Hoe kan een volgend kabinet het beste sociaal ondernemerschap steunen?

Hoe kan een volgend kabinet het beste sociaal ondernemerschap steunen? image

Afbeelding ‘Bootcamp Financiering voor Lokale initiatieven’ van Sebastiaan ter Burg (CC BY 2.0).

Sociale, ecologisch en economische vraagstukken worden in toenemende mate bediend via de weg van sociale ondernemingen. Privaat initiatief zal ongetwijfeld ook de boventoon voeren in een volgend kabinet. Maar hoe kan een volgend kabinet dit het beste faciliteren? Harry Hummels laat hier zijn licht over schijnen en komt tot de conclusie dat veel sociale ondernemingen een wankele financiële basis hebben en dat een Nationaal investeringsfonds als steun of aanjager van sociale ondernemingen kan lonen. Maar pas op, zo stelt hij, niet alle maatschappelijke problemen laten zich via de weg van de marktwerking oplossen.

Sociale ondernemingen

Met de naderende komst van Rutte-III lijkt een ding zeker: de markt en het maatschappelijk middenveld gaan een belangrijk aandeel leveren in het oplossen van sociale, economische en ecologische vraagstukken. Wie even terugbladert in de verkiezingsprogramma’s van D’66, CDA en ChristenUnie, vindt daarin de sociale onderneming expliciet vermeld. De VVD gaat niet verder dan een verwijzing naar de maatschappelijke verantwoordelijkheid van ondernemingen, maar toch. Ondernemen, zo is de gedachte, draagt bij aan het oplossen van maatschappelijke uitdagingen. Deze gedachte wordt ondersteund door onderzoek van McKinsey uit 2016. Dat wees uit dat in Nederland inmiddels zo’n 6000 sociale ondernemingen actief zijn. Zij bieden werk aan ongeveer 75.000 medewerkers en voegen 3,5 miljard euro toe aan het nationaal inkomen. Recent onderzoek door het ABN AMRO Social Impact Fund bevestigt deze trend.

Inschakelen van ondernemingen

Overigens is de Nederlandse overheid al jaren een voorstander van het bevorderen van maatschappelijke waardecreatie door ondernemingen – van groot tot klein. Daar waar de markt – eventueel met een zetje in de rug van de overheid, maatschappelijke instellingen, goede doelen of vermogensfondsen – bij kan dragen aan maatschappelijke ontwikkeling, is de overheid in toenemende mate een partner. Dat beperkt zich niet tot sociale ondernemingen. Vanuit het perspectief van gemeentelijke overheden en de rijksoverheid kunnen alle ondernemingen een bijdrage leveren aan maatschappelijke waardecreatie of het oplossen van maatschappelijke problemen. Een goed voorbeeld vormen schoonmaakbedrijven die mensen met een achterstand tot de arbeidsmarkt een kans geven op werk – en daarmee op integratie in de samenleving.

..die in toenemende mate hun bijdrage expliciet maken

Kenmerkend voor de huidige trend is dat ondernemingen steeds vaker expliciet melding maken van de sociale of maatschappelijke bijdrage die zij willen leveren. Daarmee gaat de trend verder dan het reeds in menig bedrijfsbeleid ingevoerde ‘maatschappelijk verantwoord ondernemen’. Naast het expliciet verhelderen van het streven naar maatschappelijke probleemverlichting of bewust maatschappelijke waardecreatie, rapporteren de voorlopers ook over de mate waarin en de wijze waarop zij hun doelstellingen daadwerkelijk realiseren.

Talloze voorbeelden komen dan voorbij, uiteenlopend van het bijeenbrengen van ouderen in een breiende onderneming (Granny’s Finest), tot het ontwikkelen van informatie en datasystemen die de marktpositie van kleine Afrikaanse boeren versterkt (SCOPEInsight). Bekender is het voorbeeld van Tony’s Chocolonely dat 100% kindslaafvrije chocola produceert. Ook multinationals laten zich niet onbetuigd. DSM opende recentelijk een fabriek voor hoogwaardige voedingsnutriënten in Rwanda gericht op vrouwen en jonge kinderen, terwijl dochteronderneming Niaga (de omkering van ‘again’) volledig circulair tapijt produceert. Ook voor Van Gansewinkel bestaat afval niet langer. Alles is grondstof geworden. Verder draagt Ben & Jerry’s, met een jaarlijkse omzet van een miljard+, bij aan Unilever’s bewustwording over maatschappelijk ondernemen. En dan is er natuurlijk ABN AMRO zelf dat investeert in maatschappelijke ondernemingen.

