Dynamische contracten komen nog relatief weinig voor
Begin 2026 had zeven procent van alle Nederlandse huishoudens, en een deel van de bedrijven, een dynamisch elektriciteitscontract. Bij zo’n contract varieert de kWh-prijs per uur. De prijs voor elk uur wordt de voorgaande dag in de middag bekend en is gelijk aan de prijs op de day-ahead markt, waar elektriciteitsleveranciers hun stroom voor de volgende dag inkopen. Deze day-ahead prijs reflecteert de verwachtingen over vraag en aanbod op de volgende dag. De prijs is bijvoorbeeld laag als er op een uur veel zonnestroom wordt verwacht.
Dynamische contracten stimuleren stroomgebruikers om hun gebruik naar goedkope uren te verschuiven. Dit levert hen vaak redelijk wat geld op (CE Delft en Motivaction, 2025). Het maakt ook de gehele stroomproductie goedkoper en duurzamer omdat er meer stroom uit wind en zon wordt gebruikt. De Energiewet stimuleert dit dan ook; elektriciteitsleveranciers zijn tegenwoordig verplicht óók dynamische contracten aan te bieden.
De vraag is echter of dynamische contracten, gezien de grote maatschappelijke baten, niet verder gestimuleerd moeten worden.
Voordelen en nadelen voor consumenten
Dynamische contracten verlagen direct de gemiddelde kWh-prijs voor consumenten die van nature een gebruikspatroon hebben met relatief veel gebruik in uren waarin stroom goedkoop is. Deze consumenten kunnen bovendien extra geld besparen door hun stroomgebruik nog meer naar de goedkope uren te verschuiven. Zolang de gemiddelde prijzen op de energiemarkten niet (sterk) stijgen, zijn deze mensen met een dynamisch contract goedkoper uit.
Ervaringen in het buitenland laten ook zien dat dynamische contracten na een periode van stijgende energieprijzen minder populair worden. De huidige energiecrisis zou de adoptie van dynamische contracten dus wel eens kunnen vertragen.
Consumenten die van nature veel stroom op dure uren gebruiken, zijn met een dynamisch contract in eerste instantie vaak duurder uit. Echter, het contract kan hen stimuleren om hun gebruik naar goedkope uren te verschuiven. Soms kan dit het oorspronkelijke negatieve effect (meer dan) volledig compenseren, maar soms ook niet.
De prijzen op de energiemarkten kunnen natuurlijk sterk veranderen. Wie een dynamisch contract heeft, merkt dat direct. Als bijvoorbeeld morgen de gasprijs omhoogschiet, kan dit meteen de kWh-prijs verhogen. Een dynamisch contract brengt dus veel prijsonzekerheid met zich mee. Voor veel mensen is dit een serieus nadeel. Ervaringen in het buitenland laten ook zien dat dynamische contracten na een periode van stijgende energieprijzen minder populair worden (Pébereau en Remmy, 2023). De huidige energiecrisis zou de adoptie van dynamische contracten dus wel eens kunnen vertragen. Variabele en vaste contracten bieden nu eenmaal meer prijszekerheid, voor een periode die kan oplopen tot drie jaar. In ruil hiervoor betaalt de consument natuurlijk wel een (in de prijs verborgen) verzekeringspremie.
Voor mensen met financiële reserves hoeft de prijsonzekerheid bij dynamische contracten geen probleem te zijn. Als zij een gunstig gebruikspatroon hebben of kunnen bereiken, is een dynamisch contract voor hen gemiddeld voordeliger dan andere contracten. Hun voordeel wordt nog vergroot doordat ze geen verzekeringspremie betalen.
Voor mensen die onvoldoende financiële reserves hebben en weinig risico kunnen dragen, kan de prijsonzekerheid juist een legitieme reden zijn om geen dynamisch contract te nemen. Als ze toch zo’n contract willen, is het volgens deskundigen verstandig om eerst een goede financiële buffer aan te leggen (CE Delft en Motivaction, 2025). De vraag is nu echter of het probleem van de prijsonzekerheid niet langs andere weg kan worden opgelost.
