De vermeende kracht van aanstekelijke verhalen

De vermeende kracht van aanstekelijke verhalen image
Afbeelding: Robert Shiller, Princeton Public Library.
Robert Shiller heeft een verfrissende kijk op economie in zijn nieuwste boek Narrative economics etaleert hij wederom zijn originaliteit. Zijn centrale idee is dat de verhalen die mensen elkaar vertellen - of ze nu juist zijn of klinkklare onzin - in de praktijk veel krachtiger zijn dan vaak wordt gedacht. Ondanks het goede basisidee stelt het boek teleur volgens Harry van Dalen. Het leest als een smakelijk en uitgebreid onderzoeksvoorstel, maar het echte onderzoek ontbreekt echter.

Economische verhalen

Iedere tijd, ieder land kent zijn eigen economische verhalen. Iedereen kent wel die momenten waardoor je in de ban raakt van een verhaal en op grond daarvan een beslissing neemt die je jaren later weer betreurt. Beurshandelaren, makelaars, of vrienden op een feestje of collega’s bij de koffieautomaat, ze maken bewust dan wel onbewust gebruik van economische verhalen. Nu moet je Bitcoins of een lijfrente kopen, of wie in huurhuis woont is een dief van zijn eigen portemonnee, schulden maken is niet erg, sterker nog, je bent gek als je geen gebruik maakt van de aftrekmogelijkheden die de overheid biedt en ga zo maar door. Al deze verhalen hebben een kern van waarheid, maar ook een valse kern: het gemak waarmee bijvoorbeeld tussenpersonen hun advies geven doet de vraag opwerpen waar zij die zekere kennis aan ontlenen. Als econoom wordt je getraind om onderscheid te maken tussen de zin en onzin die er in maatschappij over economie en samenleving wordt rondgestrooid. De neiging bestaat dan al gauw om de economische verhalen die bij de koffieautomaat worden gedebiteerd als flauwekul af te doen en wat er gedoceerd wordt aan de universiteit als de onwrikbare waarheid te zien. John Maynard Keynes geeft je als econoom dan ook het nodige zelfvertrouwen met de beroemde quote waarmee hij ooit zijn magnum opus The General Theory eindigde: “De ideeën van economen en politiek filosofen, of ze nu juist zijn of niet, zijn veel krachtiger dan veelal wordt gedacht. De man in de praktijk die denkt dat hij vrij is van enige intellectuele invloed, is veelal de slaaf van een overleden econoom.”

De lijn van Shiller

Robert Shiller is een econoom die voor zijn over de inefficiëntie van financiële markten de Nobelprijs heeft gekregen in 2013. Het is dus een mand die met de nodige scepsis naar het standaardrepertoire van financiële economen kijkt. Hij is tevens een groot bewonderaar van Keynes maar over de economische verhalen die in de praktijk rond gaan en de kracht van academische ideeën gooit hij de boel radicaal om. Hij stelt in zijn nieuwste boek Narrative Economics in feite dat de ideeën van de man of vrouw in de praktijk veel krachtiger zijn dan vaak wordt gedacht. En of die verhalen nu juist zijn of niet, de mens is toch vaak slaaf van verhalen waarvan we dachten dat die dood en begraven waren.

De ideeën van de man of vrouw in de praktijk zijn veel krachtiger dan vaak wordt gedacht. En of die verhalen nu juist zijn of niet, de mens is toch vaak slaaf van verhalen waarvan we dachten dat die dood en begraven waren.

Het boek past goed in het oeuvre van Shiller. Zo had hij in een eerder boek Animal Spirits (samen met George Akerlof) al eens besproken hoe belangrijk 'animal spirits' in de economie zijn. Maar in zijn nieuwste boek gaat hij nog een stap verder door de bron van die animal spirits te doorgronden. Narratieve economie noemt hij zijn benadering die gericht is om de kracht van economische verhalen in het (economisch) leven alle dag te achterhalen. Uiteraard is narratief is een bekend begrip in andere sociale wetenschappen waar het een methode of een eigen kijk op een discours betreft. Binnen de economie wordt sporadisch over een narratief gesproken en met die specifieke benadering heeft Shiller heeft ook niet veel op. Het gaat hem slechts om hoe economische ideeën - in de vorm van verhalen - zich onder mensen verspreiden en de inspanning die mensen zich getroosten om nieuwe aanstekelijke verhalen te maken of om bestaande verhalen nog aanstekelijker te maken.

