De Mythe van Merkel ontkracht: Europa betaalt voor Duitse banken

De Mythe van Merkel ontkracht: Europa betaalt voor Duitse banken image
1 apr 2011
Op donderdag 24 maart zijn de regeringsleiders akkoord gegaan met een uitbreiding en het permanent maken van noodfonds voor eurolanden. Hiervoor is het Europees Stabilisatiemechanisme (ESM) opgericht met een kredietverleningscapaciteit van 500 miljard euro. Door velen wordt dit gezien als een manier om de euro te redden. Anderen zien het als een manier om de overheidsfinanciën van een aantal eurolanden (Griekenland, Ierland en Portugal) op te lossen. De laatste visie overheerst in Duitsland. Duitsland mag weer de betaalmeester van Europa zijn. Die Welt kopt dan ook dat dit het einde van een mythe is. Namelijk de mythe dat Duitsland niet betaalt voor andere landen. In dit artikel beweer ik het omgekeerde. De Ieren en anderen betalen voor de problemen van de Duitse banken. Nederland garandeert deze betalingen. Een mythe die Merkel blijkbaar graag geheim houdt.

Euro niet in gevaar

De term steunpakket voor de euro suggereert dat we in Europa een probleem met de euro hebben. Dat zou betekenen dat we een valutacrisis hebben. Dat is niet zo. Er is geen enkel probleem met de euro. De waarde van de euro is vrij stabiel ten opzicht van de andere munten. Ten opzichte van de dollar is ze zelfs eerder overgewaardeerd dan ondergewaardeerd. Ook de interne waarde van de euro is stabiel. De inflatie loopt wel wat op maar is nog altijd laag.

Wat is er dan aan de hand?

We hebben in Europa te maken met een landencrisis en een bankencrisis. De landencrisis bestaat uit het feit dat een aantal landen (Griekenland voorop) structureel meer uitgeven dan ze aan inkomsten hebben. Hierdoor is de overheidsschuld zo sterk opgelopen dat beleggers alleen nog tegen zeer hoge rentes deze uitgaven willen financieren. In een aantal gevallen wordt getwijfeld of ze ooit wel alle schulden zullen betalen. De Duitse houding refereert naar dit probleem.

Maar we hebben in Europa ook last van een bankencrisis. Sommige banken hebben veel geld uitgeleend aan instellingen, waaronder Europese overheden, die waarschijnlijk niet alles terug kunnen betalen. Als deze bezittingen van de banken op hun huidige waarde worden geschat, dan hebben ze waarschijnlijk te weinig kapitaal. Dit betreft waarschijnlijk vooral Duitse banken.

Duitsland heeft namelijk twee problemen in de financiële sector. De eerste is dat er erg veel gespaard wordt en er veel banken zijn. Doordat er veel gespaard wordt is het moeilijk genoeg projecten te vinden die een goed rendement opleveren en toch weinig risico met zich meebrengen. Het grote aantal banken maakt weer dat de kosten hoog zijn. Het tweede probleem betreft de Landesbanken. Dit zijn banken die eigendom zijn van het Land (een deelstaat). Oorspronkelijk waren ze alleen kassier van het Land. Tegenwoordig hebben ze ook een commerciële poot. Ze hebben veel geld verloren door het faillissement van Landsbanki en Lehman Brothers. De vermogenspositie van de Duitse banken is dus zwak. Het zal veel tijd kosten om die vermogenspositie te verbeteren. De regering Merkel heeft daarom een lange overgangsperiode weten te bedingen voor de invoering van de richtlijnen van Basel III. Dit zijn de nieuwe eisen waaraan de banken moeten voldoen.

