Wat te doen met de 2 miljard van Aegon die wél in Nederland achterblijft?

Wat te doen met de 2 miljard van Aegon die wél in Nederland achterblijft? image
Aegon logo, door Erik Tjallinks
Met het vertrek van Aegon uit Nederland is een unieke situatie ontstaan in het Nederlandse ondernemingsbestuur. De Vereniging Aegon is haar doelstelling kwijt en daarmee zou het kapitaal – rond de 2 miljard euro – kunnen vervallen aan de staat. Dit lijkt niet te gaan gebeuren: het geld wordt onder andere besteed aan goede doelen. De situatie vraagt om een fundamentele discussie over de rol van bedrijven in Nederland.

Inleiding

Bijna iedere maand verschijnen er berichten over de verhuizing van het ooit oer-Nederlandse Aegon naar de Verenigde Staten. New York wordt de nieuwe thuisbasis, nadat het bedrijf al een paar jaar eerder zijn juridische zetel naar Bermuda verplaatste en de meeste Nederlandse activiteiten aan ASR verkocht.

Het zijn tekenen van een fundamentele verschuiving van macht in het huidige sociaaleconomische en geopolitieke geweld. Dergelijke bedrijfsbeslissingen bepalen hoe onze maatschappij eruit gaat zien, zeker als het gaat om bedrijven die geldstromen beheersen. Overheden en oligarchen overal ter wereld schaken met bezittingen en bepalen daarmee de economische kracht van een land, en daarmee de economische voorspoed op lange termijn.

De verhuizing heeft vergaande gevolgen voor de vereniging die ooit een belangrijk deel van de aandelen van Aegon in bezit had en ook de afgelopen dertig jaar een cruciale rol speelde. 

Daarom is het ongezond dat over het vertrek van Aegon (vrijwel) geen maatschappelijke discussie wordt gevoerd. Niet alleen vertrekt wederom een groot bedrijf uit ons land, ook kunnen we bij de situatie van Aegon belangrijke vragen stellen over de maatschappelijke rol van aandeelhouders, beursgenoteerde bedrijven en coöperaties. Oftewel vragen over hoe we onze economie inrichten. 

De verhuizing heeft namelijk ook vergaande gevolgen voor de vereniging die ooit een belangrijk deel van de aandelen van Aegon in bezit had en ook de afgelopen dertig jaar een cruciale rol speelde. Om dit te begrijpen is het belangrijk om de ontstaansgeschiedenis van Aegon te kennen.

Hoe Aegon tot stand kwam

Aegon is ontstaan uit AGO, een onderlinge verzekeraar in het noorden van Nederland. Als onderlinge – een soort coöperatie – deelden de deelnemers elkaars risico’s. De vereniging zelf was alleen een middel om dit te organiseren. De Rabobanken, maar ook verzekeraars als Achmea waren vergelijkbaar georganiseerd. De organisatie is een middel om de economische risico’s van deelnemers te delen. 

Toen de organisaties groeiden, werden ze geld waard. Het vermogen van de onderlinge verzekeraars en andere coöperaties behoorde echter niet aan de leden toe, maar aan de onderneming zelf. Net zoals bij gewone verenigingen was het bezit van ‘niemand’. Heel lang werd hier gesproken over ‘de dode hand’.

Inmiddels zijn veel onderlingen opgegaan in commerciële verzekeraars. Aegon was in de jaren tachtig de meest in het oog springende. Dit is vaak gebeurd doordat de coöperatie de activiteiten in een NV onderbracht en die liet fuseren met een commerciële partij. De vereniging kreeg een deel van de aandelen.

Dit gebeurde ook bij AGO toen het fuseerde met Ennia, en later nog met veel andere organisaties. De Vereniging Aegon – die overigens altijd keurig rapporteert – sprong bij als Aegon in problemen kwam, onder andere bij risicovolle overnames in de Verenigde Staten en tijdens de financiële crisis in 2009.

Inmiddels is Aegon doorontwikkeld tot een volstrekt commercieel bedrijf zonder lokale wortels. De hoofdvestiging is naar Bermuda verplaatst en de meeste activiteiten zitten in de Verenigde Staten. In 2023 zijn de Nederlandse activiteiten verkocht aan ASR en dit jaar verdwijnt het merk uit Nederland. 

Gevolgen van de verhuizing voor Vereniging Aegon

De rol van de Nederlandse Vereniging Aegon lijkt hiermee uitgespeeld te zijn. Het bestuur heeft dan ook gemeld dat het zich bezint op het voortbestaan. De vereniging van Aegon heeft echter nog altijd een deel van de aandelen.

De situatie rond de verhuizing is symptomatisch voor het gebrek aan discussie over geld en macht in Nederland, en hoe we dit gebruiken voor een gezonde maatschappelijke ontwikkeling.

Ondanks deze berichtgeving is er tot op heden geen discussie over de rol van een dergelijke vereniging. Het is al heel vreemd dat een vereniging een bedrijf zo nu en dan helpt als het in de problemen komt, maar wat als dat bedrijf helemaal niet meer bestaat in Nederland? Wat is dan nog de rol van een vereniging?

