Inleiding
Ambitieus ondernemerschap vormt al meer dan tien jaar een speerpunt in het Nederlandse economisch beleid. Startups en scale-ups worden gezien als vernieuwers van de economie, die zorgen voor groei en innovatie (zie o.a. Den Dulk et al., 2024). Het is daarom belangrijk om de (groei)kansen van startups en scale-ups waar nodig te stimuleren.
De benadering van ecosystemen voor ondernemerschap stelt dat de regionale context waarin startups en scale-ups opereren daarin een belangrijke rol speelt (Stam, 2015). Dat maakt zulke ecosystemen relevant voor beleid (Tems et al., 2014; Stam, 2014). Empirische toetsing met regionale gegevens bevestigt inderdaad dat startups en scale-ups vaker voorkomen in sterke ecosystemen (Stam & Van de Ven, 2021; Leendertse et al., 2022; Mazzoni et al., 2025; Van Dijk et al., 2025). Maar of startups en scale-ups ook beter presteren in sterke ecosystemen is nog niet onderzocht.
Of startups en scale-ups ook beter presteren in sterke ecosystemen is nog niet onderzocht. Dit onderzoek zet een volgende stap.
Dit onderzoek zet een volgende stap door niet alleen de relatie tussen ecosysteemkwaliteit en de aanwezigheid van startups en scale-ups te analyseren, maar ook door met bedrijfsgegevens naar de economische prestaties van die bedrijven te kijken. Je zou een samenhang tussen de bedrijfsprestaties en de kwaliteit van het ecosysteem verwachten op basis van de theorievorming rondom ecosystemen van ondernemerschap.
Waardecreatie binnen het hele ecosysteem
Het achterliggende idee is dat een sterk ecosysteem in eerste instantie leidt tot startups die innovatief zijn en startups die snel groeien. Vervolgens vormen die innovatieve en snelgroeiende startups een belangrijke bron van waardecreatie op het niveau van het hele ecosysteem, zoals inkomen, productiviteitsgroei en werkgelegenheid (Stam, 2015; World Economic Forum, 2013).
Uit deze gedachtegang volgt een aantal hypotheses die we toetsen met onderstaande drie correlaties. Daarbij zetten we de resultaten voor startups en scale-ups af tegenover vergelijkingsgroepen met andersoortige jonge bedrijven.
- De samenhang tussen de kwaliteit van het ecosysteem en de waarschijnlijkheid dat jonge bedrijven een startup of scale-up zijn. Als de aanwezigheid van startups en scale-ups inderdaad toeneemt met de kwaliteit van het ecosysteem, dan volgt hier een positieve correlatie uit. Hiermee verifiëren we de uitkomsten van eerder onderzoek.
- De samenhang tussen de kwaliteit van het ecosysteem en de innovativiteit van jonge bedrijven. Zijn jonge bedrijven meer innovatief in ecoystemen van hogere kwaliteit? Deze vraag kent twee invalshoeken. De extensieve marge betreft de samenhang tussen de kwaliteit van het ecosysteem en de waarschijnlijkheid dat een jong bedrijf formele innovatie-activiteit ontplooit. De intensieve marge betreft de samenhang tussen de kwaliteit van het ecosysteem en de hoeveelheid innovatie-activiteit van bedrijven die aan innovatie doen.
- De samenhang tussen de kwaliteit van het ecosysteem en de economische prestaties van jonge bedrijven. Zelfs als jonge bedrijven vaker en meer aan innovatie doen in hoogwaardige ecosystemen, dan is het alsnog de vraag of dat ook vertaalt naar betere economische prestaties, zoals de omzet en arbeidsproductiviteit van bedrijven.
Daarbij merken we op dat laatstgenoemde hypothese niet alle mogelijke kanalen beschrijft via welke de kwaliteit van het ecosysteem de geaggregeerde waardecreatie kan beïnvloeden. Die samenhang kan ook lopen via de samenstelling van de bedrijvenpopulatie of via ontwikkelingen bij oudere bedrijven.