Besmettingsgevaar groot

Hoe groot is de kans dat de problemen rond de overheidsschulden leiden tot een bankencrisis. Redelijk schat ik. Allereerst is de kans redelijk groot dat verschillende overheden hun schulden niet kunnen of willen afbetalen (zie ook Teulings et al., 2011). Voor Griekenland is uitgerekend dat binnen een paar jaar de overheidsschuld 150 procent van het Bruto Binnenlands Product bedraagt. De rente en aflossing daarop zijn zo groot dat men op een gegeven moment in zal zien dat een deel niet afgelost kan worden. Ik heb ook twijfel over de bereidheid van de Ierse bevolking om de schulden af te lossen. Deze schulden waren heel laag maar zijn snel opgelopen doordat de Ierse staat banken heeft overgenomen. De aandeelhouders van deze banken zijn hun bezittingen kwijt maar de obligatiehouders niet. De laatsten krijgen rente en aflossing nog gewoon betaald. De Ierse belastingbetaler mag dit allemaal financieren. Maar als een bedrijf failliet gaat dan moet ook de obligatiehouder maar afwachten of hij een deel van zijn geld terugkrijgt. De Ierse staat is zo goed geweest te voorkomen dat de banken failliet zijn gegaan. Maar betekent dit ook automatisch dat obligatiehouders helemaal geen pijn hoeven te lijden? Ik kan me niet voorstellen dat de Ierse belastingbetaler die redenering willen blijven volgen.

Duits belang mistig

Hoe zeker weet ik dat de Duitse banken de grootste verliezer zullen zijn als de Griekse, Ierse en Portugese overheid hun schulden niet volledig aflossen? Eerlijk gezegd heb ik daarvoor veel aanwijzingen maar geen harde bewijzen en nog erger, de laatste krijgen U en ik voorlopig ook niet. We krijgen geen duidelijk beeld omdat de Europese stress test onvoldoende informatie oplevert. De details van deze test zijn een paar weken geleden door de European Banking Authority (EBA) bekend gemaakt. De test bevat een scenario waarin de gevoeligheid van banken wordt berekend voor waardevermindering van overheidschulden. Deze waardevermindering heeft alleen betrekking op het handelsboek, dat zijn obligaties die de bank in bezit heeft om er mee te handelen. De beleggingen van de banken zelf, het bankenboek, worden niet meegenomen. Verder wordt een verslechtering van de normale voorwaarden doorgerekend. Dus de kredietwaardigheid in het eurogebied wordt minder en daardoor ook de waarde van overheidsobligaties. Dit betekent dat bij een korte looptijd maar een klein deel van de obligaties hoeft te worden afgeboekt. Geen scenario wordt doorgerekend waarbij maar en deel van de schuld wordt afbetaald en de rest moet worden afgewaardeerd. Eigenlijk zijn het tests op een verslechterende gewone situatie in plaats van een rampenoefening.

Hoewel de Europese stresstests strenger hadden gemogen / gemoeten, reageerden de Duitse bankiersvereniging als door een wesp gestoken, toen de EBA aankondigde dat de resultaten van de stresstest zouden worden gebruikt om te bekijken welke banken meer kapitaal nodig hebben. “We gaan toch niet vooruitlopen op de Basel III eisen?!” klonk het van de Duitse kant. Duitsland heeft niet voor niets een lange overgangsperiode bedongen. Verder blijkt uit een studie van de OESO dat de Duitse banken fors hebben belegd in de eurolanden met problemen (zie Blundell-Wignall en Slovik, 2011). Voor mij twee aanwijzing dat de Duitse banken er slecht voorstaan en graag veel tijd krijgen om hun kapitaal aan te vullen.

Als het hierboven staande klopt betalen de Griekse en Ierse belastingbetaler dus om te voorkomen dat Duitse banken grote verliezen lijden. Via het eurofonds staat de Nederlandse belastingbetaler garant. Een redenering die haaks staat op die de Duitse pers ons voorschotelt. Maar de Duitsers houden de laatste mythe nog graag in stand.

* Dit artikel is op 1 april 2011 in het Friesch Dagblad verschenen.

Referenties:

Blundell-Wignall, A. en P. Slovik, 2011, A market perspective on the European sovereign debt and banking crisis, OECD Financial Market Trends Vol. 2010, Issue 2

Teulings, C.N., M. Bijlsma en J. Lukkezen, 2011, Nederland en de Europese schuldencrisis, CPB Policy Brief, 2011/03.: S. Zeimke, Flickr

Dit artikel kan worden overgenomen met bronvermelding. Toezending van bewijsexemplaren wordt op prijs gesteld. © Me Judice.

Te citeren als

Eelke de Jong, “De Mythe van Merkel ontkracht: Europa betaalt voor Duitse banken”, Me Judice, 1 april 2011.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.

Afbeelding

Ontvang updates via e-mail