Doorsluisroutes bieden forse belastingverlaging voor multinationals

Doorsluisroutes bieden forse belastingverlaging voor multinationals image
Afbeelding ‘Network’ van Ivan Emelianov (CC BY-NC-ND 2.0)
14 nov 2014 | | 706 keer bekeken
Bilaterale belastingverdragen worden met de beste intenties afgesproken om dubbele belastingheffing te voorkomen. Tegelijkertijd bieden deze verdragen multinationals de gelegenheid om door investeringen via derde landen te laten lopen de belasting nog verder te drukken. De CPB-economen Van ’t Riet en Lejour hebben dit zogenaamde treaty shopping onderzocht en komen tot de conclusie dat mulitnationals hun (dubbele) belastingdruk met gemiddeld 6 procentpunten kunnen verlagen.

Belastingontwijking

De belastingdruk van multinationals heeft de laatste jaren veel media-aandacht gekregen. Vooral de lage belastingen op buitenlandse winsten maken veel discussies los. Een aantal grote bedrijven is in staat deze belastingen tot een paar procent van de winst te beperken door gebruik te maken verschillende methoden, zoals strategisch hoge of lage verrekenprijzen tussen dochterondernemingen, leningen tussen dochterondernemingen waarvan de rente aftrekbaar is, hybride juridische constructies van holdings zodat de winst niet belastbaar is of treaty shopping. In het Verenigd Koninkrijk zijn dergelijke praktijken van Amazon, Google and Starbucks met de nodige morele verontwaardiging in het parlement besproken. Daarbij werd overigens onderkend dat er in het algemeen geen sprake was van belastingontduiking: de praktijken zijn niet onwettelijk. In het boek Het belastingparadijs geven Van Geest e.a. talloze voorbeelden van internationale belastingconstructies die via Nederland lopen.

Netwerk van belastingroutes

Wij hebben onlangs één van de methoden om de belastingdruk van multinationals te verlagen onderzocht, namelijk die bekend staat als treaty shopping: het gebruik maken van indirecte financieringsstructuren vanwege belastingvoordelen die niet bestaan op de directe route. Op basis van een analyse van internationale vennootschapsbelasting toegepast op een netwerk van 108 landen ontstaat een nieuw en oorspronkelijk zicht op de mogelijkheden van multinationals voor internationale belastingplanning. In een notendop komt onze analyse erop neer dat, net zoals in een vervoersnetwerk, de kortste routes worden berekend; de belastingkosten bij het repatriëren van winsten worden geminimaliseerd.

Methode

De belastingkosten worden bepaald door de tarieven van de vennootschapsbelasting en van de bronbelastingen op dividenden, en door de regelingen ter voorkoming van dubbele belasting, zoals de deelnemingsvrijstelling. In bilaterale belastingverdragen worden, vaak wederkerig, de tarieven van de bronbelastingen verlaagd. Als databron gebruiken we publiek beschikbare informatie, voornamelijk de Worldwide Corporate Tax Guide 2013 van EY (Ernst & Young) aangevuld met informatie van onder meer de OESO.

De data hebben we vertaald naar ‘belasting-afstanden’ zodat we rekenmethodes voor kortste routes hebben kunnen toepassen, zoals die van Dijkstra (1959). Voorzover wij hebben kunnen nagaan is dit niet eerder in de economische literatuur gedaan. Ook de schaal van de analyse, met een netwerk van 108 jurisdicties inclusief belastingparadijzen, komen we in de literatuur niet tegen. Over het algemeen blijft empirisch bewijs van treaty shopping beperkt tot de analyse van enkele landen, zonder op de interactie tussen landen in te gaan. Voorbeelden van deze analyses met microdata voor bedrijven zijn Weyzig (2013) voor Nederland en Mintz and Weichenrieder (2008) voor Duitsland. Weyzig concludeert dat het percentage van de directe buitenlandse investeringen (DBI) tussen twee landen dat via Nederland loopt 6 procentpunt hoger is wanneer er een bilateraal belastingverdrag is in vergelijking met constructies waar zo’n verdrag ontbreekt. Gemiddeld genomen loopt 11 procent van de bilaterale DBI via Nederland. Mintz en Weichenrieder (2008) concluderen dat lage (of geen) bronbelastingen op dividend belangrijk is voor het belang van een doorsluisland.