Een aanvullende verzekering
Ik stel voor dat de overheid elke elektriciteitsleverancier verplicht om niet minimaal één dynamisch contract aan te bieden, zoals nu, maar twee varianten. Het eerste is het dynamische contract voor een jaar, zoals dat nu al bestaat. Hierbij is de prijs per kWh die de consument betaalt elk uur gelijk aan de day-ahead prijs.[1]
Het tweede is hetzelfde dynamische contract, maar dan met een aanvullende verzekering. Dit contract dekt niet de prijsverschillen binnen de dag af, maar wel algehele stijgingen van de gemiddelde energieprijs (bijvoorbeeld veroorzaakt door een stijging van de gasprijs door een oorlog). De appendix geeft een precieze beschrijving van deze verzekering; hier volgt een ruwe schets. Daarbij wordt voor de uitleg verondersteld dat het om een contract voor één jaar gaat.[2]
De verzekering is gebaseerd op informatie die, volgens het voorstel, door de ACM (of een andere onpartijdige organisatie) wordt gepubliceerd. ACM publiceert elke maand een schatting van de gemiddelde day-ahead prijs in het contractjaar dat de volgende maand begint. Na afloop van het contractjaar maakt ACM bekend wat de werkelijke gemiddelde day-ahead prijs is geweest.
De aanvullende verzekering werkt dan als volgt. Als, volgens ACM, de werkelijke gemiddelde day-ahead prijs x procent hoger is dan de geschatte gemiddelde prijs, dan krijgt elke klant die een verzekering heeft van zijn leverancier een korting die (grofweg) gelijk is aan x procent van de kosten van de inkoop (op de day-ahead markt) van de stroom die deze klant tijdens het contractjaar heeft gebruikt. Als echter de werkelijke gemiddelde prijs y procent lager is dan geschat, dan betaalt de klant aan zijn leverancier een toeslag die (grofweg) gelijk is aan y procent van de inkoopkosten van zijn stroom. Hiermee krijgt de klant meer zekerheid over zijn jaarrekening (zie ook later). In ruil hiervoor betaalt hij de leverancier een verzekeringspremie.
Effecten
Een eerste vraag is nu of de verzekering geen afbreuk doet aan de stimulans om het verbruik naar goedkope uren te verschuiven. Stel bijvoorbeeld dat er voor een bepaald contractjaar een korting komt van 10 procent van de inkoopkosten van stroom. Dat betekent dat, als de consumentenprijs in een bepaald uur oorspronkelijk 40 cent per kWh is, deze prijs door de korting 4 cent lager wordt. Als de prijs 10 cent is, wordt de prijs 1 cent lager, en bij een kWh-prijs van nul is de korting nul. Zo bezien wordt de stimulans om het gebruik naar goedkope uren te verschuiven 10 procent minder.
Echter, consumenten kunnen, zeker in de eerste helft van het jaar, vaak niet voorspellen of er na het jaar een korting of een toeslag komt, en hoe hoog die dan wordt. Daarom kunnen ze bij veel beslissingen over hun stroomgebruik de korting of toeslag niet goed meenemen. Waarschijnlijk blijft de stimulans dus voor veel meer dan 90 procent bestaan, zodat de verzekering wat dit betreft niet al te veel kwaad doet.
Een soortgelijke redenering kan worden gemaakt voor andere percentages dan 10 procent, en voor een toeslag. De conclusie is dan ook dat de stimulans om het stroomgebruik naar goedkope uren te verschuiven ook met de verzekering grotendeels blijft bestaan.
Al met al maakt de verzekering een dynamisch contract ook aantrekkelijk voor mensen die weinig risico kunnen of willen dragen, maar wel een gunstig gebruikspatroon hebben of kunnen bereiken.
