zo simpeler, en beter te controleren.

Als de UEFA nog steeds de invloed van grote investeerders wil beperken, kan naar andere instrumenten gekeken worden. Zo zou, bijvoorbeeld, de Duitse regel dat private investeerders maximaal 49% van de aandelen van een club mogen hebben, wellicht ook elders kunnen worden ingevoerd.

Stoppen met subsidies

Volgens het voorstel gaan alle kosten, en dus ook de kosten van investeringen in stadions en jeugdopleidingen, meetellen bij FFP. Een vraag is of het dan niet jammer is dat FFP zulke investeringen kan helpen ontmoedigen. Het antwoord is nee.

Dit omdat de investeringen hoe dan ook wel gefinancierd moeten worden. En als dat niet kan via de normale inkomsten van de club, komt men weer bij de overheid terecht. Dat is verkeerd. Overheidssteun kan bijvoorbeeld leiden tot een uitbreiding van een stadion waarvoor geldt dat de kosten hoger zijn dan de resulterende extra inkomsten. En dat is niet Pareto-efficient, of, anders gezegd, het verlaagt de welvaart. Meer in het algemeen is er geen goede reden waarom de voetbalsector, waar de inkomsten tientallen malen hoger zijn dan vijftig jaar geleden, gesubsidieerd zou moeten worden.

Natuurlijk, wanneer veel clubs financieel instabiel blijven doordat ze teveel geld aan spelers uitgeven, blijft het voor deze clubs moeilijk om lange-termijn investeringen als die in stadions te financieren. Een flink aantal clubs zal zulke investeringen dan dus maar niet doen, zeker als er te weinig overheidssteun voor komt. Het zal hierbij dan deels ook gaan om investeringen die wel Pareto-efficient zijn. Met andere woorden, ook maatschappelijk zinvolle investeringen kunnen door de financiële problemen achterwege blijven.

Maar de oplossing voor dit probleem is geen overheidssteun, maar een FFP systeem dat de clubs echt financieel gezond maakt. Want marktpartijen die financieel gezond zijn, doen in principe alle investeringen die Pareto-efficiënt zijn (zonder overheidssteun).

Kortom, het is aan te bevelen dat de UEFA het FFP systeem eenvoudiger maakt, en het alleen nog maar gebruikt om de voetbalsector financieel stabiel te maken.

Dit artikel is gebaseerd op het recent gepubliceerde boek “Football Business. How Markets are Breaking the Beautiful Game” (Oxford: Infinite Ideas) van dezelfde auteur. Dit boek betoogt dat actieve steun van de Europese Commissie nodig is om FFP echt goed te laten werken – en dat de Commissie juridisch verplicht is die steun ook te geven (gegeven het Europese verbod op subsidies).

Te citeren als

Tsjalle van der Burg, “Voetbalclubs krijgen nog te veel vrij spel verlies te maken”, Me Judice, 16 december 2014.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.