De situatie rond de verhuizing is symptomatisch voor het gebrek aan discussie over geld en macht in Nederland, en hoe we dit gebruiken voor een gezonde maatschappelijke ontwikkeling. Zo maakte de vereniging Aegon een maand geleden bekend 500 miljoen euro te reserveren voor goede doelen, terwijl 1,5 miljard in aandelen Aegon blijft. Dit zijn grote bedragen die vragen zouden moeten oproepen. Waarom deze verhouding? Welke goede doelen? Er is in Nederland wel discussie over de rol van Elon Musk, maar de echte discussie over zeggenschap en macht wordt niet gevoerd.

Wie bezit een bedrijf

Nu kan worden gesteld dat de vereniging geen bestaansrecht meer heeft en dat er ook geen directe relatie meer is tussen de ‘leden’ en het kapitaal. Dat kan betekenen dat het kapitaal zou moeten vervallen aan de overheid. Toch heeft nog geen Nederlandse politicus gesuggereerd dat de 2 miljard euro die de vereniging ongeveer bezit, maar naar de staat moet gaan. Zowel links als rechts zouden iets kunnen vinden van een dergelijke vereniging. Ze zouden moeite kunnen hebben met een groepje bestuurders die naar eigen inzichten iets met het geld kan doen.

Door het ontbreken van aandacht voor bedrijven als Aegon verdwijnt ‘stiekem’ eigendom en zeggenschap uit ons land, of komt in handen van kleine groepen individuen. 

Waar in de jaren negentig nog sprake was van dat coöperaties ‘in de dode hand’ waren, niet in het bezit waren van individuen, maar als rechtspersoon hun deelnemers dienden, is langzaam de coöperatie op aandelen dominant geworden. Leden van de coöperatie kunnen aanspraak maken op het bezit van de coöperatie. Daarmee is de maatschappelijke rol van een coöperatie naar de achtergrond gedrongen.

Dit is onderdeel van een bredere tendens waarin bedrijven alleen nog als handelswaar worden gezien. De problemen rond Nexperia – overigens een volstrek andere situatie –  zijn wat dat betreft een wake-up call geweest in Nederland. Bedrijven hebben een maatschappelijke rol en dit vraagt beleid van de overheid.

Naar een nieuw structuurregime

Aegon maakt duidelijk dat politici, vakbonden en andere maatschappelijke organisaties zich niet bewust zijn van de rol die eigendom en zeggenschap in de economie spelen. Zij gaan passief mee in het idee dat financiële markten maatschappelijke problemen oplossen. 

Nu wil ik geen twijfel creëren over de goede intenties van de bestuursleden van de vereniging Aegon, maar het is wel gek dat zij 500 miljoen naar eigen inzicht mogen besteden aan maatschappelijke doelen omdat zij toevallig op die positie terecht zijn gekomen.

Het is verwonderlijk dat in een tijd van verantwoord ondernemen er geen gesprek is over de maatschappelijke rol van zoveel vermogen. 

Eigenaarschap en zeggenschap bepalen structurele economische ontwikkeling en gaan over de vraag hoe we als maatschappij onze ondernemingen zien en wat we doen met organisaties waarvan het kapitaal niet eigendom is van aandeelhouders. Dit is een gegeven dat speelt bij heel veel coöperaties en verzekeraars, bijvoorbeeld Rabobank en Achmea. Het is verwonderlijk dat in een tijd van verantwoord ondernemen er geen gesprek is over de maatschappelijke rol van zoveel vermogen. 

Hier zou een nieuwe rol van de Vereniging Aegon moeten liggen. Het moet zelf actief zijn eigen bestaansrecht ter discussie stellen en initiatieven steunen die de maatschappelijke rol van ondernemingen willen vergroten. 

Ooit belichaamde de vereniging als onderlinge een maatschappelijk verband omdat individuen zich verenigden om elkaar te helpen. Deze doelstelling moet de vereniging weer oppakken, in plaats van dat de bestuurders willekeurig wat maatschappelijke doelen gaan steunen - zoals nu de koers lijkt. 

Een dergelijke maatschappelijke discussie kan leiden tot nieuw structuurbeleid op nationaal of Europees niveau. In het structuurregime dat tot 1990 in Nederland bestond maakten overheid, bedrijven en sociale partners afspraken over elkaars rol, op basis van elkaars maatschappelijke bijdrage. Zo’n benadering is weer nodig, willen we niet worden opgeslokt door de economische grootmachten. Overigens, onderlingen zoals AGO waren ooit ook ontstaan om burgers gezamenlijk weerbaar te maken tegen economische onzekerheid waartegen individuen zichzelf niet konden wapenen.

Hierbij rest de vraag waarom er nooit discussie is geweest over de Aegon miljarden en of het bestuur er altijd goed aan heeft gedaan het management van Aegon te steunen in allerlei commerciële avonturen.

Zie voor meer achtergrond het rapport Hoe Bedrijven winst aan maatschappelijke doelstellingen verbinden.

Te citeren als

Frank Jan de Graaf, “Wat te doen met de 2 miljard van Aegon die wél in Nederland achterblijft?”, Me Judice, 8 juli 2026.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.

Afbeelding
Aegon logo, door Erik Tjallinks

Ontvang updates via e-mail