Opbouw 'Narrative Economics'

De opbouw van zijn boek is veelbelovend en valt uiteen in vier delen. In het eerste deel vertelt hij wat hem inspireerde tot het idee van narratieve economie. Hij traceert allerlei verhalen die in de economie de ronde doen en waarom het ene verhaal ‘viral’ gaat terwijl een ander verhaal een snelle dood sterft.

In het tweede deel zet hij uiteen hoe we narratieve economie van een stevig wetenschappelijk fundament kunnen voorzien. Hoe houden we oorzaak en gevolg uiteen? Nieuwe verhalen zijn de oorzaak van economische gebeurtenissen, maar andersom kan ook: gebeurtenissen die economische verhalen veranderen. Hoewel de economie niet een wetenschap is die perfect gecontroleerde experimenten kan uitvoeren is het wel mogelijk om causaliteit af te leiden omdat er ‘natuurlijke experimenten’ plaatsvinden waar je als econoom niks voor hoeft te doen (maar wel moet zien). Het ontstaan van nieuwe verhalen, ook als die gebaseerd zijn op ‘fake news’, vormen een mogelijkheid om te zien hoe die verhalen de gang van de economie bepalen.

In het derde deel geeft hij in tien hoofdstukken voorbeelden van eeuwigdurende verhalen – verhalen die keer op keer weer terugkeren in het gesprek van alledag. In harde tijden voeren verhalen over de deugd van spaarzaamheid de boventoon, en in goede tijden is smijten met geld juist goed en schulden maken is helemaal niet erg. Of denk aan het verhaal dat vaak op de arbeidsmarkt ronddwaalt waar nieuwe technologieën angstbeeld oproepen: automatisering zou alle banen kunnen vernietigen is. En dan zijn er verhalen over de conjunctuur op de huizenmarkt met de eeuwige vraag wanneer is het een goede tijd om een huis te kopen. Prijzen en inflatie zijn toch sowieso een bron van ongenoegen: in tijden wanneer prijzen almaar stijgen voelen velen zich bekocht. Het ‘grootkapitaal’ of kartels maakt op oneigenlijke wijze winst zo luidt het verhaal en consumenten kunnen reageren door een kopersstaking of door producten te boycotten. Soms zijn die verhalen waar – denk aan de woekerpolisaffaire – en soms niet en is er een goede reden voor de prijsstijging. Maar de kern van al dit soort verhalen is dat ze er toe doen: ze leiden tot actie of reactie. De rode draad in het verhaal van Shiller is dat verhalen redelijk constant blijven en op een of andere manier zichzelf muteren en dan weer net zo aanstekelijk zijn als een eeuw geleden. Als een ware epidemie kunnen die verhalen een samenleving in zijn greep krijgen.

In het vierde deel van het boek denkt hij na over toekomstige verhalen en het soort onderzoek dat noodzakelijk is om zijn narratieve economie tot een serieus onderzoeksterrein te maken.