Methodologie en data
De data waarop we ons baseren komt uit Den Dulk et al. (2024). Het betreft een bestand van door Techleap geïdentificeerde startups en scale-ups die gekoppeld is aan de CBS microdata. De dataset is een ongebalanceerd panel met bedrijven in de Nederlandse business economy[1] in de periode 2015-2023. Het gaat uitsluitend om bedrijven die opgericht zijn sinds 2010. Voor die jonge ondernemingen (starters) biedt de dataset informatie over zowel de bedrijfskenmerken als de bedrijfsprestaties[2].
We verrijken de dataset vervolgens met de Entreprenerial Ecosystem Index (EE-index), zoals opgesteld door Cloosterman et al. (2018) en jaarlijks herhaald door Birch Consultants in samenwerking met de Universiteit Utrecht.[3] Deze EE-index is een gemiddelde van de gekwantificeerde basis- en systeemelementen die zijn weergegeven in figuur 1. De EE-index beschrijft de relatieve ecosysteemkwaliteit van regio’s ten opzichte van het Nederlands gemiddelde. De EE-index is berekend op het COROP-niveau (verdeling van Nederland in regio’s voor statistische doeleinden, red.) in Nederland en dus stellen we hier het ecosysteem gelijk aan de COROP-regio. Hieruit volgt dat alle bedrijven binnen een COROP-regio dezelfde score op de EE-index hebben.
Om de samenhang tussen de kwaliteit van het ecosysteem en de prestaties van startups en scale-ups in context te plaatsen, maken we een vergelijking met twee andere type startende bedrijven. We kijken dus naar drie groepen jonge bedrijven, namelijk:
- Startups en scale-ups: innovatieve, technologie-gedreven bedrijven met een schaalbaar en herhaalbaar bedrijfsmodel, en met sterke groeiambitie.
- Innovatieve starters: bedrijven die geen startups zijn, maar wel ooit tijdens de onderzoeksperiode gebruik maakten van de WBSO (fiscale aftrek voor speur- en ontwikkelingswerkzaamheden, red.). Deze bedrijven zijn innovatief en technologie gedreven.
- Gewone starters: bedrijven die geen startups zijn en ook geen gebruik maken van de WBSO. Dit is veruit de grootste groep.
Het aandeel startups en scale-ups is relatief klein in de gehele onderzoekspopulatie, namelijk ongeveer 3%. Het aandeel innovatieve bedrijven ligt iets hoger, rond 5%, maar het bijbehorende aantal is nog steeds veel kleiner dan de groep gewone starters.[4]
De samenhang tussen de kwaliteit van het ecosysteem en de waarschijnlijkheid dat jonge bedrijven een startup of scale-up zijn [...] is positief.
We schatten de drie correlaties met behulp van regressieanalyses. Daarbij voeren we elke regressie twee keer uit. Namelijk eerst met de volledige dataset en daarna met een subset met alleen verhuizingen tussen ecosystemen. Daarmee identificeren we twee verschillende kanalen via welke de ecosysteemkwaliteit samenhangt met de bedrijfsprestaties.
Ten eerste, de volledige dataset laat zien wat er gebeurt met de bedrijfsprestaties wanneer het ecosysteem waarin bedrijven zich bevinden verbetert. Immers, 90% van alle bedrijven blijft gedurende de hele onderzoeksperiode in dezelfde regio. Dit kanaal geeft aan wat de meerwaarde voor het bedrijfsleven is wanneer het ecosysteem verbetert, bijvoorbeeld door inspanning van regionale overheden.
Ten tweede, wanneer we de data beperken tot verhuisbewegingen, dan identificeren we het effect via de verhuizingen tussen ecosystemen van verschillende kwaliteit.[5] Dit laatste kanaal kijkt naar wat de mogelijke meerwaarde voor een bedrijf is van verplaatsing naar een andere regio. Het laat zien of kwaliteitsverschillen tussen ecosystemen van betekenis zijn voor de bedrijfsprestaties.
Bevindingen
Correlatie 1: de aanwezigheid van startups en scale-ups
We beginnen met de samenhang tussen de kwaliteit van het ecosysteem en de waarschijnlijkheid dat jonge bedrijven een startup of scale-up zijn; en die is positief (zie tabel 1). Zowel voor bedrijven die gedurende de hele periode in hetzelfde ecosysteem verblijven als voor bedrijven die tussentijds naar een andere regio vertrekken.
Tabel 1. Samenhang kwaliteit ecosysteem en de waarschijnlijkheid dat een bedrijf een startup/scale-up is.

