Inleiding
Ongeveer een jaar geleden, op 2 april 2025, scherpten de Verenigde Staten hun handelsbeleid fors aan. Op deze dag, ‘Liberation Day’, zetten de VS noodbevoegdheden in om een universeel invoertarief en hoge ‘wederkerige tarieven’ op te leggen aan landen waarmee zij een handelstekort hadden. Tegelijkertijd werden nieuwe sectorspecifieke maatregelen voor auto’s en auto-onderdelen aangekondigd. De tariefverhogingen werden in de maanden na Liberation Day deels teruggedraaid en later door het Amerikaanse Hooggerechtshof grotendeels onwettig verklaard.
Een terugkeer naar de situatie van vóór 2025 lijkt onwaarschijnlijk.
Een terugkeer naar de situatie van vóór 2025 lijkt onwaarschijnlijk. In plaats daarvan zijn Amerikaanse importheffingen structureel op een hoger niveau verankerd. Mondiale toeleveringsketens passen zich hierop aan, vooral door handelsstromen om te leiden, in plaats van door het ‘onshoren’ van productie. Dit artikel schetst het huidige tarieflandschap en wat de data laten zien over de reactie van de mondiale handelsstromen.
Het huidige tarieflandschap: op papier eenvoudiger, in de praktijk nog steeds complex
Na de uitspraak van het Hooggerechtshof veranderde de Amerikaanse regering van aanpak, en verving zij de lappendeken aan landspecifieke tarieven door een eenvoudiger, tijdelijk universeel tarief onder Sectie 122 van de Trade Act van 1974. In de praktijk blijft het tariefregime echter gelaagd. De kern van het systeem, dat op 24 februari 2026 in werking trad, is een universeel tarief van 10% op alle invoer.
Dit universele tarief komt bovenop bestaande MFN-tarieven (Most Favoured Nation, ofwel meestbegunstigingsbeginsel) en eerdere maatregelen uit de handelsoorlog, zoals de Sectie 301-tarieven op Chinese goederen. Daarnaast blijven aanzienlijke sectorspecifieke tarieven van kracht, waaronder op staal (50%), aluminium (50%), koper (50%) en auto’s (25%). Er zijn echter ook vrijstellingen: producten uit Canada en Mexico die voldoen aan de USMCA-regels blijven vrijgesteld van tarieven, evenals strategische goederen zoals bepaalde kritieke mineralen en energieproducten.
Figuur 1. Ontwikkeling van Amerikaanse tarieven sinds begin 2025, in %.
Bron: EIU, Yale Budget Lab, Fitch, Atradius.
In het huidige stelsel is het wettelijke tarief met 13,9% nog steeds ongeveer zes keer zo hoog als in 2024. Fitch schat dat het effectieve tarief – het tarief dat daadwerkelijk over de totale import wordt betaald – door het nieuwe regime slechts licht is gedaald (naar 9,4%, zie figuur 1). Voor Nederland bracht het besluit het effectieve tariefpercentage omlaag naar 6,1% (ten opzichte van de eerdere 8%), wat iets gunstiger is dan het EU-gemiddelde van 8,8%.
Cruciaal is dat het Sectie 122-regime tijdelijk is: het blijft naar verwachting 150 dagen van kracht (tot ongeveer 24 juli 2026), tenzij het Congres besluit tot verlenging. President Trump heeft bovendien gedreigd het algemene tarief van 10% te verhogen naar 15%, wat het totale wettelijke tarief op 15,1% zou brengen.
In de Verenigde Staten zelf is het handelstekort nauwelijks afgenomen, terwijl dit wel één van de voornaamste doelstellingen was [...] Er is weinig bewijs van een structurele correctie.
Ondertussen onderzoekt Washington andere handelsbevoegdheden om delen van het onwettig verklaarde stelsel opnieuw vorm te geven. Daaronder vallen nieuwe Sectie 301-onderzoeken naar ‘structurele overcapaciteit en -productie’ in sectoren zoals staal, aluminium, auto’s en elektronica. Deze onderzoeken richten zich op 16 economieën, waaronder China, de EU, Mexico en diverse Aziatische exporteurs. Een afzonderlijk onderzoek naar 60 economieën, waaronder Canada, China, de EU en het VK, richt zich op het handelsbeleid rondom goederen die met dwangarbeid zijn geproduceerd.
Amerikaanse invoer toont zich veerkrachtig
Een jaar later is de tariefschok van Liberation Day duidelijk zichtbaar in de mondiale handelsdata. Zij heeft echter de wereldhandel minder sterk afgeremd dan aanvankelijk werd gevreesd.
In de Verenigde Staten zelf is het handelstekort nauwelijks afgenomen, terwijl dit wel één van de voornaamste doelstellingen was. Het handelstekort kende het afgelopen jaar door alle tariefaankondigingen en -pauzes een volatiel verloop, maar er is weinig bewijs van een structurele correctie. In februari 2026 bedroeg het tekort op de handelsbalans nog altijd USD 57,3 miljard, ongeveer gelijk aan het langjarig gemiddelde (zie figuur 2).
Figuur 2. Amerikaans handelstekort nog steeds hoog, in USD miljarden.
Bron: Macrobond, US BEA, Atradius
Twee factoren verklaren waarom hogere tarieven zich nog niet hebben vertaald in een brede krimp van de Amerikaanse invoer. Ten eerste is er sprake geweest van een anticipatie-effect: het naar voren halen van handel vooruitlopend op de aangekondigde tarieven.
