Faillissement TommyTomato laat zien dat investeren in preventie niet zonder publiek geld kan

Het realiseren van publieke doelen, zoals preventie, vraagt om publiek geld. Dat is de les die we kunnen trekken uit het faillissement TommyTomato, aanbieder van gezonde schoollunches. Te weinig financieel rendement en te lage betalingsbereidheid van ouders zorgden uiteindelijk dat het misging, ondanks het hoge maatschappelijke rendement van de gezonde schoollunch.

Huilende tomaat

Op 1 april verscheen er een huilende tomaat op de website van TommyTomato. Het bedrijf organiseerde wekelijks voor meer dan 30.000 kinderen een gezonde schoollunch. Ouders betalen hier tussen de 3,50 en 4 euro per maaltijd voor. Na het plotseling afhaken van de laatste grote investeerder zagen de eigenaars geen andere mogelijkheid dan het aanvragen van een faillissement (NRC, 3 april 2026).

Dit is niet alleen slecht nieuws voor het bedrijf zelf, maar ook voor beleidsmakers die hopen dat private financiers het tekort aan publieke investeringen in preventie kunnen goedmaken.

Weinig investeringen in preventie

De investeringen in preventie blijven structureel achter. In Nederland geven we inmiddels meer dan 113 miljard uit aan zorg, maar slechts zo’n 5 miljard daarvan gaat naar preventie. Tegelijk blijven preventieve maatregelen met een hoog maatschappelijk rendement op de plank liggen (Van Gils et al., 2019).

In Nederland geven we inmiddels meer dan 113 miljard uit aan zorg, maar slechts zo’n 5 miljard daarvan gaat naar preventie.

Ook de overheid erkent dit probleem. Voormalig staatssecretaris van preventie Karremans nam daarom het initiatief tot een investeringsmodel, dat inmiddels wordt uitgewerkt (VWS, 17 juni 2025). Een belangrijk idee achter het model is het ontwikkelen van slimme financieringsconstructies waarmee private financiers makkelijker kunnen investeren. Op die manier zouden dan extra investeringen in preventie van de grond kunnen komen zonder dat de overheid daarvoor zelf de portemonnee hoeft te trekken. Ook partijen als InvestNL en Social Finance NL (Koekkoek et al., 2025) zijn hier druk mee bezig.

Privaat geld (alleen) is niet de oplossing

TommyTomato laat zien waarom dit idee problematisch is. De situatie van het bedrijf heeft namelijk iets paradoxaals. Enerzijds gaat het bedrijf prat op het grote maatschappelijke rendement. Zo berekende Deloitte (2024) dat gezonde schoollunches zoals die van TommyTomato een rendement hebben van wel 500 procent: iedere euro die wordt geïnvesteerd levert uiteindelijk dus 5 euro op. Met zulke rendementen verwacht je dat private financiers staan te springen om in te stappen. 

Maar de meeste private financiers zijn op zoek naar financieel, niet maatschappelijk, rendement. De belangrijkste reden van het terugtrekken van de financiers waren de lage te verwachte winstuitkeringen. De marges van het bedrijf zijn klein, omdat het de lunches voor een relatief lage prijs aanbiedt.

Met zulke rendementen verwacht je dat private financiers staan te springen om in te stappen.  

Zelfs als we het rendement van 500 procent met een korreltje zout nemen, is het evident dat gezonde schoollunches maatschappelijk kunnen renderen: goed en gezond eten kan bijdragen aan een kleinere kans op overgewicht, een betere gezondheid en lager verzuim van leerlingen (Belot & James, 2011).  Deze directe effecten resulteren via betere schoolprestaties en een hogere arbeidsproductiviteit ook in baten op de lange termijn, zoals een hoger inkomen (Lundborg et al., 2025).

Investering rendeert, maar voor wie?

Het probleem is dus niet of dit soort investeringen wel renderen, maar voor wie. Een deel van de baten van een gezonde schoollunch zijn immaterieel: een betere gezondheid is van grote waarde voor het individu. We kunnen die waarde zelfs uitdrukken in euro’s; in Nederland wordt vaak een bedrag van 50.000 euro per gezond levensjaar (QALY) gehanteerd. Maar dat zijn geen ‘harde’ euro’s die je aan aandeelhouders uit kan keren.

Een ander deel van de baten bestaan wel uit harde euro’s (hoger inkomen), maar zijn vooral voor het individu zelf, en niet voor de investeerder. Voor effecten op zorgkosten geldt dat preventie veelal leidt tot een uitstel van kosten naar hogere leeftijden in plaats van afstel.

Een ander deel van de baten [...] zijn vooral voor het individu zelf [...] Ergens lijkt het gek dat ouders [...] schijnbaar niet bereid zijn om wat meer voor de lunches te betalen [...] Vanuit de gedragseconomie is echter al algemeen bekend dat mensen [...] onvoldoende investeren in hun eigen gezondheid.

Voor private investeerders is financiering van preventie daarom doorgaans gewoon niet aantrekkelijk. Dat blijkt ook wel: de laatste financier van TommyTomato was een stichting. Ook voor vergelijkbare initiatieven geldt dat ze vooral door partijen met deels ideële motieven worden gefinancierd.

