Wat let Klijnsma om een nieuw pensioencontract in te voeren?

Wat let Klijnsma om een nieuw pensioencontract in te voeren? image

Afbeelding ‘Jetta Klijnsma’ van Roel Wijnants (CC BY-NC 2.0)

14 mrt 2014 |

Het pensioenstelsel staat onder druk van de vergrijzing, de stijgende levensverwachting en de gevolgen van de kredietcrisis. Die ontwikkelingen maken het moeilijk een goed pensioen te garanderen en zetten ook het vertrouwen in het stelsel onder druk. Staatssecretaris Klijnsma heeft verklaard dat zij met een nieuw type pensioencontract zou komen dat het vertrouwen in het pensioenstelsel moet doen terugkeren. Zij stelt dat haar nieuwe pensioencontract geen 'invaarproblemen' zal kennen. Dit is volgens hoogleraar Maatman te kort door de bocht.

Nieuw pensioencontract

Op 1 oktober 2013 liet staatssecretaris Klijnsma weten dat zij een nieuw type pensioencontract wil ontwikkelen: de zogenoemde tussenvariant. De tussenvariant is een mengeling van het bestaande nominaal pensioencontract zoals dat nu is geregeld in de Pensioenwet, aangevuld met elementen van de reële ambitieovereenkomst. Die elementen waar de staatssecretaris aan denkt zijn een methode om financiële schokken uit te smeren, aan duidelijke regels over indexatie en een stabiele premie. Verder wil zij het balansbeheer door pensioenfondsen minder afhankelijk maken van dagkoersen. Als bijkomend voordeel ziet zij dat door het invoeren van de tussenvariant niet hoeft te worden 'ingevaren'.

Invaren geen probleem?

Er bestaat geen vastomlijnde definitie van invaren. Het is een beeldend woord en het heeft een hoge gevoelswaarde, maar het is niet een begrip met een juridische definitie. Dat maakt het lastig te hanteren.Onder 'invaren' versta ik de omzetting van opgebouwde pensioenrechten in rechten met een ander voorwaardelijk karakter. Invaren kan plaatsvinden door een wijziging van het pensioencontract maar het kan ook door wijziging van het financieel toetsingskader (FTK). Als de wetgever bijvoorbeeld bepaalt dat pensioenfondsen voortaan lagere buffers mogen aanhouden om financiële schokken op te vangen, dan leidt dat tot invaren. Pensioenen kunnen daardoor een meer voorwaardelijk karakter krijgen omdat ze vaker dan voorheen worden gekort.

De snelle conclusie van Klijnsma dat de tussenvariant niet hoeft te worden 'ingevaren' is volgens mij een onjuiste aanname. Invaren valt niet te vermijden. Is de staatssecretaris ook tot die conclusie gekomen? Is dat de reden waarom we zo lang moeten wachten op haar wetsvoorstel? Ze beloofde dat het voorstel er eind december zou zijn, toen januari, vervolgens werd het maart, maar het is er nog steeds niet. Intussen gaat de tijd dringen, want pensioenfondsen willen per 1 januari 2015 een nieuw pensioencontract uitvoeren.

Gedoe

Beide routes - wijziging van het pensioencontract en wijziging van het FTK - leiden tot invaren en tot invaarproblematiek. Invaarproblematiek is synoniem voor gedoe: ongenoegen en juridische procedures waarbij gepensioneerden een beroep doen op schending van het eigendomsrecht. Het eigendomsrecht vindt bescherming in een Europees verdrag (EVRM). Gepensioneerden zijn verontwaardigd, want hun pensioenen staan bloot staan aan korting. Zij vinden dat de Staat daaraan geen medewerking mag verlenen. Dat dit naar verwachting leidt tot een beter pensioen ('promise less, get more') is een boodschap die helaas weinig gehoor vindt.

De kans dat de rechter het beroep van gepensioneerden zal honoreren, lijkt mij heel klein. De wetgever is bevoegd het FTK te wijzigen. De Staat heeft goede argumenten om te onderbouwen dat er een gerechtvaardigd algemeen belang is om het pensioenstelsel te wijzigen. Die zijn terug te voeren op de vergrijzing, de stijgende levensverwachting en de frequentie en diepte van financiële schokken. Bovendien blijkt uit de jurisprudentie van het Europees Hof dat een schending van het EVRM niet snel wordt aangenomen. Bij veranderingen in het pensioenstelsel kent het Hof veel gewicht toe aan het argument dat wetswijziging noodzakelijk is voor de financiële houdbaarheid het pensioenstelsel. Ook de Europese Pensioenfondsenrichtlijn biedt veel ruimte aan de wetgever om het FTK te wijzigen.

Staatssecretaris moet daadkracht tonen

Als een pensioenfonds gebruik maakt van de wettelijke mogelijkheden om pensioenrechten te wijzigen, dan is de kans uiterst klein dat het pensioenfonds onrechtmatig handelt. Dat neemt niet weg dat er invaarproblematiek zal zijn en dat is vervelend, ook voor pensioenfondsen. Het 'gedoe' en de stemmingmakerij gaat gepaard met schade aan het vertrouwen in het pensioenfonds en het maatschappelijk draagvlak van het pensioenstelsel. Langlopende procedures vergen veel managementaandacht en leiden pensioenfondsen af van de uitvoering van hun kerntaken. Zij brengen hoge kosten met zich mee. Het verdient daarom de voorkeur dat het onvermijdelijke invaarrisico wordt geabsorbeerd door de wetgever, die beter dan pensioenfondsen in staat is zich te verweren in juridische procedures. Bovendien heeft de wetgever nu eenmaal tot taak soms maatregelen te treffen die als onaangenaam worden ervaren maar die niettemin noodzakelijk zijn in het algemeen belang.

De Staat zal te maken krijgen met invaarproblematiek,maar de kans dat dit leidt tot financiële aansprakelijkheid, lijkt mij uiterst klein. Om díe reden hoeft de staatssecretaris niet te wachten met haar wetsvoorstel.

Te citeren als

René Maatman, “Wat let Klijnsma om een nieuw pensioencontract in te voeren?”, Me Judice, 14 maart 2014.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.