Inleiding
In een opiniestuk in Trouw op 2 april jl. stelt politicoloog Nora Vissers dat de “versnippering” van de gemeenteraad sinds de verkiezing in maart is toegenomen (Vissers, 2026). In het bijzonder noemt zij “de gemeenteraad van Utrecht met zestien fracties, waarvan tien met één zetel.” Volgens Vissers ondermijnt deze versnippering het functioneren van de gemeenteraad. Dit beeld klopt echter niet helemaal. Het gemiddeld absolute aantal partijen van de Nederlandse gemeenten is in 2026 juist iets lager dan in 2022.
Naast het absolute aantal partijen wordt in de literatuur ook vaak gebruik gemaakt van het effectieve aantal politieke partijen in de gemeenteraad (Lunsing en Herweijer, 2016). Het verschil tussen beide is dat bij laatstgenoemde wordt gecorrigeerd voor de relatieve omvang van de partijen. Als we deze maatstaf hanteren, dan is er landelijk gezien juist sprake van een daling van 6,1 in 2022 naar 5,8 in 2026 (d.i. circa 5%) in het effectieve aantal politieke partijen. Bij de gemeente Utrecht is zelfs een aanzienlijke daling te zien van het aantal effectieve partijen van 8,9 in 2022 naar 6,2 in 2026.
In een eerdere publicatie op MeJudice (Gradus, Budding en Van Schie, 2022) gaven wij aan dat het aantal politieke partijen de afgelopen twintig jaar steeg van 6,5 in 1998 naar 8,0 in 2018, maar sindsdien praktisch stabiel is. Rekening houdend met de relatieve omvang van de partijen in de nieuwe gemeenteraad is er geen noemenswaardige stijging in 2022 ten opzichte van 2018 waarneembaar. Het aantal effectieve partijen in de voorafgaande twee decennia steeg van 4,8 in 1998 naar 6,0 in 2018, maar bleef daarna stabiel.[1]
Het gemiddeld absolute aantal partijen van de Nederlandse gemeenten is in 2026 juist iets lager dan in 2022.
In dit artikel gaan we na van welke ontwikkeling tussen 2022 en 2026 sprake is en berekenen we daarom voor de recente gemeenteraadsverkiezing het absolute aantal en het effectieve aantal partijen. Onze conclusie is dat de gemiddelde versnippering eerder licht is afgenomen dan gestegen. Er lijkt sprake te zijn van een voorzichtige trendbreuk.
Voorts gaan we in op de positie van de onafhankelijke lokale partijen.[2] Sinds de raadsverkiezingen in 1998 hebben deze partijen vooral ten koste van de drie grote traditionele partijen (CDA, VVD en PvdA) hun aandeel fors zien toenemen. In de laatste verkiezing zien we min of meer een stabilisatie van 2022 tot 2026. Tot slot berekenen wij een door Kjaer en Elklit (2010) ontwikkelde index van de nationalisatie van het lokale partijsysteem (index of Local Party System Nationalisation, LPSN). De index loopt tussen 0, waar alleen onafhankelijke lokale partijen worden gekozen, en 1, waar alle raadszetels worden bezet door nationale partijen. Voor het eerst sinds 2006 zien we deze index in 2026 beperkt oplopen.
Fragmentatie: het absolute aantal en het effectieve aantal politieke partijen
We analyseren de fragmentatie met behulp van twee kengetallen, te weten het absolute aantal en het effectieve aantal politieke partijen in de gemeenteraad.
Kader 1: Onderzoeksmethode.
|
|
Hiervoor hanteren we de volgende formule:

Hierbij staat xi voor het percentage zetels (in de gemeenteraad of in het wethouderdeel van het college van B&W) van partij i. Deze index meet het effectieve aantal politieke partijen en wordt wel de Laakso-Taagepera index genoemd. Figuur 1 brengt de stijgende politieke fragmentatie voor beide indices en zeven gemeenteraadsverkiezingen in beeld.
|
Het absolute aantal politieke partijen in de gemeenteraad steeg van 6,5 in 1998 naar 8,0 in 2018 (figuur 1). Sinds 2018 is het absolute aantal partijen in het lokale partijlandschap redelijk stabiel met een gemiddelde van rond de acht partijen. Tussen 2022 en 2026 was sprake van een fractionele daling, te weten van 8,1 naar 8,0. De stijging van het aantal gekozen partijen in de raad doet zich vooral tussen 2006 en 2018 voor.
Figuur 1. Absolute aantal en effectieve aantal politieke partijen in de raad.