Ergens lijkt het gek dat ouders, gezien deze immateriële en materiële baten die grotendeels bij hun kinderen zelf terecht zullen komen, schijnbaar niet bereid zijn om wat meer voor de lunches te betalen en zo een wat meer rendabele prijs mogelijk te maken. Vanuit de gedragseconomie is echter al algemeen bekend dat mensen om allerlei redenen onvoldoende investeren in hun eigen gezondheid (Allcott et al., 2019). Bijvoorbeeld omdat ze te weinig gezondheidsinformatie of gezondheidsvaardigheden hebben, de gezondheidseffecten in de toekomst te sterk disconteren of onterecht verwachten dat ze ongezonde keuzes later wel zullen compenseren.

Dat betekent niet dat er geen ruimte is voor meer privaat initiatief voor preventie. Preventiebeleid moet op kunnen boksen tegen de enorme belangen van de fastfoodindustrie die investeren in ongezondheid als verdienmodel hebben. Hiervoor zijn het innovatievermogen en de marketingtechnieken van de private sector een hoognodige aanvulling in de toch wat gezapige publieke gezondheidswereld.

Bovendien kunnen financieringsmodellen zoals social impact bonds (Plankó et al., 2026), waarbij private investeerders door de overheid worden betaald op basis van het behalen van publieke doelen, helpen om beter zicht te krijgen op de effectiviteit van preventiebeleid. Van de weinige initiatieven waar de overheid wel grootschalig en langdurig investeert in preventie, zoals Jongeren op Gezond Gewicht of de inzet van buurtsportcoaches, is namelijk nog steeds niet bekend welke harde en meetbare effecten ze hebben.

Voor al deze voorbeelden geldt dat privaat initiatief alleen werkt als de overheid op de een of andere manier de financiering [...] voor haar rekening neemt [...] De bedragen die het kabinet daarvoor uittrekt steken daar schril bij af. Tijd voor boter bij de vis.

In tegenstelling tot publieke financiers, zijn voor financieringsafspraken met private financiers duidelijke en meetbare resultaatafspraken onontkoombaar. Tot slot kunnen publiek-private financieringsconstructies helpen om veelbelovende kleinschalige initiatieven de tijd te laten overbruggen die nodig is om op te schalen en voldoende bewijs van effectiviteit te verzamelen. Als dat lukt, dan volgt hopelijk structurele financiering door bijvoorbeeld gemeenten of uit de zorgverzekeringswet. Voor al deze voorbeelden geldt dat privaat initiatief alleen werkt als de overheid op de een of andere manier de financiering van de grotendeels publieke baten toch voor haar rekening neemt.

Mogelijke doorstart TommyTomato

Voor TommyTomato en de gezonde schoollunches wordt de soep hopelijk niet zo heet gegeten. De initiatiefnemers onderzoeken een doorstart. Voor het investeringsmodel voor preventie is de les echter duidelijk. De overheid kan niet van twee walletjes eten: publiek gezondheidsbeleid vergt publieke investeringen (Rotteveel et al., 2024). Het coalitieakkoord staat bol van de mooie woorden over de noodzaak van meer preventie. De bedragen die het kabinet daar voor uittrekt steken daar schril bij af. Tijd voor boter bij de vis.

Referenties

Allcott, H., Lockwood, B. B., & Taubinsky, D. (2019). Should we tax sugar-sweetened beverages? An overview of theory and evidence. Journal of Economic Perspectives, 33(3), 202-227.

Belot, M., & James, J. (2011). Healthy school meals and educational outcomes. Journal of health Economics, 30(3), 489-504.

Deloitte. 2024. Gezond eten: beter voor Nederland. Deloitte Nederland.

Koekoek, R., Voesten, L., Van der Feest, J., & Kokke, L.. 2025. Innovatieve financiering van preventie: van zorgkosten naar gezondheidswinst. www.socfin.nl/impactrapport-innovatieve-financiering-van-preventie

Lundborg, P., Rooth, D.-O., & Zetterström, C. (2022). Long‑Term Effects of Childhood Nutrition: Evidence from a School Lunch Reform. The Review of Economic Studies, 89(2), 876–911

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). 2025, 17 juni. Kamerbrief over investeringsmodel voor preventie.

NRC, 3 april 2026. Schoolmaaltijdenbedrijf Tommy Tomato is failliet. De flinterdunne marges ‘maakten ons heel kwetsbaar’.

Plankó, S., Hulse, E., Rutten-van Mölken, M., Goossens, L., Wordsworth, S., Koleva-Kolarova, R., ... & Babarczy, B. (2026). Social impact bonds: opportunities for funding health promotion and disease prevention. BMC Public Health.

Rotteveel, A. H., Polder, J., De Wit, A., & Wouterse, B. (2024). Publieke gezondheid vergt publieke voorfinanciering. ESB109(4838), 444-446.

Van Gils, P. A. U. L., Suikerbuijk, A., Polder, J., & van den Berg, M. (2019). Ook buiten preventieakkoord is veel gezondheidswinst te behalen tegen beperkte kosten. Economisch Statistische Berichten: Algemeen Weekblad voor Handel, Nijverheid, Financiën en Verkeer.

Te citeren als

Bram Wouterse, Roel Freriks, “Faillissement TommyTomato laat zien dat investeren in preventie niet zonder publiek geld kan”, Me Judice, 15 april 2026.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.

Afbeelding
Photo by agenciapalabraclave on Pixnio

Ontvang updates via e-mail