Groot-Amsterdam en Utrecht trekken vaker werknemers van verder weg

Onderwerp:
Groot-Amsterdam en Utrecht trekken vaker werknemers van verder weg image
door 'Roel Wijnants'

Ongeveer een derde van de werknemers werkt buiten de eigen woonregio. Vooral Amsterdam en Utrecht trekken steeds vaker werknemers uit verder gelegen gebieden. Thuiswerken speelt hierin een belangrijke rol en vergroot de afstand waarover mensen bereid zijn te forenzen.

Inleiding

Regio’s in Nederland kennen uiteenlopende economische groeipaden. Waar regio’s als Groot‑Amsterdam en Brainport Eindhoven al jaren aanzienlijk bovengemiddeld hard groeien (Bijkerk et al., 2026), blijven veel dunbevolkte regio’s aan de randen van het land juist achter in economische groei. De verschillen in regionaal-economische ontwikkeling hangen nauw samen met pendelstromen. Zo trekt Groot‑Amsterdam veel werknemers uit omliggende regio’s om in zijn behoefte aan werknemers te voorzien (PBL, 2020).

Tegelijkertijd speelt een andere ontwikkeling die invloed heeft op pendelgedrag: thuiswerken. Sinds de coronacrisis is thuiswerken voor veel bedrijven en werknemers normaler geworden. Hierdoor kunnen werknemers op grotere afstand van hun werk wonen of een baan aanvaarden die verder weg ligt. Daarbij wordt de mogelijkheid om thuis te werken steeds vaker gezien als een belangrijke arbeidsvoorwaarde (De Telegraaf, 2025).

Opvallend is dat Brainport Eindhoven – ondanks de sterke economische groei in de afgelopen decennia – toch relatief beperkte inkomende pendelstromen kent.

Toch is tot op heden nog maar weinig bekend over hoe deze ontwikkelingen doorwerken in de regionale arbeidsmarkt. Het is onduidelijk of zij leiden tot woon-werkverkeer over grotere afstanden en welke regio’s daarbij het sterkst betrokken zijn. Dit is een relevante vraag, omdat veranderingen in woon-werkverkeerdynamiek grote gevolgen kunnen hebben voor woningmarkten, bereikbaarheid en infrastructuur.

Tegen deze achtergrond rijst de vraag hoe de pendelstromen tussen Nederlandse regio’s zich de afgelopen jaren ontwikkelen. Zien we tekenen van verandering? En welke consequenties heeft dit voor regio’s? Dit artikel onderzoekt de recente ontwikkeling van interregionale pendelstromen in Nederland en plaatst deze in de context van bredere economische trends.

Een derde van de werknemers werkt buiten de regio

De drukte op de snelwegen doet wellicht anders vermoeden, maar de meeste mensen werken in hun eigen omgeving: 43% in de gemeente en 68% in de regio waarin ze wonen.[1] Ongeveer een derde (32%) van alle werknemers werkt dus buiten de eigen woonregio en dit aandeel is relatief constant over de tijd. De grootste woon-werkstromen tussen Nederlandse regio’s zijn weergegeven in figuur 1a.

Vooral in de Randstad zijn omvangrijke stromen zichtbaar, met sterke bewegingen in de richting van economische centra als Groot‑Amsterdam en Utrecht. De meeste pendelaars komen uit aangrenzende regio’s die met goede (ov-)verbindingen. Figuur 1b toont de woon-werkratio van regio’s, vaak woon-werkbalans genoemd. Ligt de waarde van een regio boven de één, dan werken er meer mensen in de regio dan er wonen. Ligt de waarde onder de één, dan wonen er meer mensen dan er werken.[2]

Vooral de regio’s Groot‑Amsterdam en Utrecht trekken veel werknemers aan uit omliggende gebieden. Dat is niet verrassend: het zijn economisch dynamische regio’s met een omvangrijke en gedifferentieerde arbeidsmarkt, waarin vraag en aanbod elkaar goed kunnen vinden en waar mensen graag willen werken. Ook Delft en Westland, Groot‑Rijnmond, Den Haag, Brainport Eindhoven, de Veluwe, omgeving Zwolle, Zuidoost‑Friesland en Groningen en omgeving trekken veel werknemers uit andere regio’s aan. Opvallend is dat Brainport Eindhoven – ondanks de sterke economische groei in de afgelopen decennia (Bijkerk et al., 2026) – toch relatief beperkte inkomende pendelstromen kent in vergelijking met andere centra zoals Utrecht en Groot-Amsterdam. Deze regio trekt veel expats aan die ook graag in de Brainport willen wonen.

Daartegenover staan regio’s waar structureel meer mensen wonen dan werken. Deze gebieden zijn ook sterk georiënteerd op nabijgelegen regio’s om arbeid te leveren. Dit geldt onder meer voor regio’s rondom Groot‑Amsterdam en Utrecht, voor Flevoland, en voor regio’s als Delfzijl en omgeving en Oost‑Groningen.

 

Noot: de linker figuur toont werknemersstromen van meer dan 10.000. De rechter figuur toont de woon-werkbalans. Bron: CBS, bewerking RaboResearch 2026.

