Wil men bij pensionering een gedeelte van pensioenvermogen opnemen?

Wil men bij pensionering een gedeelte van pensioenvermogen opnemen? image
Afbeelding ‘Money Heap illustration’ van Frits Ahlefeldt-Laurvig (CC BY-NC-ND 2.0)
4 mei 2016 | | 1283 keer bekeken

Eén van de unieke aspecten van Nederlandse pensioenstelsel is het feit dat iedereen op pensioendatum verplicht is om het opgebouwde kapitaal om te zetten in een annuïteit. Andere landen met een ontwikkeld pensioenstelsel kennen de mogelijkheid om tenminste een gedeelte van dat kapitaal als bedrag ineens (“lumpsum”) op pensioendatum te laten uitkeren. De APG-economen Ponds, Steenbeek en Vonken onderzochten de interesse in Nederland voor de introductie van deze keuzeoptie. In een recente enquête onder ABP-deelnemers geeft de meerderheid aan interesse te hebben in een dergelijke lumpsum en zegt het bedrag in de eerste plaats te zullen aanwenden voor de aflossing van hypotheekschuld.

Een nieuwe keuzeoptie: de lumpsum

Veel pensioenregelingen verzorgd door pensioenfondsen kennen al lange tijd keuzeopties wat betreft de pensioenleeftijd en het uitkeringsprofiel (hoog-laag constructies). Een keuzeoptie die in de discussie regelmatig genoemd wordt, maar nog nergens in Nederland is geïntroduceerd, is de mogelijkheid om bij pensionering een bedrag-ineens (lumpsum) op te nemen. Nederland is het enige land wereldwijd dat de verplichting kent om het tweede pijler pensioen volledig als annuïteit op te nemen. Elders in de wereld is in de regel sprake van enige vrije keuze in de wijze van opname. In recente studies is bepleit om ook in Nederland de optie van een gedeeltelijke lumpsum te overwegen, onder meer door de Pensioenfederatie (2015) en Bart e.a. (2016). In deze studies wordt betoogd dat gedeeltelijke lumpsum aantrekkelijk kan zijn voor de aflossing van uitstaande hypotheken (Arts en Ponds, 2016).

Onderzoek onder deelnemers pensioenfonds ABP

Bij APG wordt onderzoek uitgevoerd naar de effectiviteit van verschillende vormen van professionele ondersteuning bij individuele keuzeopties. Dit gebeurt onder meer aan de hand van experimenten geïnspireerd door de gedrags-economische literatuur (Ponds, Steenbeek en Vonken, 2016). Als onderdeel van de lopende onderzoekslijn zijn in twee enquêtes actieve deelnemers van pensioenfonds ABP gevraagd naar hun voorkeur wat betreft de wijze van uitbetaling van het opbouwde pensioen. De enquêtes zijn uitgezet in de zomer en het najaar van 2015. In totaal zijn 15.000 deelnemers benaderd waarvan ruim 5000 deelnemers de vragenlijst volledig hebben ingevuld. Zij kregen de keuze uit vijf opties. De eerste optie is de bestaande situatie: deelnemers ontvangen op pensioendatum geen eenmalig bedrag en het opgebouwde pensioen wordt geheel als maandelijkse uitkeringen uitbetaald zolang men leeft. De geschetste situatie is gepersonaliseerd, de pensioenbedragen stemmen overeen met de pensioenprojectie uit het jaarlijks uniform pensioenoverzicht (UPO), gebaseerd op de reeds verworven aanspraken en de nog op te bouwen aanspraken bij voortzetting van de baan en gelijkblijvende beloning. De andere vier opties houden in dat respectievelijk 5%, 10%, 15% en 20% (maximum) van het opgebouwde pensioen op pensioendatum als bedrag ineens ter beschikking wordt gesteld en dat de maandelijkse uitkering naar rato verlaagd wordt. De volgende vraag werd bijvoorbeeld aan een van de respondenten voorgelegd:

“Hoeveel wilt u ontvangen als eenmalige uitkering wanneer u met pensioen gaat? U kunt kiezen uit de volgende vijf mogelijkheden waarbij u meteen ziet wat het effect is op uw jaarlijkse bruto pensioen.