Teleurstelling zit in de staart

Dat laatste deel is geen overbodige luxe. Het idee van narratieve economie is weliswaar fris en veelbelovend, maar het schreeuwt om onderzoek. En dat is wat dit boek van Shiller zo teleurstellend maakt. De eerste helft van het boek bevat weliswaar een zorgvuldige opbouw die uitmondt in een aantal stellingen die getoetst kunnen worden. En als lezer verwacht je dat in de tweede helft te maken krijgt met echt bewijsmateriaal. Zeker als je weet dat Shiller in 2017 al - als president van de American Economic Association - precies dezelfde ideeën had uiteengezet over hoe verhalen de economie kunnen bepalen. Op dat moment had hij nog geen echt onderzoek gedaan. En die belofte leek hij met dit boek in te kunnen lossen. De ondertitel van het boek - hoe verhalen ‘viral’ gaan en belangrijke economische gebeurtenissen bepalen - suggereert ook dat hij dat nu gedaan heeft. Maar die toets ontbreekt geheel. Shiller illustreert weliswaar uitgebreid hoe onder doorsnee Amerikaanse burgers economische verhalen de ronde doen. Echter, de diepgang varieert nogal per hoofdstuk waarbij men had gewenst dat Shiller zich wat meer had beperkt tot een paar goed doorwrochte verhalen. In veel gevallen valt hij terug op Amerikaanse verhalen en geschiedenis, maar het was sterker geweest als hij een goed voorbeeld bij de kop had gevat om te laten zien hoe een economisch verhaal een pandemie kan veroorzaken en zich verspreidt over de wereld. Het zou een logische gevolgtrekking zijn als je - zoals Shiller doet - de lessen van de epidemiologie zo centraal stelt.

Daarnaast worden de verhalen door Shiller geïllustreerd met tijdreeksen over hoe vaak een term of een begrip in twee eeuwen wordt genoemd in boeken of kranten. Plaatjes die eigenlijk iedereen wel thuis met Google Ngram Viewer kan maken. Leuk als amuse maar niet als hoofdgerecht. Daarnaast zijn er twee zaken die steken als je het economisch verhaal van de straat in kaart wilt brengen. Krantenbanken worden de laatste tijd veel gebruikt om een discussie in kaart te brengen en zelf maak ik er ook graag gebruik van. Krantenartikelen vormen in hoge mate de visie van journalisten (een uitzondering is wellicht de opiniepagina of de ingezonden brievenrubriek) en niet die van de gewone man of vrouw die de economische wereld om zich heen probeert te begrijpen.

Eenzelfde twijfel heb ik bij datatools als Ngram Viewer of Google Trends. Het zijn leuke instrumenten om ergens een eerste indruk van te krijgen, maar wederom vang je daarmee de visie van de straat? Om een voorbeeld te geven met behulp van een eigen voorbeeld. De Poor Laws -  zeg maar de armenhulp of  een rudimentaire vorm van sociale zekerheid in Groot Brittannië - waren een hot topic in de negentiende eeuw. De visie van Malthus en volgelingen zoals Nassau Senior en het beleid om de Poor Laws in 1830 de hervormen werden vervloekt.Als je naar figuur 1 kijkt dat zie je inderdaad wel 'gerommel' aan het begin van de negentiende eeuw, maar dat gerommel staat niet in verhouding tot het levendige debat over de welvaartsstaat en sociale zekerheid dat na de tweede wereldoorlog op gang kwam. In de 21ste eeuw begint de aandacht voor de welvaartsstaat en sociale zekerheid stevig af te brokkelen. Vreemd genoeg is er toch nog altijd flink wat aandacht voor de Poor Laws, hetgeen enige bevreemding wekt. Historici zullen er ongetwijfeld aandacht aan besteden, maar het lijkt eerder te wijzen op iets anders (wellicht is het klagen over slechte wetten, letterlijk "poor laws", iets waar we eeuwen over hebben).

Figuur 1: Frequentie van noemen van welfare state, social security and poor laws in boeken, 1800-2008

BritishEnglish2012 Poor Laws

Bron: Google Ngram Viewer: Rode lijn = Poor Laws; Blauwe lijn = Welfare state; en Groene lijn = Social security

 

Figuur 1 is gebaseerd op een algemene database, waarin de wetenschappelijke boeken de overhand hebben. Maar als je de aandacht richt op een Google databestand dat een ander type boek - Engelse fictieboeken - omvat, dan ontstaat toch een wezenlijk ander beeld (zie figuur 2). Aan het begin van de negentiende eeuw was er vlammend debat over de Poor Laws gaande ook onder schrijvers en dichters en de enorme uitschieter zal wel eens te danken zijn aan het werk van Charles Dickens die zijn pijlen richtte op de politiek economen van zijn tijd die in de geest van Malthus de armenhulp hervormden (Van Dalen, 2016). De welvaartsstaat en de sociale zekerheid kunnen ook op aandacht rekenen maar de verhoudingen zijn totaal anders vergeleken met figuur 1. Met andere woorden, op welk debat richt je je? Als je het verhaal van de gewone man of vrouw wilt vangen die de wereld om zich heen probeert begrijpen lijkt me dat het verhaal van de populaire schrijvers vertellen meer van belang is dan alle stoffige boeken die wetenschappers vertellen.