Tegelijkertijd biedt de verzekering meer prijszekerheid. De appendix analyseert dit in detail. De eerste conclusie van deze analyse betreft de consument die een gemiddeld gebruikspatroon heeft. Deze consument heeft, ondanks de grote prijsverschillen tussen de uren, dankzij de verzekering volledige zekerheid over de gemiddelde kWh-prijs die hij over het hele jaar betaalt. Daarbij betaalt hij, inclusief verzekeringspremie, praktisch evenveel als bij een vast contract.
De andere conclusies betreffen mensen met een niet-gemiddeld gebruikspatroon. Ook zij hoeven zich geen zorgen te maken over de mogelijkheid dat de day-ahead prijzen gedurende het contractjaar hoger worden dan verwacht; de verzekering beschermt hen hier praktisch volledig tegen. In verband hiermee is het dynamische contract met verzekering voor mensen die een gunstig gebruikspatroon hebben of weten te bereiken (met dus veel stroomgebruik in goedkope uren), over het hele jaar met zekerheid goedkoper dan een vast contract. Voor mensen met een ongunstig gebruikspatroon daarentegen, is een vast contract goedkoper.
Al met al maakt de verzekering een dynamisch contract ook aantrekkelijk voor mensen die weinig risico kunnen of willen dragen, maar wel een gunstig gebruikspatroon hebben of kunnen bereiken. De verzekering kan deze mensen helpen, en zo de adoptie van dynamische contracten bevorderen. Overigens besteedt de appendix ook aandacht aan instrumenten die hetzelfde beogen als de hier voorgestelde verzekering, maar die in mijn ogen minder goed zijn.
Verplichte dynamische contracten
De overheid kan verder gaan door dynamische contracten voor alle consumenten verplicht te stellen, met de mogelijkheid om desgewenst een aanvullende verzekering te nemen. Hierdoor zal het stroomgebruik nog meer naar goedkope uren verschuiven. De gemiddelde consument is dan nog goedkoper uit. Alleen consumenten die relatief veel stroom blijven gebruiken tijdens dure uren, zijn op het eerste gezicht duurder uit.
Als dynamische contracten verplicht zijn, verschuift er veel vraag naar de goedkope uren. Dat impliceert dat de vraag in de dure uren flink daalt. Daardoor daalt in die uren de kWh-prijs.
Echter, bij nader inzien is dit laatste nog niet eens zo zeker. Als dynamische contracten verplicht zijn, verschuift er veel vraag naar de goedkope uren. Dat impliceert dat de vraag in de dure uren flink daalt. Daardoor daalt in die uren de kWh-prijs (de duurste centrales gaan minder leveren). Hiervan profiteren vooral de mensen die in dure uren veel stroom gebruiken. Theoretisch is het zelfs mogelijk dat ook deze mensen dan per saldo van de verplichte dynamische contracten profiteren. Empirisch onderzoek kan uitwijzen of dit werkelijk zo is.
Daarbij is er nog een reden waarom voor iedereen verplichte dynamische contracten de prijzen verlagen. Alle consumenten betalen hierbij elk uur de day-ahead prijs. Die is door de grote concurrentie op de day-ahead markt zo laag mogelijk. Tussen de consument en de day-ahead markt zit niet meer een leverancier die zelf ook nog eens de consumentenprijs wil bepalen. Daarbij heeft de leverancier ook geen invloed op de hoogte van de kortingen en toeslagen. Bij de keuze van een leverancier hoeven mensen dus alleen nog maar te kijken naar het bedrag dat de leverancier voor zijn transactiekosten vraagt, en als ze een verzekering willen ook nog naar de verzekeringspremie. Bij zoveel eenvoud zal de concurrentie tussen leveranciers tot lagere prijzen leiden.
