Corrigeer de Europese begrotingsnorm en verhoog de staatsschuld met 100 miljard

Corrigeer de Europese begrotingsnorm en verhoog de staatsschuld met 100 miljard image
Afbeelding ‘Eurozone 02’ van Stephanie Jones (CC BY-NC-SA 2.0).
Gisteren
Voor het berekenen van de overheidstekorten wordt geen onderscheid gemaakt tussen landen met een omslagstelsel en landen met kapitaaldekking voor de pensioenen. Deze weeffout was mede de reden dat wij – naast Malta – in november een waarschuwing kreeg van de Europese Commissie. Dat is onterecht: doordat we dit verschil negeren, rekenen Europa én wijzelf ons armer dan we in werkelijkheid zijn.

Verschillen tussen Europese landen

Eind november bleek dat de Europese Commissie Nederland had berispt omdat het financieringstekort te hoog is - en daarmee de staatsschuld oploopt. Het (enige) andere land dat ook een waarschuwing kreeg is Malta. Hierbij speelt voor Nederland een bijzondere uitgavenpost: de afkoop van militaire pensioenen. De pensioenenverplichting van 8,5 miljard is inmiddels bij het ABP ondergebracht. Nu deze post bij het ABP is ondergebracht wordt de afkoop meegerekend als staatsschuld, wat voorheen niet het geval was. Hoe kan dat?

Landen als Duitsland hebben geen pensioenfonds voor overheidsambtenaren (POA) en betalen de pensioenen rechtstreeks uit de staatskas. Bedrijven zijn verplicht de dekking voor pensioenen in de balans op te nemen, maar landen zijn dat niet. Ten onrechte, de POA zou in de balans van de overheidsfinanciën moeten worden opgenomen. Maar de maximale staatsschuld van 60% van het BBP is voor landen zonder POA al nauwelijks haalbaar, laat staan als deze pensioenverplichting mee zou gaan tellen. Om een gelijk speelveld te creëren is het alternatief om de POA van de staatsschuld af te trekken. Dan kan de norm van 60% gehandhaafd blijven.

Bedrijven zijn verplicht de dekking voor pensioenen in de balans op te nemen, maar landen zijn dat niet. Ten onrechte.

Voor Nederland zou deze wijziging veel uitmaken. De staatsschuld is 492 miljard. Het vermogen van het ABP is 544 miljard. We hebben dus een staatsoverschot van 52 miljard (een negatief staatstekort). Het vermogen van het ABP steeg in 2024 met 42 miljard terwijl het (oude) financieringstekort van het rijk 10 miljard was. Een overschot van 32 miljard in 1 jaar.

Kapitaaldekking vs omslagstelsel

Nederland krijgt dus een waarschuwing door de manier van boekhouden, terwijl onze pensioenen nou juist wél gedekt zijn door kapitaal. In theorie zouden we het ABP kunnen opheffen en met de opbrengst de staatsschuld aflossen - en de pensioenuitkeringen betalen we rechtstreeks uit de staatskas, om tot een vergelijkbare situatie in Duitsland te komen. Dan zou Nederland überhaupt geen staatsschuld meer hebben.

Dat deze systemen - kapitaaldekking door het ABP en overheidsgarantie in Duitsland - naast elkaar kunnen bestaan komt door het feit dat de kosten voor de overheid (ongeveer) hetzelfde zijn. Het ABP ontvangt ongeveer evenveel premies als wat het aan pensioenen uitkeert. Het is een soort stuwmeer waar (op dit moment) evenveel instroomt als er uitgaat.

Je kunt ook de pensioenen direct betalen uit de premies. Een omslagstelsel zoals onze AOW, dat in Duitsland voor ambtenarenpensioenen geldt. In de periode dat de overheid even groot blijft zijn beide systemen houdbaar en even duur. Tegenover pensioenen staan evenveel premies van de volgende generatie. En het vermogen van het ABP blijft altijd bestaan. Het is opgebouwd toen er veel jongeren premie betaalden en er weinig gepensioneerden waren, nu zijn inkomsten en uitgaven ongeveer in evenwicht terwijl het fonds groeit door beleggingsresultaten. Het enige dat verandert zijn de eigenaren, de opeenvolgende generaties ambtenaren. Die zouden in theorie de staatsschuld kunnen financieren. 

