Lokale partijen behouden positie in het gemeentebestuur door steeds vaker wethouders te leveren

Onderwerp:
Lokale partijen behouden positie in het gemeentebestuur door steeds vaker wethouders te leveren image
Door 'RNW'

Vanaf 2006 weten lokale partijen hun verworven raadszetels steeds beter om te zetten in wethouderszetels. In 2022 leverden lokale partijen, relatief gezien, zelfs vrijwel evenveel wethouders in relatie tot hun aandeel in raadszetels. Na de gemeenteraadsverkiezingen van 2026 blijkt dat zij deze positie hebben weten vast te houden.

Inleiding

In maart 2026 vonden verkiezingen plaats in 340 gemeenten.[1] In bijna alle gemeenten (329 van de 340) zijn inmiddels de colleges van burgemeester en wethouders (B&W) gevormd. In 2022 wisten lokale partijen hun steeds sterkere positie in de gemeenteraad in wethouderszetels om te zetten: met in totaal 533 wethouders (38% van het totale aantal wethouders) hebben zij hun positie in de colleges van B&W aanzienlijk weten te versterken (Gradus et al., 2022). [2] Hebben lokale partijen die machtspositie weten te behouden of zelfs weten te verbeteren in de verkiezingen van 2026? In deze bijdrage gaan we dat na voor zowel voor lokale als nationale partijen.[3]  

Opmerkelijk is dat nu in acht gemeenten met meer dan 100.000 inwoners een lokale partij als de grootste partij uit de bus kwam. In 2022 waren dit nog vier gemeenten.

Om bovenstaande vraag te beantwoorden, werken we met een conversiegetal, dat het aantal wethouders in verhouding tot het aantal raadszetels meet. Gradus et al. (2022) geven aan dat dit conversiegetal voor lokale partijen bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2022 is gestegen naar bijna één. Bij een conversiegetal van één levert een partij precies evenveel wethouders als overeenkomt op basis van het aandeel behaalde gemeenteraadszetels. Het conversiegetal van bijna één voor de lokale partijen geeft aan dat deze partijen bijna net zo goed, in vergelijking tot het gemiddelde, in staat zijn om door te dringen tot de macht in de lokale politiek.

De gemeenteraadsverkiezingen

Naar aanleiding van de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen in maart jl. is geconstateerd dat voor het eerst in twintig jaar de gemeentelijke versnippering iets lijkt af te nemen (Gradus et al., 2026). De belangrijkste oorzaak daarvan is dat de PvdA en GroenLinks in het merendeel van de gemeenten een gemeenschappelijke lijst hanteren.[4] Terwijl in vorige verkiezingen lokale politieke partijen veel zetels wisten te winnen, laat de verkiezing van 2026 een stabilisatie zien. Net als vier jaar geleden vormen de gezamenlijke lokale partijen veruit het grootste blok: zij haalden 39% van de raadszetels. Ter illustratie: dit is als blok drie keer zoveel als CDA en VVD, die daarachter kwamen met ieder 13% van de raadszetels.

Kader 1. Verantwoording.

De data voor de samenstelling van gemeenteraden en colleges van B&W voor de verkiezingsjaren tussen 1998 en 2018 zijn verzameld aan de hand van voorhanden zijnde uitgaven van de Gids Gemeentebesturen, die jaarlijks werden uitgegeven door de VNG (zie Gradus et al., 2021). Omdat de gemeentegids niet meer beschikbaar is, zijn voor 2022 en 2026 via de website van de Kiesraad de uitslagen van de gemeenteraadsverkiezingen genomen. Via bureauonderzoek zijn de uitkomsten van de collegeonderhandelingen in 2022 en 2026 aangevuld. Eventuele wijzigingen na een college-onderhandeling zijn niet geregistreerd.

Bij een combinatie van partijen (bijv. CU/SGP) is het zetel- en wethouderaantal verdeeld tussen beide partijen. Er is geen onderscheid gemaakt tussen wethouders op fulltime- en parttimebasis. In elf gemeenten (te weten Achtkarspelen, Ameland, Best, De Bilt, Edam-Volendam, Hollands Kroon, Leiden, Leidschendam-Voorburg, Papendrecht, Tiel en Zutphen) zijn nog geen wethouders gekozen en deze zijn derhalve niet meegenomen (stand per 23 juli 2026 volgens overzicht collegevorming). Na de fusie van PvdA en GroenLinks tot PRO in juni wordt deze combinatie nu in alle gemeenten als één partij beschouwd.
 

Opmerkelijk is dat nu in acht gemeenten met meer dan 100.000 inwoners een lokale partij als de grootste partij uit de bus kwam.[5] In 2022 waren dit nog vier gemeenten. Bij de landelijke partijen laat alleen Forum voor Democratie (FvD) een aanzienlijke winst zien: hun zetelaantal steeg van 58 in 2022 naar 299 in 2026. De ChristenUnie (CU) leed daarentegen een flink verlies en leverde 145 raadszetels in, waarmee het totaal daalde van 356 naar 211 zetels.