Als er ondanks dit alles per saldo toch een financieel nadeel zou overblijven voor sommige mensen, dan wil dit nog niet zeggen dat het beleid verkeerd is. Bij veel onderdelen van overheidsbeleid loopt altijd wel een aantal mensen schade op. Dat is acceptabel als het beleidsonderdeel goed is voor het land als geheel en als, afhankelijk van ethische standpunten, bepaalde groepen niet te veel worden geschaad zonder dat zij gecompenseerd kunnen worden. Het hier voorgestelde beleid verhoogt de totale welvaart. Dat betekent dat er ruimte komt om, indien nodig, de benadeelden te compenseren. Daarbij zij echter benadrukt dat de overheid niet bij elke beleidsmaatregel alle benadeelden moet gaan compenseren. Beter is het om te bekijken of de totale economische ontwikkeling, inclusief de effecten van al het overheidsbeleid, bepaalde groepen te veel benadeelt, en of dit dan gecompenseerd moet worden.
Dynamische contracten, met desgewenst een aanvullende verzekering, kunnen ook voor het bedrijfsleven en de overheid verplicht worden gesteld. Dat zal de energie-invoer nog verder verlagen. Daarbij dalen de gemiddelde stroomkosten van bedrijven, wat de concurrentiepositie van Nederland versterkt. Natuurlijk zal een (mogelijk beperkt) aantal bedrijven hier nadeel van ondervinden, omdat ze veel stroom in piekuren gebruiken. Echter, dit hoeft geen reden te zijn om een voor het land als geheel gunstige beleidsmaatregel af te wijzen.
Omzetbelasting
Nederland heeft, vanwege het milieu, sinds 1996 een energiebelasting op elektriciteit. Dit is een vast bedrag per kWh. Dit bedrag is dit jaar voor consumenten 11,08 cent; voor bedrijven gelden andere vaste bedragen. In februari kostte een kWh de consument gemiddeld ongeveer 26 cent, inclusief energiebelasting (zie CBS). De belasting verhoogde in februari de gemiddelde consumentenprijs dus met ongeveer 74 procent.
Anders dan in 1996 zijn er tegenwoordig veel uren waarop de stroomprijs nul of negatief is, vanwege een overvloedig aanbod van stroom uit zon en wind. Stroomgebruik op deze uren schaadt het milieu niet. Een milieubelasting op stroom die op deze uren wordt gebruikt, is dus door de tijd achterhaald. Buitenlandse economen hebben dan ook voorgesteld om de (ook in andere landen bestaande) vaste belasting per kWh te vervangen door een speciale omzetbelasting. Hierdoor stijgen bij dynamische contracten de prijsverschillen tussen de uren, waardoor het gebruik veel sterker naar goedkope uren verschuift (Katz et al., 2019; Blaschke, 2022).
Anders dan in 1996 zijn er tegenwoordig veel uren waarop de stroomprijs nul of negatief is [...] Stroomgebruik op deze uren schaadt het milieu niet. Een milieubelasting op stroom die op deze uren wordt gebruikt, is dus door de tijd achterhaald.
Ook Nederland heeft baat bij zo’n omzetbelasting. Op bijvoorbeeld de consumentenmarkt zou, uitgaande van de kWh-prijs en het belastingtarief van februari, en van een ongewijzigd gebruikspatroon, vervanging van de vaste belasting per kWh door een omzetbelasting van 74 procent de belastingopbrengst ruwweg gelijk doen blijven. De prijsverschillen tussen de uren bij dynamische contracten worden dan 74 procent groter. Het gebruikspatroon verschuift dus nog meer naar de goedkope uren. Hierdoor wordt de gemiddelde prijs lager. Dit zal dan ook de gemiddelde omzetbelasting per kWh verlagen. Dit is mooi voor de consument, maar zal helaas ook de belastingopbrengst doen dalen. Of dit dan gecompenseerd moet worden via een hoger belastingtarief, of dat dit bijvoorbeeld tijdens een energiecrisis even niet gecompenseerd moet worden, is niet aan mij.