  • Eenmalig bedrag = 0 euro en de jaarlijkse uitkering = 24.000 euro
  • Eenmalig bedrag = 17.100 euro en de jaarlijkse uitkering = 22.800 euro
  • Eenmalig bedrag = 34.200 euro en de jaarlijkse uitkering = 21.600 euro
  • Eenmalig bedrag = 51.200 euro en de jaarlijkse uitkering = 20.400 euro
  • Eenmalig bedrag = 68.300 euro en de jaarlijkse uitkering = 19.200 euro"  


Met andere woorden, de respondenten krijgen te zien: (1) 0% opname van vermogen; (2) 5% opname; (3) 10% opname; (4) 15% opname; en (5) 20% opname. Figuur 1 toont de voorkeuren van de deelnemers. Een meerderheid (van circa 60 procent) heeft de intentie om te kiezen voor één van de vier lumpsumopties. De gemiddelde lumpsum-opname van hen die voor gedeeltelijke opname kiezen is 12%, dat wil zeggen iets meer dan de helft van het in deze experimenten toegestane maximum van 20%. Over de deelnemers als geheel (inclusief de groep die geen lumpsum wil opnemen) is de opname 7%. Deze voorgenomen opname is vergeleken met de heersende praktijk in het buitenland tamelijk beperkt, wanneer onderkend wordt dat Nederland gezien kan worden als een land van over-annuïtisering (Brown en Nijman, 2012). Immers, naast de pensioenen die worden opgebouwd in de tweede pijler worden ook de pensioenen in de eerste pijler (AOW) en de derde pijler als annuïteit uitgekeerd.

Figuur 1: Voorkeur voor lumpsum opties onder ABP-deelnemers

Bron: Ponds et al. (2016)

Aan de deelnemers is ook gevraagd waaraan men de lumpsum zou willen besteden. Tabel 1 geeft een overzicht van de intenties. Het totaal telt op tot meer dan 100%, aangezien meer dan één antwoord kon worden aangevinkt. Ruim de helft van de deelnemers, 53%, geeft aan de lumpsum te gebruiken voor schuldaflossing, 46% voor aflossing op de hypotheek en 7% voor andere schulden. De tweede aanwending in de top 3 is reizen, 33%, op de voet gevolgd door de wens om vermogen liquide te kunnen aanhouden, 31%. Het gebruik van de lumpsum voor luxe goederen is 7%.

Tabel 1: Voorgenomen aanwending lumpsum - meer dan één antwoord mogelijk

Bron: (Ponds e.a. 2016)

We vinden ook dat de voorkeur voor lumpsum varieert tussen de respondenten. De lumpsum optie zal meer benut worden door mannen dan door vrouwen, meer door jongeren dan door ouderen, meer door hen met weinig vermogen dan met veel vermogen. Ook een groter aantal kinderen en een hogere opleiding leiden tot meer lumpsum-opname. Wat betreft de ‘zachte’ factoren komt naar voren dat respondenten met een hoge risicotolerantie, ongeduld, en een hoge frequentie van rood staan bij de bank, waarschijnlijker kandidaten zijn die kiezen voor een lumpsum bedrag dan zij die zich niet kenmerken door deze eigenschappen.

Conclusie

Opname van een bedrag ineens op pensioendatum, wordt vaak genoemd als mogelijkheid om het pallet aan keuzemogelijkheden in het collectieve pensioenstelsel uit te breiden. In een recente enquête spreekt een meerderheid van deelnemers in een collectief pensioenfonds (het ABP) de intentie uit van deze mogelijkheid gebruik te zullen maken. Verder geeft men aan dit bedrag in de eerste plaats te zullen aanwenden voor het afbetalen van hypothecaire schulden. De conclusie is dat er interesse is voor deze optie en dat het bedrag op verantwoorde wijze zal worden ingezet.

Referenties

Arts, J. en E.H.M. Ponds, 2016, “The Need for Flexible Take-Ups of Home Equity and Pension Wealth in Retirement”, Netspar Academic Paper, No. 01/2016-005,.

Bart, F., Boon, B.F., L.A. Bovenberg, C. van Ewijk, N. Kortleve, E. Rebers, en M. Visser, 2016, “De routekaart naar een meer integrale benadering van wonen, zorg enpensioen”, Netspar Occasional Paper, 01/2016.

Brown, J.R. and Th. Nijman, 2012, “Options to Improve the Decumulation of Pension Wealth in the Netherlands”, in: Bovenberg L., van Ewijk C. and Westerhout E. (eds.), The Future of Multi-Pillar Pensions. Cambridge University Press.

Pensioenfederatie (2015), “ Op pensioendatum deel pensioenvermogen ineens ”, Den Haag

Ponds E.H.M., O.W. Steenbeek en J. Vonken, 2016, “Pensioen, Keuze en de Rol van de Pensioenprofessional”, Netspar Academic Paper, DP 04/2016-021.

Te citeren als

Eduard Ponds, Onno Steenbeek, Joyce Vonken, “Wil men bij pensionering een gedeelte van pensioenvermogen opnemen?”, Me Judice, 4 mei 2016.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.