Nederland krijgt dus een waarschuwing door de manier van boekhouden, terwijl onze pensioenen nou juist wél gedekt zijn door kapitaal. In theorie zouden we het ABP kunnen opheffen [...] Dan zou Nederland überhaupt geen staatsschuld meer hebben. 

Samengevat: de Europese begrotingsregels maken geen onderscheid tussen landen met kapitaaldekking voor hun ambtenaren en landen die dat niet hebben – en dat is absurd. Voor de lopende kosten maken de stelsels niet uit, maar voor de mogelijkheden om staatsschuld te financieren wel. Onder de voor ons onaangepaste norm – waarbij het verschil tussen omslag en kapitaaldekking niet wordt meegewogen – van zestig procent van het BBP voor de staatsschuld werden we ook nog het braafste jongetje van de klas.

Het rapport Wellink

Zelfs nu, terwijl aan alle kanten geroepen wordt dat er miljarden nodig zijn voor tal van maatschappelijke uitdagingen, is er bijna geen politieke partij die durft te zeggen dat de staatsschuld omhoog kan. Het rapport Wennink stelt dat Nederland voor ongeveer 150 miljard moet investeren om toekomstige groei te bewerkstelligen. Een deel van dat geld zou uit de verhoging van de staatsschuld moeten komen, wat gemakkelijk kan. Ga naar de Europese Commissie en leg uit dat de begrotingsregels moeten worden gecorrigeerd voor pensioenvermogens.

Een deel van het geld kan uit pensioenfondsen komen, maar investeringen in onderwijs en innovatie hebben geen beursnotering, terwijl ze wel een hoog rendement hebben. Indirect kunnen ze wel gedaan worden door verhoging van de staatsschuld. De volgende generaties worden hierdoor in staat gesteld hogere pensioenpremies te betalen waardoor het stelsel kan blijven bestaan.

Het is dus wijs om de staatsschuld te verhogen in het besef dat dit door pensioenfondsen wordt gedekt. Als we in staat zijn ook de bestuurlijke organisatie op poten te zetten zoals door Wennink geschetst dan is er heel veel mogelijk.

In figuur 1 is “staatsschuld” weergegeven als staatsschuld minus ABP vermogen (groene lijn). Het blijkt dat dit tekort sinds 2000 al ver onder de Europese begrotingsnorm van 60% van het BBP ligt en sinds 2008 naar (onder) nul is gedaald.

Figuur 1. Staatsschuld Nederland, ABP-vermogen en ongedekte staatschuld (%BBP).

Uitgestelde belasting over pensioenen

Er is nog een tweede verwant thema: de uitgestelde belasting over pensioenen. Pensioenpremies zijn aftrekbaar voor de inkomensbelasting, uitkeringen worden belast. Maar die belasting zal nooit worden geïnd als tegenover de uitkeringen steeds weer nieuwe aftrekposten staan. Net als het ABP zal het totaal van andere fondsen blijven bestaan als we niet uitsterven. Zo’n veertig procent van alle pensioenvermogens is uitgestelde belasting. 

Een voorheffing van dertig procent op betaalde premies en bestaande pensioenvermogens in ruil voor dertig procent lagere belasting op uitkeringen zou 300 miljard extra opleveren.

Naast het ABP is er nog ongeveer 1000 miljard aan pensioenvermogens bij andere pensioenfondsen ondergebracht. Een voorheffing van dertig procent op betaalde premies en bestaande pensioenvermogens in ruil voor dertig procent lagere belasting op uitkeringen zou 300 miljard extra opleveren zonder dat er netto voor iemand iets verandert. En dat komt dan bij de 544 miljard van het ABP. Dit thema is al vaker geopperd, onder andere door Barbara Baarsma en Arnout Boot. In het artikel “haal belastingen uit pensioenuitkeringen naar voren” van Gerard Stigter (ESB 4, oktober 2022) worden de mogelijkheden van implementatie besproken. Mijn eigen eerdere pogingen een en ander uit te leggen zijn te vinden op “Me Judice" onder andere ”Nederland: puissant rijk, maar gierig als een oude vrek” (2012) en “Nederland heeft geen staatsschuld maar een overschot” (2021). Maar helaas is er tot nu weinig aandacht voor.

Te citeren als

Aart de Vos, “Corrigeer de Europese begrotingsnorm en verhoog de staatsschuld met 100 miljard”, Me Judice, 2 januari 2026.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.

Afbeelding
Afbeelding ‘Eurozone 02’ van Stephanie Jones (CC BY-NC-SA 2.0).

Ontvang updates via e-mail