Wereldwijde resultaten

Zonder de regelingen voor het voorkomen van dubbele belastingen en bilaterale belastingverdragen zou de dubbele belasting wereldwijd gemiddeld 41 procent bedragen: dat is de combinatie van dividendbelasting in het bronland en de vpb in het thuisland, zie figuur 1. De unilaterale regelingen verlagen de dubbele belasting naar 21 procent, en de bilaterale verdragen naar 12 procent.

Figuur 1: Verlagingen van de gemiddelde dubbele belastingdruk

Figuur 1: Verlagingen van de gemiddelde dubbele belastingdruk

Bron: Van ‘t Riet en Lejour (2014)

De vennootschapsbelasting in het gastland van de investeringen blijft ongewijzigd. Vervolgens kunnen multinationals, door investeringen via een derde land te laten lopen, gebruik maken van verdragsvoordelen die niet bestaan voor de directe route. Voor tweederde van alle landenparen in het netwerk bestaat er een indirecte route die goedkoper is dan de directe verbinding. Wanneer de multinationals daarvan gebruik maken, zien ze hun belastingdruk met nog eens 6 procentpunt gereduceerd worden.

Landenresultaten

Deze resultaten zijn wereldwijde gemiddelden. We hebben ook de resultaten voor alle 108 landen geëvalueerd. Figuur 2 presenteert de resultaten waarbij de landen voor inkomende dividenden geordend zijn met alle dubbele belastingen, na gebruik van de nationale regelingen om dubbele belastingen te verlagen, na toepassing van de bilaterale belastingverdragen en na treaty shopping. Wat opvalt is dat na treaty shopping de dividendstromen naar zo’n 80 landen nauwelijks belast worden (waarbij er wel al vennootschapsbelasting is betaald in gastland). Dit zijn onder andere de EU-landen en de bekende belastingparadijzen. Hetzelfde geldt ook voor uitgaande dividenden.

Het verschil tussen de onderste lijnen in figuur 2 laat de effecten van treaty shopping zien voor alle 108 landenparen. Terwijl de belastingen in de directe landenparen (tussen gast- en thuisland) vaak tenminste 5 of 10 procent zijn, blijft daar na treaty shopping weinig van over. De mogelijkheid van treaty shopping voor multinationals betekent dat ze de belasting op de directe route kunnen omzeilen. Dit is het gevolg van het verdragennetwerk. In het OESO project Base Erosion and Profit Shifting (BEPS), dat mede op verzoek van de G20 wordt uitgevoerd, is er ook veel aandacht voor treaty shopping. Er zijn voorstellen (OESO, 2014) om de mogelijkheden voor treaty shopping tegen te gaan.

Figuur 2: Verdelingen van de dubbele belastingdruk (in procenten) voor inkomende dividenden voor alle 108 landen

Figuur 2 - Verdelingen van de dubbele belastingdruk (in procenten) voor inkomende dividenden voor alle 108 landen

Bron: Van ‘t Riet en Lejour (2014)

Doorsluislanden

De netwerkmethode identificeert ook de landen die in aanmerking komen voor de rol van doorsluisland. Hiervoor gebruiken we een indicator die in de netwerktheorie bekend als betweenness centrality. De centraliteitsscore die we berekenen wordt bepaald door hoe vaak een land gebruikt wordt als tussenstation op een kortste belastingroute. Er wordt gewogen over alle landenparen in het netwerk. De score komt neer op een percentage van de wereldwijde dividendstromen.