Netcongestie
Er bestaat in het algemeen een positief verband tussen de netbelasting en de dynamische elektriciteitsprijs (Berenschot, 2024). Hierdoor zullen de door dynamische contracten veroorzaakte vraagverschuivingen de netbelasting vaak verminderen. Echter, het verband geldt niet altijd. Zo zijn er soms piekuren waarin het dynamische tarief juist laag is vanwege een hoog aanbod van windenergie. Dit doet het piekgebruik dan nog verder stijgen, zodat de netbelasting nóg hoger wordt. Dit probleem doet zich slechts in weinig uren voor, maar brengt dan wel de leveringszekerheid in gevaar (CE Delft en Motivaction, 2025; Berenschot, 2024).
Het probleem is echter oplosbaar. De overheid kan, bijvoorbeeld, de stroomleveranciers verplichten hun uurtarief op een klein aantal, door de netbeheerders tijdig te bepalen uren (zoals piekuren met bijzonder veel windstroom), niet onder een zeker minimum te laten komen. Hierdoor leiden dynamische contracten dan nooit meer tot netcongestie. Dat betekent dat ze het probleem van de netcongestie alleen nog maar verminderen.
Ten slotte zij opgemerkt dat dynamische elektriciteitstarieven gebaseerd zijn op de kosten van de stroomproductie exclusief de kosten van transport. Momenteel wordt ook onderzoek gedaan naar alternatieve nettarieven, welke gebaseerd zijn op de kosten van het transport van stroom, inclusief de kosten van netcongestie, op elk uur (Berenschot, 2024; Dijkstra et al., 2025). Het zou zinvol zijn om de mogelijkheid te onderzoeken van één enkel stroomtarief dat in elk uur gebaseerd is op zowel de productiekosten als de transportkosten in dat uur. Alleen zo’n gecombineerd tarief kan tot een optimaal consumptiepatroon leiden.
Conclusie
Dynamische contracten maken de elektriciteitsproductie goedkoper en duurzamer. Met goed ondersteunend beleid verminderen ze ook de netcongestie. Hun ontwikkeling kan worden bevorderd via een aanvullende verzekering die de gemiddelde prijs stabieler maakt. Hiermee krijgt de consument praktisch evenveel zekerheid over zijn jaarkosten als bij een vast contract. Ten slotte zal vervanging van de vaste belasting per kWh door een omzetbelasting de effectiviteit van dynamische contracten verder vergroten.
Voetnoten
[1] De andere zaken waar zij voor betalen, zoals de vaste kosten van de leverancier en diens winstopslag, blijven hier buiten beschouwing.
[2] Een contract begint altijd op de eerste van een maand. De conclusies zouden niet wezenlijk anders worden als het contract bijvoorbeeld een half jaar, of drie jaar, zou duren.
Referenties
Berenschot (2024) Verkenning alternatief nettariefstelsel kleinverbruik.
Blaschke, M.J. (2022) Dynamic pricing of electricity: Enabling demand response in domestic households. Energy Policy, 164 (May), 1-22.
CE Delft en Motivaction (2025) Dynamische elektriciteitscontracten en netcongestie.
Dijkstra, P., Kopányi, D., Van Montfoort, F. en Mulder, M. ((2025) Alternatieve nettarieven kunnen piekvraag sturen en netcongestie verminderen. ESB, 13 augustus.
Katz, J., Kitzing, L., Schröder, S. T., Andersen, F. M., Morthorst, P. E. en Stryg, M. (2019). Household electricity consumers' incentive to choose dynamic pricing under different taxation schemes. Advances in Energy Systems: The Large‐scale Renewable Energy Integration Challenge, 531-543.
Pébereau, C., en Remmy, K. (2023). Barriers to real-time electricity pricing: Evidence from New Zealand.
International Journal of Industrial Organization,
89, 102979.