Figuur 2: Frequentie van noemen van welfare state, social security and poor laws in fictie boeken, 1800-2008

fiction Poorlaws

Bron: Google Ngram Viewer; Bron: Google Ngram Viewer: Rode lijn = Poor Laws; Blauwe lijn = Welfare state; en Groene lijn = Social security

 

Een extra handicap met het leunen op Google data is dat het altijd onduidelijk is hoe de datastructuur precies in elkaar steekt. Hierboven werd al zo'n afwijkend resultaat (over de constante aandacht voor poor laws) genoemd waar je in Google gewoonweg niet achterkomt. Voor een empirisch georiënteerde onderzoeker moet dat toch een reden zijn om dit soort data met enige terughoudendheid te bekijken.

Het echte werk moet nog verricht worden. En daarmee is dit boek een product van ongeduld.

In plaats van dit soort vingeroefeningen zou men meer raffinement verwachten. Verhalen die van mond-tot-mond verspreiden vergen op z’n minst een sociale netwerkanalyse. Complexiteitstheorie en -modellen zouden hier wellicht uitkomst hebben kunnen bieden, over hoe bijvoorbeeld niet een hele maatschappij over een onderwerp hoeft te praten om effect te hebben maar dat vooral een centrale of elitaire groep het gesprek bepaalt. Het belang van elites in de economie of rolmodellen in het verspreiden van verhalen zou hiermee mooi geïllustreerd kunnen worden, of hoe groepen die in hun ‘eigen bubbel’ leven ook steeds meer hun eigen economische verhaal creëren. Daarnaast komt hij met conclusies over consumptiegedrag of spaarzaamheid die wellicht een openbaring zijn voor ‘finance’ collega’s maar de eerste beste socioloog had een directer en beter verhaal kunnen vertellen door de werking van bijvoorbeeld sociale normen te introduceren.

Conclusie

‘Narrative economics’ is een boek dat verschillend zal worden gelezen. Lezers op zoek naar de ‘next big thing’ kunnen verleid worden om dit boek als baanbrekend te zien. En laten we wel wezen het idee is prikkelend en goed. Shiller weet met veel schwung zijn materiaal te verkopen. Maar wie zijn bewijsmateriaal goed bekijkt, zal het boek terzijde leggen of wachten op het echte werk. Het bewijs dat economische verhalen er toe doen wordt niet gepresenteerd. En in feite wordt deze teleurstellende conclusie in het slothoofdstuk ook met enige omslachtigheid onderkend. Het echte werk moet nog verricht worden. En daarmee is dit boek een product van ongeduld.

* Dit is een uitgebreide versie van de bespreking die eerder is verschenen in De Nederlandse Boekengids (2020).

Referenties:

Akerlof, G.A., en R.J. Shiller, 2009, Animal Spirits – How Human Psychology Drives the Economy, and Why It Matters for Global Capitalism, Princeton University Press, NJ.

Dalen, H.P. van (2016) Waarom 'A Christmas Carol' verplichte kost voor economen is. Me Judice, 12 december 2016.

Pechenick, E.A., C.M. Danforth,en P.S.  Dodds (2015). Characterizing the Google Books corpus: Strong limits to inferences of socio-cultural and linguistic evolutionPloS one10(10).

Shiller, R. J. (2017). Narrative economics. American Economic Review, 107(4), 967-1004.

Shiller, R.J. (2019), Narrative Economics – How Stories Go Viral and Drive Major Economic Events , Princeton University Press, New Jersey.

Te citeren als

Harry van Dalen, “De vermeende kracht van aanstekelijke verhalen”, Me Judice, 29 mei 2020.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.

Afbeelding
Afbeelding: Robert Shiller, Princeton Public Library.

Ontvang updates via e-mail