Ten tweede heeft de door AI gedreven investeringsgolf de vraag naar hightech-producten en datacenters gestimuleerd, ondanks de stijgende prijzen. De invoer van kapitaalgoederen – waaronder computers, halfgeleiders en toebehoren – is hierdoor sterk toegenomen (zie figuur 3). In februari 2026 lag de invoer van kapitaalgoederen 20% hoger dan het gemiddelde van 2025, terwijl de invoer van niet-kapitaalgoederen een neerwaartse trend vertoonde na een eerdere piek voorafgaand aan Liberation Day.
Figuur 3. Invoer van kapitaalgoederen in de VS blijft toenemen, in USD miljarden.
Bron: US Census Bureau, Macrobond.
Handelsverschuiving in plaats van handelsstop
Hoewel de verhoogde tarieven tot dusver niet tot een lagere invoer in de VS hebben geleid, zijn de handelspatronen wel veranderd. Bedrijven verleggen hun toeleveringsketens om de blootstelling aan tarieven te beperken. Het ombuigen van handelsstromen strookt met de ervaringen sinds de eerste regering-Trump in 2018, toen de Amerikaans-Chinese handelsoorlog begon.
De directe handel tussen de VS en China is sterk gedaald, maar door de wereldwijde voetafdruk van de Chinese maakindustrie komen exporten via omwegen alsnog de VS binnen. Dit verzwakt de impact van de tarieven op het totale invoervolume. Het aandeel van China in de Amerikaanse invoer lag in 2018 nog boven de 20%, daalde in 2024 naar 13,4% en staat een jaar na Liberation Day op 7,5%. Deze daling is ruimschoots gecompenseerd door Vietnam – waarvan het aandeel met 2 procentpunt steeg naar 6,2% – en Taiwan, dat met een stijging van 4,8 procentpunt nu op een aandeel van 8,3% staat (zie figuur 4).
Figuur 4. Handelsverschuivingen duidelijk zichtbaar.
Bron: US Census Bureau, Atradius.
De EU heeft marktaandeel verloren op de Amerikaanse markt, hoewel zij na Mexico nog steeds het grootste herkomstgebied is voor Amerikaanse invoer. Het aandeel van de EU in de totale Amerikaanse import bedraagt nu 14,9%, tegenover 18,6% in 2024. Het aandeel van Nederland is eveneens gekrompen naar 0,7%, waar dit vóór de escalatie van de handelsoorlog nog 1,0% was.
Eén ding is zeker: de Amerikaanse tarieven zullen de komende jaren op een hoog niveau blijven.
Volgens internationale handelsdata van het CBS is de Nederlandse export naar de VS met 1,4 procentpunt gedaald ten opzichte van 2024. Tegelijkertijd is de Nederlandse import uit China in diezelfde periode slechts met 0,2 procentpunt gestegen. Dit staat in schril contrast met Mexico en diverse Zuidoost-Aziatische economieën, die hun import uit China juist sterk zagen toenemen. De Nederlandse import uit Taiwan steeg daarentegen met 0,9 procentpunt. Dit wijst erop dat Nederlandse ICT-importen uit China worden vervangen door importen uit Taiwan.
Conclusie: hogere tarieven vormen de nieuwe realiteit en vereisen aanpassing
Een jaar na Liberation Day is de toon verschoven van schok naar aanpassing. Hoewel de oorspronkelijke Liberation Day-tarieven door de rechter onwettig zijn verklaard, blijven de Amerikaanse invoertarieven historisch hoog. De onzekerheid houdt aan nu de termijn van 150 dagen van de huidige Sectie 122-tarieven in juli afloopt en er onderzoeken naar andere handelsbevoegdheden lopen. Eén ding is zeker: de Amerikaanse tarieven zullen de komende jaren op een hoog niveau blijven.
Data laten zien dat handel verschuift in plaats van tot stilstand komt. De Amerikaanse invoer is veerkrachtig gebleken, mede geholpen door het naar voren halen van export in anticipatie op tariefwijzigingen. Ook de aanhoudend sterke vraag naar hightech-producten verklaart deze veerkracht. Toeleveringsketens passen zich vooral aan door het omleiden van handelsstromen. In de praktijk leidt dit tot een verschuiving van marktaandelen: het directe aandeel van China in de Amerikaanse invoer is scherp gedaald, terwijl andere Aziatische economieën aan terrein hebben gewonnen. Tegelijkertijd heeft de EU marktaandeel verloren en is ook het aandeel van Nederland gedaald.
Voor Nederlandse exporteurs is het van belang zich te realiseren dat hogere Amerikaanse tarieven de nieuwe realiteit zijn. Dit vraagt om het opnemen van tariefscenario’s in prijs- en margediscussies en bijzondere aandacht voor de vraag of producten onder de hoogste tarieven vallen. Daarnaast is het versterken van documentatie- en compliance-capaciteit cruciaal, nu Washington de reikwijdte van handelsonderzoeken verder verbreedt. Tegelijkertijd biedt de VS nog steeds kansen – met name voor exporteurs van kapitaalgoederen – aangezien de Amerikaanse vraag naar hightech-importen blijft groeien.
Referenties
Atradius Economic Research, October 2024. “US elections 2024: Which way will the trade winds blow?”
National Bureau of Economic Research, November 2020. “De-Globalisation? Global Value Chains in the Post-Covid-19 Age”.