Groot-Amsterdam en Utrecht trekken steeds vaker werknemers van buiten de regio

Figuur 2 laat zien hoe het pendelsaldo van Nederlandse regio’s zich heeft ontwikkeld tussen 2021 en 2024. Dit is een opvallende periode, omdat het de jaren na de coronapandemie betreft, waarin thuiswerken voor veel mensen normaal werd (CBS, 2024).[3]

In de regio’s Groot‑Amsterdam en Utrecht werkten al veel mensen die er niet wonen, maar sinds 2021 is dat aantal sterk toegenomen. Beide regio’s halen dus steeds vaker werknemers van buiten de eigen regio. Brainport Eindhoven laat een ander beeld zien. Dit is, na Groot-Amsterdam, de sterkste groeiregio - maar het pendelsaldo is nauwelijks veranderd, ondanks dat daar wel veel banen bijkwamen. Tussen 2021 en 2024 groeide het aantal banen in Brainport Eindhoven juist harder dan gemiddeld in Nederland (Brainport Eindhoven, 2024). Het laat vooral zien dat werknemers van Brainport Eindhoven relatief vaak woonachtig zijn in de eigen regio.

Figuur 2. Woon-werkverkeer in de richting van Groot-Amsterdam en Utrecht neemt toe tussen 2021 en 2024.

Noot: het pendelsaldo geeft het verschil aan tussen het aantal werknemers van buiten de regio (inkomende pendel) en het aantal inwoners dat buiten de regio werkt (uitgaande pendel). Een positief saldo geeft aan dat een regio meer inkomende pendel heeft dan uitgaande pendel. In bovenstaande figuur kijken we specifiek naar de ontwikkeling van het pendelsaldo tussen 2021 en 2024. Bron: CBS, bewerking RaboResearch 2026.

Werknemers uit Oost-Nederland pendelen vaker naar Groot-Amsterdam en Utrecht

Figuur 3 laat duidelijk zien dat naar Groot‑Amsterdam en Utrecht pendelende werknemers steeds vaker uit verder weg gelegen regio’s komen. Alle Nederlandse regio’s zijn weergegeven, met uitzondering van Groot‑Amsterdam en Utrecht. Voor elke regio tonen we de verandering in procentpunten van het aandeel werknemers dat in de desbetreffende regio woont, maar in Groot‑Amsterdam of Utrecht werkt. Een voorbeeld maakt dit duidelijk: in de regio Arnhem‑Nijmegen werkte in 2021 ongeveer 6,5% van de werknemers in Groot‑Amsterdam of Utrecht. In 2024 was dat 7,5%: Een toename van 4.500 werknemers.

Naast regio’s die al langer op Groot-Amsterdam en Utrecht zijn gericht – zoals Flevoland, Oost‑Zuid‑Holland (rondom Gouda) en Zuidwest‑Gelderland (Betuwe) – vallen ook andere regio’s op. Denk aan Zuidwest‑Overijssel (omgeving Deventer), Arnhem‑Nijmegen, Noordoost-Noord-Brabant (’s-Hertogenbosch), en zelfs regio’s in Drenthe en Friesland. Deze regio’s liggen niet direct naast Groot‑Amsterdam of Utrecht, maar hebben vaak goede (ov‑)verbindingen met deze gebieden.

Hoewel de pendelstromen uit deze verder weg gelegen regio’s in omvang kleiner zijn dan die vanuit aangrenzende regio’s (zie figuur 1a), groeien ze veelal sneller.

Figuur 3. Groot-Amsterdam en Utrecht halen steeds vaker werknemers van buiten de eigen regio.

Bron: CBS, bewerking RaboResearch 2026.

Het gaat vooral om banen in de zakelijke dienstverlening en ICT

Er is dus een groeiende groep werknemers die pendelt naar Groot‑Amsterdam en Utrecht. In welke sectoren werken deze mensen? Figuur 4 toont de uitsplitsing naar sector van de groep werknemers die de regio’s Utrecht en Groot-Amsterdam in de periode 2021-2024 van buiten de eigen regio haalde. De sectoren zakelijke en financiële dienstverlening, vervoer en opslag (logistiek) en de ICT vallen op. In veel van deze sectoren is hybride werken goed mogelijk (CBS, 2024), al geldt dit minder sterk voor vervoer en opslag.[4]

Figuur 4a en 4b. Aandeel sectoren in de groeiende pendelbewegingen naar Groot-Amsterdam en Utrecht.

Bron: CBS, bewerking RaboResearch 2026.

 Dit zijn niet geheel toevallig sectoren waar thuiswerken gebruikelijk is. In figuur 5 zien we de gemiddelde woon-werkafstand per sector afgezet tegen het percentage werkgevers per sector dat thuiswerken faciliteert in 2022. De mogelijkheid tot thuiswerken gaat hand in hand met een grotere afstand tussen woon- en werklocatie. Gegeven het relatief hoge percentage werkgevers in de zakelijke en financiële dienstverlening, en ICT in Groot-Amsterdam en Utrecht, is het niet onverwacht dat werknemers in die regio’s van steeds verder komen.