Van raadszetels naar wethouderszetels

Om deze trend nader te onderzoeken zijn conversiegetallen berekend, waarbij voor ieder verkiezingsjaar per politieke partij het aandeel wethouders wordt gedeeld door het aandeel raadszetels. Zo’n conversiegetal is nuttig om ontwikkelingen in de loop van de tijd te beschrijven, maar ook om verschillen tussen partijen helder te krijgen.

Het beeld dat er veelal uit naar voren komt is dat klassieke bestuurderspartijen als CDA, VVD en PvdA een conversiegetal groter dan één hebben. Dit komt omdat deze partijen de nodige bestuurservaring hebben en zich meer in het politieke midden positioneren, waardoor ze van veel coalities deel kunnen uitmaken. Populistische of anti-establishment partijen hebben juist een conversiegetal kleiner dan één, omdat ze zich afzetten tegen het bestuur, minder bestuurservaring hebben en zich meer aan de randen van het politieke spectrum bevinden. In tabel 1 staan de conversiegetallen per verkiezingsjaar vanaf 1998 en per politieke partij weergegeven.[6]

Tabel 1. Conversiegetallen politieke partijen 1998-2026.

Voor lokale partijen loopt dit conversiegetal sinds 2006 gestaag op. Dit is een indicatie dat lokale partijen er steeds beter in slagen om het aantal raadszetels om te zetten in wethouderszetels. In 2022 komt het conversiegetal steeds dichter bij één. Voor deze verkiezing kan het conversiegetal voor lokale partijen nader geduid worden door een onderscheid te maken in het type lokale partij (zie Gradus et al., 2023).[7] Lokalistische partijen zoals Gemeentenbelangen kennen een conversiegetal groter dan één. Lokale protestpartijen zoals Leefbaar daarentegen hebben een conversiegetal kleiner dan één. Ook in 2026 ligt het conversiegetal voor lokale partijen dicht bij één (0,95). De trend dat lokale partijen hun raadszetels steeds vaker 'omzetten' naar wethouderszetels hebben zij in 2026 dus weten vast te houden, maar niet verder kunnen uitbreiden.

Voor VVD en CDA is het conversiegetal in alle jaren groter dan één, wat hun positie als traditionele bestuurderspartij bevestigt. Voor D66 en GroenLinks zien we dat hun conversiegetallen tot 2022 een stijgende lijn vertonen en ze hun positie in het college van B&W sinds eind jaren negentig hebben weten te versterken. Voor de PvdA is het conversiegetal met uitzondering van 2014 steeds groter dan één, eveneens een bevestiging van de positie als traditionele bestuurderspartij.

De trend dat lokale partijen hun raadszetels steeds vaker 'omzetten' naar wethouderszetels hebben zij in 2026 dus weten vast te houden, maar niet verder kunnen uitbreiden.

PRO komt in 2026 uit op een conversiegetal van precies één. Gezien de samenstellende delen van deze fusiepartij-GroenLinks (vaak kleiner dan één) en PvdA (vaak groter dan één) - is dit niet onlogisch. Vooralsnog is er geen indicatie dat deze nieuwe partij beter in staat is om raadszetels om te zetten in wethouders.

Ook de SGP en de CU slagen er doorgaans goed in om wethouderszetels te bemachtigen in de gemeenten waar zij raadszetels bezetten. In het gefragmenteerde politieke landschap zijn de kleine christelijke partijen vaak nodig om tot een meerderheid te komen en daarnaast hebben deze partijen in gemeenten met een sterk christelijke traditie vaak ook een sterke machtspositie. Voor 2026 is het conversiegetal voor de CU gedaald naar 0,94, wat te maken heeft met de teleurstellende uitslag: fors verlies van zetels leidt vaak tot een meer dan evenredig verlies van macht, wat een daling van het conversiegetal impliceert.

Het conversiegetal van de SP is in alle jaren duidelijk lager dan één, hetgeen erop duidt dat de SP er in de praktijk maar beperkt in slaagt om raadszetels om te zetten in posities in het college van B&W, wat hun positie als anti-establishment-partij aan de rand van het politieke spectrum bevestigt.

‘Nieuwe’ landelijke partijen

Naast de acht ‘oude’ landelijke partijen die mee zijn genomen in de bovenstaande figuren deden tien relatief ‘nieuwe’ landelijke partijen mee aan de laatste gemeenteraadsverkiezingen.[8] Ook voor deze partijen zijn de conversiegetallen berekend, die naast het aantal wethouders en raadszetels in tabel 2 staan weergegeven.

Tabel 2. Conversiegetallen nieuwe landelijke partijen 2026.

BBB heeft zes wethouders en een conversiegetal van 0,85. Ook DENK scoort relatief goed qua wethouders. Op een totaal van 31 gemeenteraadszetels leverde deze partij vier wethouders: twee in Den Haag, één in Zaanstad en één in Schiedam. Beide partijen hebben echter een sterk geconcentreerde aanhang: BBB in plattelandsgemeenten in Overijssel, Gelderland en Drenthe, en DENK in grote steden met veel inwoners met een migratieachtergrond, waardoor zij in die gemeenten een relatief sterke positie hebben.

