Is de prijs van solidariteit in de zorg te hoog?

Is de prijs van solidariteit in de zorg te hoog? image
Afbeelding ‘Utrecht | Vrouwe Justitiaplein | Vrouwe Justitia’ van Nico Arkesteijn (CC BY 2.0)
10 jan 2013 | | 5302 keer bekeken
Het CPB is deze week met een beladen rapport naar buiten gekomen waarin wordt gesteld dat de solidariteit in het zorgstelsel onder druk staat. De Rotterdamse hoogleraar gezondheidsrecht Martin Buijsen stelt dat het CPB weliswaar rationele argumenten naar voren brengt om de zorg betaalbaar te houden, maar in haar advies gaat zij volledig voorbij aan het feit dat het recht van gelijke toegang tot zorg een erkend mensenrecht is en dat daardoor het advies een onvolledige afweging presenteert.

Solidariteit onder druk

Uit onvrede met de omvang van zijn aan de Franse staat af te dragen inkomsten heeft filmacteur Gérard Depardieu zijn nationaliteit verruild voor de Russische. Onlangs constateerde het Centraal Planbureau (CPB) dat de solidariteit in het Nederlandse zorgstelsel onder druk komt te staan. Mensen met een hoger inkomen dragen momenteel het meest bij aan de collectieve kosten van zorg, terwijl het zorggebruik door mensen met een lage opleiding groter is dan het zorggebruik door mensen met hogere opleiding. Neemt het zorggebruik verder toe, dan komt deze grote mate van solidariteit onder druk te staan. Zou het CPB nu vrezen dat in navolging van de goedbetaalde Franse topacteur hoog opgeleide Nederlanders zullen uitwijken naar het buitenland, om zo de hoge zorgkosten te ontlopen? Dat zou absurd zijn, niet alleen omdat voor hun bijdrage deze Nederlanders toegang hebben tot voorzieningen waarvan men in menig buitenland alleen maar kan dromen, maar ook omdat een hoogopgeleide weliswaar in aantallen euro’s meer bijdraagt, maar niet in relatieve zin, dat wil zeggen afgezet tegen zijn vrij besteedbaar inkomen.

Advies

Nog absurder is de oplossing die het CPB voorstelt. Het adviesorgaan meent ook dat de nu geldende uniformiteit in de gezondheidszorg steeds slechter aansluit bij de wensen van zowel armen als rijken. In het huidige stelsel kunnen mensen met een laag inkomen immers niet kiezen voor een kleiner zorgpakket ten gunste van andere bestedingen, terwijl mensen met een hoger inkomen weinig mogelijkheden hebben om voor betere zorg te kiezen. Met andere woorden, omdat de druk op de solidariteit onaanvaardbaar hoog wordt, verdient het de aanbeveling de solidariteit (deels) teniet te doen!

Tussen ratio en gevoel

Discussies naar aanleiding van adviezen als deze roepen in de media steevast twee soorten van reacties op. Vorig jaar adviseerde men een aantal weesgeneesmiddelen (medicijnen voor zeldzame ziekten, in dit geval die van Pompe en Fabry) niet langer collectief te financieren. De zogenaamd rationele argumenten (steevast economische in dit soort van discussies) botsten vervolgens met de voor de hand liggende meer emotionele reacties. Volgens de tegenstanders van collectieve financiering waren de kosten van deze middelen onaanvaardbaar hoog, afgezet tegen de geringe baten. Ook in die discussie duurde het enige tijd voordat de beleidsmakers begrepen dat het maken van keuzes in de gezondheidszorg zich niet in een normatief vacuüm voltrekt. De beleidsruimte is al enigszins voorgestructureerd: er zijn argumenten - juridische - die het zoeken naar oplossingen in een bepaalde richting eenvoudigweg uitsluiten.

Zorg is een mensenrecht

Noodzakelijke gezondheidszorg is een ook door Nederland erkend mensenrecht, een sociaal grondrecht dat de verplichting van progressieve verwerkelijking, oftewel voortdurend toenemende toegankelijkheid herbergt. Toegang tot noodzakelijke gezondheidszorg is een recht van ieder mens. Tot dergelijke voorzieningen behoort ieder mens gelijke toegang te hebben (in termen van beschikbaarheid en bereikbaarheid, in financiële en temporele zin, etc.). Wat vervolgens geldt als noodzakelijke gezondheidszorg, is grotendeels ter bepaling aan de staat die dit recht erkend heeft. Wat wij in Nederland als noodzakelijke zorg beschouwen, plegen wij collectief te financieren. Dat wij allen beduidend meer behandelmogelijkheden tot onze beschikking hebben dan de burgers van een land als – zeg – Senegal, spreekt voor zich. Maar zoals de Senegalese overheid de verplichting kent om noodzakelijke zorg meer en meer beschikbaar te stellen voor al haar burgers, gesteld dat het land partij is bij verdragen waarin noodzakelijke gezondheidszorg als mensenrecht is erkend, zo kan ook de Nederlandse overheid alleen maar vooruit. Zij had de beleidsvrijheid om de genoemde weesgeneesmiddelen niet in het basispakket op te nemen. Zo’n keuze zou niet in strijd met het mensenrecht zijn geweest. Maar nu de keuze tot collectieve financiering (en daarmee tot toegankelijkheid voor eenieder) wel gemaakt was, kon de Minister van VWS - bij gebrek aan betere alternatieven voor de betrokken patiëntengroepen – het advies niet volgen. Niet collectief financieren was geen optie meer, bezien of de fabrikanten tot lagere prijzen te bewegen zijn was wel een optie. Was men in eerste instantie maar kritischer geweest!

CPB-visie is te eng

Met de door het CPB aangedragen oplossing is het niet anders. De rationele argumenten zijn deze. Verhoging van de uniforme (nominale) premies doet een grote aanslag op het vrij besteedbaar inkomen van mensen met een lage opleiding. Hogere inkomensafhankelijke premies leggen de rekening vooral neer bij mensen met een hogere opleiding en verminderen de werkgelegenheid en economische groei. Het tegenargument laat zich raden. Afstappen van een voor iedereen gelijk basispakket leidt tot tweedeling in de zorg.

Anders dan het CPB in zijn rapport concludeert is gelijke toegang tot zorg voor iedereen niet slechts een wens, maar een recht. De beleidsmakers doen er goed aan te beseffen dat de Nederlandse overheid zich dankzij het mensenrecht tegen een muur gesteld weet. Er is voor wat betreft noodzakelijke gezondheidszorg geen weg terug. Het mensenrecht dwingt tot creativiteit. Dat lager opleiden voor een kleiner pakket zouden moeten kunnen kiezen, is een te gemakkelijke oplossing en welbeschouwd helemaal geen optie. De ratio van het het CPB is een ratio waarin mensenrechten geen gewicht krijgen. De afweging is onvolledig.

Te citeren als

Martin Buijsen, “Is de prijs van solidariteit in de zorg te hoog?”, Me Judice, 10 januari 2013.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.