Coëfficiënt is + bij significant (5%) positief, – bij significant (5%) negatief en 0 bij niet significant. In dit model controleren we voor jaar, bedrijfstak, leeftijdsklasse en rechtsvorm. Het is niet mogelijk om de samenhang met de EE-index uit te splitsen naar verschillende bedrijvengroepen, omdat die waarde perfect collineair is met de afhankelijke variabele.
Deze uitkomsten bevestigen de bevindingen van eerder onderzoek op regionaal niveau, maar nu met bedrijfsgegevens. We zien relatief veel startups en scale-ups in sterke ecosystemen. We weten niet of dat komt omdat bestaande startups en scale-ups naar die sterke ecosystemen toe trekken of omdat er in die ecosystemen meer startups opgericht worden.
Correlatie 2: de innovatie-inspanning
De literatuur koppelt een sterk ecosysteem ook aan innovatie. Startups en scale-ups worden vaak als innovatief gezien, maar uit Den Dulk et al. (2024) blijkt dat een minderheid ervan daadwerkelijk aan speur- en ontwikkelingswerk (S&O) doet. Het aantal startups en scale-ups in een ecosysteem is daarom geen goede maatstaf voor het aantal bedrijven dat aan innovatie doet. Daarom kijken we expliciet naar de S&O-inspanning van bedrijven. Zien we dat bedrijven vaker aan S&O doen wanneer de kwaliteit van het ecosysteem verbetert?
In het bovenste deel van tabel 2 zien we inderdaad dat de ecosysteemkwaliteit positief samenhangt met de waarschijnlijkheid dat jonge bedrijven aan S&O doen. Het resultaat laat dus zien dat er relatief veel innovatieve starters en startups met WBSO-gebruik zijn in sterke ecosystemen. Die conclusie verandert niet wanneer we de data beperken tot alleen verhuisbewegingen.
We noemen dit een positieve samenhang langs de extensieve marge. Het aandeel bedrijven dat aan innovatie doet correleert met de ecosysteemkwaliteit. Dat betekent niet automatisch dat bedrijven die aan innovatie doen ook een grotere S&O-inspanning leveren in sterke ecosystemen. Dat noemen we de samenhang tussen de ecosysteemkwaliteit en de innovatie langs de intensieve marge.
Het resultaat laat dus zien dat er relatief veel innovatieve starters en startups met WBSO-gebruik zijn in sterke ecosystemen.
Het onderste deel van tabel 2 laat zien dat er langs de intensieve marge geen samenhang is. Voor bedrijven die aan S&O doen zien we geen statistisch significante correlatie tussen de kracht van het ecosysteem en de omvang van de S&O-inspanning: niet voor startups en scale-ups en niet voor innovatieve starters. Het maakt ook hier niet uit of we alle data gebruiken of alleen de data met verhuisbewegingen.
De bevindingen bevestigen ten dele de bestaande literatuur, maar brengen wel nuancering aan. Ja, een sterker ecosysteem correleert positief met de waarschijnlijkheid dat bedrijven innovatie-activiteiten ontplooien. Maar het is niet zo dat die innovatie-activiteiten ook een grotere omvang bereiken in een sterker ecosysteem. We vinden dus alleen een samenhang langs de extensieve marge en niet langs de intensieve marge.
Tabel 2. Samenhang kwaliteit van het ecosysteem en de waarschijnlijkheid dat een bedrijf aan S&O doet (wel/niet), S&O-niveau naar bedrijfsgroep.

Coëfficiënt is + bij significant (5%) positief, – bij significant (5%) negatief en 0 bij niet significant. In elk model controleren we voor jaar, bedrijfstak, leeftijdsklasse en rechtsvorm.
Correlatie 3: de economische bedrijfsprestaties
Het theoretisch model van het ecosysteem (figuur 1) leidt tot een veronderstelde grotere waardecreatie binnen het gehele ecosysteem. Onderdeel van die waardecreatie zijn inkomen en productiviteit op het niveau van het ecosysteem, in ons geval de COROP-regio. Omdat we in dit onderzoek de analyse verrichten op alleen jonge bedrijven in de business economy (marktgerichte bedrijfstakken, definitie zie voetnoot 1), kunnen we geen definitieve conclusies trekken op het COROP-niveau.[6] Maar we kunnen wel kijken of jonge bedrijven gemiddeld betere economische prestaties leveren bij een hogere kwaliteit van het ecosysteem, en of die samenhang verschilt tussen de verschillende type jonge bedrijven. We kijken naar de omzet en de arbeidsproductiviteit.