Fragiele financiële basis

De genoemde voorbeelden zijn allen maatschappelijk, economisch en financieel succesvol. Het gros van de ondernemingen zit echter nog in de startfase en heeft moeite de eindjes aan elkaar te knopen. Daarnaast vindt deze groep ondernemingen het problematisch, aldus ABN AMRO, om voldoende financiering voor hun onderneming te vinden. Een goed voorbeeld is GoOV, dat mensen met een handicap in staat stelt zelfstandig gebruik te maken van het openbaar vervoer. Dat draagt bij aan de emancipatie van mensen met een beperking, maar bespaart tegelijkertijd tientallen miljoenen aan publieke middelen. Het vinden van investeringskapitaal blijft echter een uitdaging.

Het gros van de maatschappelijke ondernemingen zit echter nog in de startfase en heeft moeite de eindjes aan elkaar te knopen.

Vanuit de financiers gedacht is dat niet zo vreemd. Veel van de initiatieven hebben overwegend een maatschappelijk karakter. De bedrijfseconomische onderbouwing gericht op een (financieel) duurzame bedrijfsvoering is regelmatig aan de magere kant. De oproep van ABN-AMRO aan (maatschappelijk gemotiveerde) investeerders om risicovoller te investeren, zal vermoedelijk niet tot het gewenste resultaat leiden. Vanuit het oplossen van vraagstukken rond de zorg, de vergroening van de economie, of het onderwijs is mogelijk sprake van een gemiste kans. Ondernemingen en het maatschappelijk middenveld kunnen namelijk een belangrijke rol vervullen, maar hebben een zetje in de rug nodig.

Voorstel: nationaal investeringsfonds

Het is precies hier dat de politiek een zetje kan geven door de oprichting van het Nationaal Investeringsfonds voor Maatschappelijke Ontwikkeling (NIMO). Doel van NIMO zou moeten zijn om maatschappelijk relevante initiatieven te financieren, dan wel garanties te bieden aan private investeerders om de financiering voor hun rekening te kunnen nemen. Het fonds kan het best worden opgezet als een revolverend fonds, overeenkomstig de structuur die het Ministerie van Buitenlandse Zaken hanteert in het Dutch Good Growth Fund (DGGF). Het DGGF is in 2014 opgericht door het Ministerie van Buitenlandse Zaken ter ondersteuning van het ‘van hulp naar handel’ beleid. Het DGGF verstrekt dan ook investeringskapitaal; het gaat dus niet om geefgeld of probeergeld. Een professionele vermogensbeheerder beheert het fonds namens de Nederlandse overheid. Op enigszins [1] vergelijkbare wijze zou NIMO kunnen worden opgericht. Het verstrekt kapitaal aan ondernemingen die een significante maatschappelijke potentie koppelen aan een uitdagende financiële bedrijfsvoering gedurende de eerste fasen van hun bestaan. Naast geld zou het fonds ook technische assistentie kunnen bieden aan de ondernemers. Daarmee heeft het fonds een duidelijke brugfunctie. Na een jaar of drie zouden de maatschappelijke ondernemingen gereed moeten zijn voor marktgerichte investeringen.

Bedenk dat privaat initiatief niet alles kan oplossen

Hoe belangrijk een dergelijk stimulerings- en ontwikkelingsfonds ook is, het vormt geen panacee voor het oplossen van alle maatschappelijke problemen. Veel uitdagingen waar we als samenleving voor staan, kunnen niet via de weg van de onderneming worden opgelost. Sommige vraagstukken, zoals die ten aanzien van de primaire gezondheidszorg, het onderwijs, veiligheid, en sociale cohesie, kunnen niet worden opgelost door de markt. Soms kan de markt een kleine bijdrage leveren, zoals in het geval van het integreren van oorlogsvluchtelingen, maar dat is hooguit een deeloplossing. Dat laat onverlet dat NIMO een belangrijke bijdrage kan leveren, naast andere beleidsinstrumenten waar de overheid meer direct de regie zou moeten en kunnen nemen. Soms kunnen belangrijke zaken niet via de markt worden opgelost en is het aan de samenleving en de overheid om met adequate antwoorden te komen.

Voetnoot:


[1] Ik schrijf hier ‘enigszins’ omdat het DGGF investeert in fondsen en niet rechtstreeks in ondernemingen. Dat zou natuurlijk ook kunnen worden gedaan in het geval van NIMO. Echter, in Nederland is het aantal investeringsfondsen dat zich richt op ondernemingen met een maatschappelijke doelstelling nog relatief beperkt. Veelal zal NIMO dus geld verstrekken aan (of een garantie geven aan investeerders die rechtstreeks investeren in) ondernemingen.

Te citeren als

Harry Hummels, “Hoe kan een volgend kabinet het beste sociaal ondernemerschap steunen?”, Me Judice, 14 augustus 2017.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.

Afbeelding

Afbeelding ‘Bootcamp Financiering voor Lokale initiatieven’ van Sebastiaan ter Burg (CC BY 2.0).

Ontvang updates via e-mail