Wat verder opvalt aan de tabel is dat FvD, ondanks de aanzienlijke zetelwinst, geen enkele wethouder levert.

Verder wisten de PvdD, Volt en 50PLUS enkele wethouderzetels te bemachtigen. Soms is daar een combinatie met andere partij voor nodig om een wethouderszetel te verkrijgen.[9] Voor Heerlen krijgt PvdD een wethouder samen met PRO en in Baarn 50PLUS samen met CDA.

Wat verder opvalt aan de tabel is dat FvD, ondanks de aanzienlijke zetelwinst, geen enkele wethouder levert en daarmee een conversiegetal van 0 heeft. Deze partij bevindt zich klaarblijkelijk zo ver buiten de mainstream dat in geen enkele gemeente een samenwerking van de grond is gekomen. Hetzelfde gold tot de verkiezingen van 2026 voor de PVV, maar deze partij heeft nu in de gemeenten Pekela, Rucphen en Steenbergen voor het eerst een wethouderzetel weten te verkrijgen, hoewel het conversiegetal van de PVV met 0,18 aangeeft dit een anti-establishment partij is. Kleinere partijen aan de uiteinden van het politieke spectrum zoals JA21 en BVNL aan de rechterzijde en BIJ1 aan de linkerzijde leveren ook geen wethouders.  

De lage conversiegetallen onder al deze partijen zijn niet onverwachts: zij zetten zich – zij het om geheel andere redenen – af tegen het establishment en de bestuurlijke status quo. Hun positie in de gemeentelijke politiek is er daarmee een van oppositie, en niet van bestuurlijke participatie.

Voetnoten


[1] Er zijn 342 gemeenten. In Hilversum en Wijdemeren vinden vanwege de fusie per 1 januari 2027 in november 2026 verkiezingen plaats.  

[2] Door het meenemen van herindelingsverkiezingen kunnen er beperkte verschillen zijn met eerdere berekeningen voor 2022.

[3] In dit onderzoek wordt onderscheid gemaakt tussen lokale en nationale partijen. Als definitie voor een landelijke nationale partij nemen wij dat deze voorafgaand aan de gemeenteraadsverkiezingen in het landelijk register van de Kiesraad is opgenomen.

[4] In 88% van de gemeenten waar beide partijen in de periode 2022-2026 in de raad vertegenwoordigd waren, hebben ze in maart 2026 samen deelgenomen aan de lokale verkiezingen.

[5] Dit betreft: Nieuw Elan (Alphen aan den Rijn), Lokaal Apeldoorn, Wakker Emmen, Hart voor Den Haag, Lijst Smolders Tilburg, Westland Verstandig, Lokaal Zaans en SWOLLWACHT (Zwolle).

[6] In tabel 1 zijn alleen de politieke partijen opgenomen, die aan alle raadsverkiezingen vanaf 1998 hebben deelgenomen. In 1998 namen GPV en RPF (nu CU) nog als separate partijen deel.  

[7] Daarbij wordt een classificatie gehanteerd waarbij lokale partijen op basis van partijnaam in zeven categorieën worden onderverdeeld: lokalistisch, protest, jongeren, ouderen, progressief, liberaal en christelijk (zie Otjes, 2021). Lokalistische partijen hebben 60% van de raadszetels en protestpartijen 20% van de raadszetels.

[8] Volledigheidshalve wordt erop gewezen dat de Piratenpartij (als landelijke partij) één raadszetel behaalde.

[9] Dit wordt als een ½ weergegeven in de tabel.

Referenties

Raymond Gradus, Tjerk Budding en Elbert Dijkgraaf (2021). “Lokale democratie: Opkomst lokale partijen en politieke fragmentatie”, Bestuurswetenschappen 75(3), 5-17.

Raymond Gradus, Tjerk Budding, Bram Faber, Stijn Klarenbeek (2022). “Van Raad naar College: de opkomst van lokale partijen in het gemeentebestuur”, Me Judice, 28 december.

Raymond Gradus, Klarenbeek, Stijn en Faber, Bram (2023). “Lokale partijen steeds meer vertegenwoordigd in gemeentebestuur” Bestuurswetenschappen 77 (4), 6-15.

Raymond Gradus, Tjerk Budding, Vera van Schie (2026). “Voor het eerst in twintig jaar lijkt gemeentelijke versnippering af te nemen”, Me Judice, 28 april.

Simon Otjes (2021). ‘Waar staan lokale partijen? De programmatische positionering van lokale partijen’, Bestuurswetenschappen, 75 (4), 57-73.

Te citeren als

Raymond Gradus, André Mol, Tjerk Budding, Stijn Klarenbeek, Vera van Schie, Jan-Maarten van Sonsbeek, “Lokale partijen behouden positie in het gemeentebestuur door steeds vaker wethouders te leveren”, Me Judice, 29 juli 2026.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.

Afbeelding
Door 'RNW'

Ontvang updates via e-mail