In figuur 1 is eveneens het effectieve aantal partijen opgenomen (voor berekening zie tekstvak 1). Het effectieve aantal partijen stijgt van 4,8 in 1998 naar 6,1 in 2022. In de laatste verkiezing in maart dit jaar zien we een daling naar 5,8. De belangrijkste oorzaak daarvan is het samengaan van PvdA en GroenLinks in het merendeel van de gemeenten. In 88% van de gemeenten waar beide partijen vertegenwoordigd waren in de raad van 2022, hebben ze samen deelgenomen aan de lokale verkiezingen van 2026. Zonder deze wijziging is het effectieve aantal partijen in 2022 en in 2026 praktisch gelijk.
Opkomst en stabilisatie van lokale politieke partijen
De stijgende fragmentatie tussen 2006 en 2022 hangt voor een aanzienlijk deel samen met de opkomst van lokale politieke partijen. Uit tabel 1 kan worden opgemaakt dat het gemiddeld aantal lokale politieke partijen is gestegen van 1,75 in 1998 naar 2,64 in 2022. Waarbij er in 1998 nog sprake was van 17% van de gemeenten zonder enkele lokale politieke partij, is dit percentage in 2022 gedaald tot 1%. Het percentage gemeenten met (slechts) één lokale politieke partij daalde van 33,7% in 1998 naar 17,6% in 2022.
Tabel 1. Percentage gemeenten met aantal lokale partijen.

In 2022 en 2026 is het gemiddeld aantal lokale partijen praktisch hetzelfde. Verder laat 2026 overwegend hetzelfde beeld zien als 2022. Dit neemt niet weg dat onder de motorkap van verschuivingen tussen lokale partijen sprake kan zijn. Gradus et al. (2024) nemen waar dat lokale partijen steeds vaker deel uitmaken van het college van B&W en mogelijk is er sprake van zetelverlies bij lokale partijen die meebesturen. Dit vraagt om nader onderzoek.
Index of nationalisatie van het lokale partijsysteem
Tot slot berekenen wij de index van de nationalisatie van het lokale partijsysteem. In tabel 2 is de berekening van deze index weergegeven voor de afgelopen acht gemeenteraadsverkiezingen.
Tabel 2. Berekening index van de nationalisatie van het lokale partijsysteem.

In de eerste rij staat het gemiddeld aantal lokale partijen in de raad (zie ook tabel 1) vermeld. In de tweede rij staat het gemiddeld aantal nationale partijen. Tussen 2002 en 2018 liep dit getal op van 4,5 naar 5,5. Na 2018 zien we een lichte terugval naar gemiddeld 5,3 in 2026. In de derde rij wordt het aantal nationale partijen in het nationale parlement weergegeven. In november 2025 werden 15 partijen in de Tweede Kamer gekozen. In navolging van Kjaer en Elklit (2010) baseren wij ons op de laatste nationale verkiezingen en worden recente afsplitsingen niet meegenomen.
De vierde rij toont het gemiddelde absolute aantal partijen in de gemeenteraad. De vijfde rij levert het potentieel aantal partijen op. We zien hier een forse stijging tussen 2002 en 2018. Deze hangt zowel samen met de stijging van het aantal lokale partijen[3] als de fragmentatie in het nationale parlement. Tot 2022 is het aandeel nationale partijen gedaald, zoals is op te merken op basis van de zesde rij. In 2026 zien we een (beperkte) stijging van het aandeel nationale partijen. De toename tussen 2022 en 2026 hangt overigens vooral samen met de stijging van het aantal partijen in de Tweede Kamer van 13 naar 17.[4] Het aandeel lokale partijen neemt daarentegen in die periode toe (zie zevende rij).
In de laatste rij is de index van de nationalisatie van het lokale partijsysteem opgenomen. In de periode 1998-2022 zien we een duidelijke daling van 0,41 in 1998 naar 0,28 in 2022. Ook als we dit vergelijken met andere landen waar een dergelijke index is berekend is deze daling opmerkelijk, hetgeen duidt op het toenemend belang van lokale partijen. In 2026 zien we voor het eerst sinds 2006 een stijging. Dit is nog te beperkt om te kunnen stellen dat een duidelijke trendbreuk heeft plaatsgevonden.
Figuur 2. Index van de nationalisatie van het lokale partijsysteem per provincie.