Omzet
Uit de resultaten van tabel 3 blijkt dat er alleen voor gewone starters een positieve samenhang is tussen de kwaliteit van het ecosysteem en de omzet. Voor de groep startups en scale-ups zien we een negatieve samenhang wanneer we de analyse uitvoeren op de complete dataset en geen samenhang wanneer we ons beperken tot alleen verhuisbewegingen. Voor de groep van innovatieve starters vinden we in beide modellen geen significante samenhang.
Tabel 3. Samenhang kwaliteit van het ecosysteem met omzet.

Coëfficiënt is + bij significant (5%) positief, – bij significant (5%) negatief en 0 bij niet significant. In elk model controleren we voor jaar, bedrijfstak, leeftijdsklasse en rechtsvorm.
Arbeidsproductiviteit
Wanneer we de samenhang tussen de kwaliteit van het ecosysteem correleren met de arbeidsproductiviteit van jonge bedrijven, vinden we geen positieve samenhang. Hoewel startups wel vaker innovatie-activiteiten ontplooien wanneer de kwaliteit van het ecosysteem toeneemt, blijkt dat dit op korte termijn zich niet vertaalt naar een hogere arbeidsproductiviteit.
Tabel 4. Samenhang kwaliteit van het ecosysteem met arbeidsproductiviteit.

Coëfficiënt is + bij significant (5%) positief, – bij significant (5%) negatief en 0 bij niet significant. In elk model controleren we voor jaar, bedrijfstak, leeftijdsklasse en rechtsvorm.
Conclusies
In dit artikel vinden we op basis van bedrijfsgegevens beperkt bewijs dat een verbetering van de kwaliteit van het ecosysteem in Nederland op korte termijn samenhangt met de bedrijfsprestaties van startups en scale-ups. We zetten de bevindingen op een rijtje:
Een verbetering van het ecosysteem hangt…
… positief samen met de aanwezigheid van startups en scale-ups
Op basis van de resultaten concluderen we dat een verbetering van het ecosysteem positief samenhangt met het aandeel startups en scale-ups. Dit is een bevestiging van bestaande literatuur die vergelijkbare uitkomsten bereikt met data op regionaal niveau.
… positief samen met de aanwezigheid van bedrijven die aan S&O doen
We zien dat een verbetering van het ecosysteem samenhangt met een grotere waarschijnlijkheid dat bedrijven aan S&O doen, zoals gemeten door gebruik van de WBSO. Dit onderschrijft het idee uit het theoretisch kader dat er een samenhang is tussen de kwaliteit van het ecosystemen en de aanwezigheid van innovatieve, jonge bedrijven, zoals startups en scale-ups.
… niet samen met de omvang van de innovatie-inspanning voor bedrijven die aan S&O doen
Voor bedrijven die aan S&O doen neemt de omvang van die S&O-inspanning niet toe met de verbetering van het ecosysteem. Dus een hogere kwaliteit van het ecosysteem creëert meer innovatieve, jonge bedrijven of trekt die aan, maar draagt niet bij aan meer de innovatie-inspanningen. Dat geldt zowel voor startups en scale-ups als voor innovatie starters en gewone starters.
... niet samen met meer omzet voor zowel startups en scale-ups als innovatieve starters
We zien geen verband tussen de kwaliteit van het ecosysteem en de omzet van startups en scale-ups en innovatieve starters. Er is wel een positief verband bij gewone starters, maar dat is niet het type bedrijf waarop de ecosysteemtheorie zich richt.
… niet samen met hogere arbeidsproductiviteit
De arbeidsproductiviteit hangt niet samen met de kwaliteit van het ecosysteem. Startups en scale-ups gaan niet efficiënter produceren bij een verbetering van het ecosysteem en dat geldt ook voor andere startende bedrijven.