Het Verenigd Koninkrijk staat bovenaan de lijst van centrale landen in het belastingnetwerk, Nederland staat vierde op die lijst. Het belang van Nederland als doorsluisland is al eerder door het CPB belicht (Lejour en van ’t Riet, 2013). Over het algemeen geldt voor de landen in deze top 10 dat ze een lage of geen dividendbelasting heffen op uitgaande stromen, veel bilaterale belastingverdragen hebben afgesloten en de deelnemingsvrijstelling toepassen op inkomende dividenden. De eerste plaats van het VK lijkt te sporen met het actieve Engelse vestigingsplaatsbeleid.

In deze top tien staan landen waarvan bekend is dat ze relatief veel directe buitenlandse investeringen doorsluizen. Dat zijn het VK, Singapore, Nederland, Cyprus, Luxemburg en Ierland. Dit suggereert dat de netwerkanalyse op basis van een beperkt aantal belastingkarakteristieken al voor een groot deel de bestaande belastingroutes verklaart.

Tabel 1 : Top 10 van meest centrale landen in het belastingnetwerk

Land Tarief dividend-
belasting
Aantal verdragen Centraliteits-score

1

Verenigd Koninkrijk

0

51

0.0835

2

Estland

0

36

0.0594

3

Singapore

0

40

0.0559

4

Nederland

15

74

0.0463

5

Hongarije

0

47

0.0455

6

Slowakije

0

42

0.0451

7

Maleisië

0

34

0.0420

8

Cyprus

0

35

0.0379

9

Luxemburg

15

57

0.0373

10

Ierland

20

53

0.0330

Bron: Van ‘t Riet en Lejour (2014)

Hoe kan men treaty shopping tegengaan?

Omdat de netwerkanalyse een beschrijving van het internationale belastingsysteem genereert kan het ook ingezet voor beleidssimulatie. Gezien de aandacht voor belastingparadijzen en het BEPS-project van de OESO (zie hierboven) hebben we het volgende gesimuleerd: alle dividendstromen uit de bekende belastingparadijzen naar OESO-landen komen niet meer in aanmerking voor fiscaal gunstige behandeling. Het gevolg hiervan op de gemiddelde dubbele belasting is een verhoging van een bijna half procentpunt. Dat geldt voor de directe belastingroutes. Wanneer vervolgens indirecte belasting routes mogelijk zijn dan weten de multinationals de verhoging van de belastingdruk te beperken tot iets meer dan een tiende procentpunt.  Dus de impact van de maatregel op de dubbele belasting blijkt bescheiden en treaty shopping heeft een sterk dempend effect op de uiteindelijke belastingdruk. Dit wijst erop dat het tegengaan van belastingontwijking grootschalige internationale samenwerking vereist.

Referenties

Dijkstra, E., 1959, A note on two problems in connexion with graphs. In: Numerische Mathematik. 1 (1959), blz. 269–271.

EY, 2013, Worldwide Corporate Tax Guide 2013.

Geest, M. van, J. van Kleef en H.W. Smits, 2013, Het Belastingparadijs, Business Contact, Amsterdam.

Lejour, A. en M. van ‘t Riet, 2013, Bilaterale belastingverdragen en buitenlandse investeringen, CPB Policybrief 2013/7, Den Haag.

OESO, 2014, OECD releases first BEPS recommendations to G20 for international approach to combat tax avoidance by multinationals, Parijs.

OESO Tax Database: http://www.oecd.org/tax/tax-policy/tax-database.htm#C_CorporateCaptial

Van ‘t Riet, M. en A. Lejour, 2014, Ranking the stars: network analysis of bilateral tax treaties, CPB Discussion Paper 290, Den Haag.

Weichenrieder, A.J. en J.M. Mintz, 2008, What determines the use of holding companies and ownership chains?, Oxford University Centre For Business Taxation WP 08/03.

Weyzig, F., 2013, Tax treaty shopping: structural determinants of Foreign Direct Investment routed through the Netherlands, International Tax and Public Finance 20(6), 910-937.

Te citeren als

Maarten van ’t Riet, Arjan Lejour, “Doorsluisroutes bieden forse belastingverlaging voor multinationals”, Me Judice, 14 november 2014.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.