Als we kijken naar het beeld per provincie dan nemen we voor allen een daling waar tussen 1998 en 2022 (zie figuur 2). Deze komt zoals gezegd voort uit de opkomst van de lokale partijen en de versplintering van het nationale parlement. Vanaf 2022 zien we in de meeste provincies een knik die wijst op iets hoger aandeel van nationale partijen.
De provincies Noord-Brabant en Limburg kennen een duidelijk lagere index dan de andere provincies. Ook uit eerder onderzoek is bekend dat de provincies Limburg en Brabant relatief veel lokale partijen kennen. Een eerder artikel (zie Gradus et al., 2026) suggereert dat mogelijke oorzaken voor dit fenomeen kunnen liggen in zowel de fysieke als culturele afstand tot de Haagse besluitvorming.
Slotbeschouwing
Volgens Nora Vissers (2026) is het “hoog tijd om in te grijpen”. Om fragmentatie tegen te gaan en de bestuurskracht te verbeteren, wil zij de onverkorte invoering van de ‘Wet aanscherping vereisten toewijzing restzetels’, waardoor alleen partijen die de kiesdeler behalen in de raad komen.[5] Voormalig minister van Binnenlandse Zaken Uitermark diende dit voorstel in. Toen het kabinet Schoof viel werd het plan controversieel verklaard.
De argumentatie van Vissers overtuigt onvoldoende.[6] Op basis van de beschouwing in dit artikel zien we dat recent de fragmentatie eerder is af- dan toegenomen tijdens de laatste gemeenteraadsverkiezingen. En voor de bestuurskracht lijkt het meten van het aantal effectieve partijen een betere maat dan het aantal partijen. Relevant daarbij is eveneens de vraag welke partijen erin slagen om de komende maanden om hun raadszetels in wethouderszetels om te zetten.
Voetnoten
[1] Voor een onderzoeksverantwoording voor de tot 2018 gebruikte data, die op de Gemeentegidsen zijn gebaseerd zie Gradus et al. (2021). De 2022 data zijn gebaseerd op ANP-data, zoals die door de NOS zijn gepubliceerd aangevuld met de gegevens uit de herindelingsverkiezingen in november 2021. De 2026 data zijn gebaseerd op de recent gepubliceerde data van de Kiesraad.
[2] In dit onderzoek maken wij onderscheid tussen lokale en nationale partijen. Als definitie voor een nationale partij nemen wij dat deze voorafgaand aan de gemeenteraadsverkiezingen in het landelijk register van de Kiesraad is opgenomen.
[3] Kjaer en Elklit (2010b) maken ook expliciet onderscheid tussen het aantal partijen dat op het stembiljet staat en dat in de gemeenteraad. Het aantal partijen op lijsten is in Denemarken voor 2001 bijna het dubbele dan het aantal partijen verkozen in de gemeenteraad. Met behulp van gegevens over de verkiezingen in 2022 is berekend dat dit verschil in Nederland veel kleiner is, namelijk iets meer dan 10%. Omdat dit verschil zo klein is heeft het weinig zin om dit onderscheid te maken.
[4] In Gradus et al. (2026) wordt de LPSN tussen 1998-2022 verklaard door gemeentegrootte (+), afstand tot het bestuurscentrum (-), verstedelijking (+) en gemeentelijke samenvoeging (-). De schattingsresultaten veranderen nauwelijks indien in plaats van 17 nationale partijen in 2022 13 partijen (het aantal nationale partijen in 2018) genomen worden.
[5] Voor de gemeente Utrecht zou dit betekenen dat het aantal eenmansfracties afneemt van 10 naar 6 en dat SP, UtrechtNu!, Utrecht Solidair en Stadsbelang niet meer in de gemeenteraad zijn vertegenwoordigd.
[6] Ook wordt er wel erg makkelijk voorbijgegaan aan de kritiek van de Raad van State (RvSt) op dit wetsvoorstel. Volgens de RvSt (2024) zal dit voorstel vooral voor kleinere gemeenten gevolgen hebben voor de representativiteit van decentrale vertegenwoordigende organen. Het klopt dat deze drempel voor een kleinere gemeente (met 9 raadszetels) omhooggaat van 8,25% naar 11,1%.
Referenties
Gradus, Raymond, Tjerk Budding, Vera van Schie (2022), “Fragmentatie lokaal partijlandschap stokt”, Me Judice, 4 april.
Gradus, Raymond, Tjerk Budding en Vera van Schie (2026), “Reversal of local party system nationalisation: exploring the influence of size, rurality, peripherality and mergers”, Urban Affairs Review, OnlineFirst.
Gradus, Raymond, Budding, Tjerk en Dijkgraaf, Elbert (2021). “Lokale democratie: Opkomst lokale partijen en politieke fragmentatie”, Bestuurswetenschappen 75 (3), 5-17.
Gradus, Raymond, Klarenbeek, Stijn en Faber, Bram (2023). “Lokale partijen steeds meer vertegenwoordigd in gemeentebestuur” Bestuurswetenschappen 77 (4), 6-15.
Kjaer, Ulrik en Elklit, Jørgen. (2010). Local Party System Nationalisation: Does Municipal Size Matter? Local Government Studies 36 (3), 425-444.
Lunsing, Jan en Herweijer, Michel (2016). “Politieke fragmentatie in Nederlandse gemeenten”, Bestuurswetenschappen 70 (1): 5-16.
Raad van State (2024). Advies wetsvoorstel ronselen volmachtstemmen en toewijzing restzetelverdeling.
Vissers, Nora (2026). Opinie: We hebben teveel eenmansfracties in de gemeenteraad. Trouw, 2 april.