Slot
Ons onderzoek laat zien dat een hogere regionale ecosysteemkwaliteit tot een hogere concentratie van innovatieve bedrijven kan leiden. Gegeven dat innovatie de drijfmotor vormt van groei op de lange termijn, is dat beleidsmatig een belangrijk inzicht. Maar beleid gericht op het verbeteren van de regionale ecosysteemkwaliteit zal naar verwachting niet direct resulteren in een verbetering van de bedrijfsprestaties, en dus ook niet de concurrentiepositie van het bedrijfsleven.
Opvallend is dat onze bevindingen niet uitmaken of we naar de volledige dataset kijken, of alleen die met verhuisbewegingen. Dat betekent dat zowel de verbetering van het ecosysteem (zoals gemeten met de EE-index) waarin een bedrijf actief is als verplaatsingen naar ecosystemen van hogere kwaliteit op de korte termijn niet samen gaan met betere bedrijfsprestaties.
Het gebrek aan samenhang tussen de ecosysteemkwaliteit en de bedrijfsprestaties in Nederland zegt niet dat die er niet is. Vanuit beleidsperspectief is het relevant dat in internationaal perspectief de ecosysteemkwaliteit in Nederland in de breedte hoog is. Mogelijk maken kwaliteitsverschillen binnen die top niet uit, maar is zo’n verband wel zichtbaar bij grotere verschillen tussen regionale ecosystemen.
Het volledige onderzoeksrapport is hier te lezen.
Voetnoten
[1] De marktgerichte bedrijfstakken zonder de overheidssector, de agrarische sector, de financiële dienstverlening, onderwijs, zorg, cultuur, sport en recreatie, belangen- en hobby-verenigingen en overige persoonlijke dienstverlening. Volgens de standaard bedrijven indeling (SBI) is het de samentelling van hoofdstuk B-N, exclusief K en inclusief 95.
[2] De geobserveerde bedrijfskenmerken betreffen de bedrijfstak, de bedrijfsgrootte, de rechtsvorm en de leeftijd. De geobserveerde bedrijfsprestaties zijn de innovatie-inspanning, de omzet en de arbeidsproductiviteit.
[3] Voor de meest recente publicatie en meer informatie over hoe de EE-index wordt berekend, zie
deze pagina.
[4] De methode, data en onderzoeksuitkomsten worden in uitgebreid detail besproken in het achterliggende onderzoeksrapport (Hendricksen & Veenstra, 2026).
[5] Ongeveer 10% van de bedrijven verhuist tenminste 1 keer tijdens de onderzoeksperiode, maar slechts 5% van alle observaties bestaat uit jaren voor en na een verhuizing.
[6] Onze onderzoekspopulatie van bedrijven die sinds 2010 zijn opgericht vormt ongeveer de helft van de bedrijven met rechtspersoon in de
business economy.
Referenties
Cloosterman, E., E. Stam & B. van der Starre (2018), De Kwaliteit van Ecosystemen voor Ondernemerschap in Nederlandse Regio’s, Utrecht Universiteit.
Den Dulk, D., T. Span & J. Veenstra (2024), Starten om niet te stoppen met groeien: wat startups en scale-ups onderscheidend maakt, BAT-lab onderzoeksrapport. Gepubliceerd op Bedrijvenbeleid in Beeld.
Hendricksen, T. & J. Veenstra (2026), Het ecosysteem als startmotor, maar niet als hogere versnelling: De kwaliteit van het regionaal ecosysteem voor ondernemerschap en de samenhang met de prestaties van startups en jonge bedrijven, BAT-lab onderzoeksrapport.
Leendertse, J., M. Schrijvers & E. Stam (2022), Measure Twice, Cut Once: Entrepreneurial Ecosystem Metrics, Research Policy, 51(9).
Mazzoni, L., M. Riccaboni & E. Stam (2025), Entrepreneurial ecosystems and interregional flows of entrepreneurial talent, Small Business Economics, 65, 1327-1361.
Stam, E. & A. van de Ven (2021), Entrepreneurial Ecosystem Elements, Small Business Economics, 56(2), 809-832.
Stam, E. & J. Brouwer (2024), Zo laat je ecosystemen voor ondernemerschap floreren, Brave New Books.
Van Dijk, J., J. Leendertse, E. Stam & F. Van Rijnsoever (2025), The entrepreneurial ecosystem clock keeps on ticking: A replication and extension of Coad and Srhoj (2023), Research Policy, 54(2), 105154.