Figuur 5. Gemiddelde woon-werkafstand groter voor sectoren waar thuiswerken wordt gefaciliteerd.

Bron: CBS.

Implicaties

Wanneer we kijken vanuit het perspectief van economische centra met een groeiende vraag naar arbeidskrachten – zoals Groot‑Amsterdam en Utrecht – dan concluderen we dat deze regio’s meer werknemers aantrekken uit gebieden elders in het land. Door de toegenomen mogelijkheden voor hybride- en thuiswerken kunnen werkgevers werknemers werven in een geografisch ruimer gebied dan voorheen. Deze wervingsinspanningen bereiken nu steeds vaker ook verder weg gelegen gebieden. Deze trend is vooral zichtbaar in sectoren waarin hybride of volledig thuiswerken goed in te passen is.

De ontwikkeling heeft ook gevolgen voor de regio’s waarvan een groeiend deel van de beroepsbevolking buiten de eigen regio werkt. Door een groter geografisch bereik hebben werknemers meer keuzevrijheid en worden banen in verder gelegen regio’s ook een optie, zeker wanneer thuiswerken de fysieke afstand deels overbrugt. Dit kan gevolgen hebben voor de lokale arbeidsmarkt. Werkgevers concurreren bij het aantrekken van personeel niet langer uitsluitend met bedrijven in dezelfde sector binnen de regio, maar ook met werkgevers elders in het land. Vooral in sectoren waar hybride werken gangbaar is, kan deze verschuiving de arbeidsmarkt competitiever maken voor regionale bedrijven.

Voetnoten


[1] Op basis van CBS-data uit 2024 voor corop-regio’s.
 
[2] Voor onze analyse kijken we naar werknemersbanen. Dit betekent dat zelfstandigen worden uitgesloten. We zijn ons ervan bewust dat we daarmee geen volledig beeld geven. Verder gaat het om economische eenheden die ingezeten zijn in Nederland. De persoon hoeft geen ingezetene van Nederland te zijn. Een werknemer is een persoon die in een arbeidsovereenkomst afspraken met een economische eenheid maakt om arbeid te verrichten waartegenover een financiële beloning staat.
 
[3] Helaas zijn over de jaren vóór de pandemie geen vergelijkbare cijfers beschikbaar.
 
[4] Toch zien we ook daar een groei, wat deels te verklaren is door ontwikkelingen in specifieke regio’s. Voor Groot‑Amsterdam speelt mee dat Schiphol tijdens de coronapandemie flink is gekrompen. Het aantal banen daalde er in korte tijd sterk, maar groeide in de jaren daarna weer. Omdat wij specifiek kijken naar de periode 2021–2024, lijkt het alsof de pendelstroom naar Groot‑Amsterdam vanaf 2021 sterk toenam, terwijl het in werkelijkheid voor een belangrijk deel gaat om herstelgroei na de klap in 2020. Voor Utrecht ligt dat anders. De groei in de sector vervoer en opslag lijkt daar eerder te maken te hebben met de aanwezigheid van grote werkgevers in het spoorvervoer, zoals NS en ProRail.

Referenties

Akan, M., Barrero, J. M., Bloom, N., Bowen, T., Buckman, S. R., Davis, S. J., & Kim, H. (2025). The new geography of labor markets (No. w33582). National Bureau of Economic Research.

Brainport Eindhoven. (2024). Arbeidsmarkt.

Bastiaanssen, J., en Breedijk, M. (2024). Planbureau voor de Leefomgeving. Beter bereikbaar? Veranderingen in de toegang tot voorzieningen en banen in Nederland tussen 2012 en 2022.

Bijkerk, S., Flikkema, M., Raspe, O. (2026). Hardnekkige verschillen in productiviteit van Nederlandse regio’s.

Centraal Bureau voor de Statistiek. (2024). Ruim helft Nederlanders werkt weleens thuis.

Centraal Bureau voor de Statistiek (2025). Werken op afstand onveranderd sinds 2022.

De Telegraaf. (2025). Thuiswerken verworven recht: belangrijke voorwaarde voor kwart van beroepsbevolking.

Glaeser, E. (2011). Triumph of the city: How urban spaces make us human. Pan Macmillan.

Moretti, E. (2012). The new geography of jobs. Houghton Mifflin Harcourt.

Van Eck, J.R., Groot, J., Tennekes, J., Raspe, O., Harms, L. (2020). Planbureau voor de Leefomgeving. Dagelijkse Verplaatsingspatronen: Intensivering van stedelijke netwerken.

Zendijk, F., Sander, F.J.D. (2024). Regioprognoses: komend jaar grote verschillen tussen Nederlandse regio’s in een groeiende economie.

Te citeren als

Floris Jan Sander, Jesse Groenewegen, “Groot-Amsterdam en Utrecht trekken vaker werknemers van verder weg”, Me Judice, 4 mei 2026.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.

Afbeelding
door 'Roel Wijnants'

Ontvang updates via e-mail