Traditionele handelstheorie kan nog niet de prullenbak in, óók niet in de nieuwe geopolitieke context

Traditionele handelstheorie kan nog niet de prullenbak in, óók niet in de nieuwe geopolitieke context image
Afbeelding ‘Container harbour’ van astrid westvang (CC BY-SA 2.0).

De WRR heeft haar 115e rapport uitgebracht over de vraag hoe het economische beleid van strategisch handelen in het huidige geopolitieke krachtenveld moet worden vormgegeven. De focus ligt op de reactie van de EU op het in de VS en China op het eigen belang gerichte beleid. Het rapport besteedt echter geen aandacht aan de transactiekosten van internationale handel en de opkomst van AI, wat een gemiste kans is.

EU versus de VS en China

De WRR (2026) constateert dat waar vroeger wederzijdse economische afhankelijkheden via benutting van comparatieve voordelen een positief welvaartseffect konden opleveren, zij nu vooral worden ingezet voor macht op het internationale toneel. Dit geldt met name voor de twee wereldmachten, de VS en China. Daarbij is volgens de WRR  de Europese Unie, en daarmee Nederland, in deze situatie in het bijzonder kwetsbaar, omdat Europa op belangrijke gebieden afhankelijk is van deze beide grootmachten, terwijl er omgekeerd niet zulke grote afhankelijkheden zijn.

Het rapport van de WRR richt zich hierbij op twee onderliggende dynamieken: (1) de internationale innovatierace en (2) de scheeftrekking van de internationale handel. In de Europese en Nederlandse beleidsdiscussie is veel aandacht voor de internationale innovatierace. Daarbij gaat het vooral om technologische innovaties waar een gericht industriebeleid een oplossing voor dient te bieden. Zonder een dergelijk beleid raken, aldus de WRR, Europa en Nederland achterop en nemen vitale afhankelijkheden alleen maar toe.

Vanuit deze twee dynamieken is de centrale boodschap van het WRR-rapport dat hier een gecombineerd antwoord nodig is: zowel een antwoord op de scheeftrekking van de handel als de inzet op een sterk innovatiesysteem. 

Tegelijkertijd dient ook een oplossing gevonden te worden voor de scheefgetrokken handel,  Meer specifiek gaat het daarbij om het tekort van de VS en het overschot van China op de (lopende rekening van de) betalingsbalans. Grofweg betekent het dat Amerikaanse producten voor ons te duur en Chinese producten te  goedkoop zijn. Vanuit deze twee dynamieken is de centrale boodschap van het WRR-rapport dat hier een gecombineerd antwoord nodig is: zowel een antwoord op de scheeftrekking van de handel als de inzet op een sterk innovatiesysteem. Industriebeleid is belangrijk, maar onvoldoende om een antwoord te zijn op het vraagstuk van strategische afhankelijkheden.

Heroriëntatie van beleid

Terecht merkt de WRR op dat Nederland, als relatief klein en welvarend handelsland, veel baat heeft gehad bij een wereld van vrijhandel volgens internationale afspraken. Benutting van de mogelijkheden van een dergelijk op internationale afspraken gerichte vrijhandel was ook indertijd de achtergrond van het WRR-rapport over Nederland als handelsland: WRR (2003). Maar de pijlers van deze naoorlogse, multilaterale handelsorde zijn aan het afbrokkelen. De VS en China zijn vooral geïnteresseerd in hun eigen positie in de wereldeconomie, zonder zich te bekommeren om de welvaartsnadelen die dat voor potentiële handelspartners en anderen oplevert.

Deze veranderende realiteit vormt het decor voor het nieuwe WRR-rapport. Het is volgens dit rapport cruciaal om ingesleten posities over handelsbeleid, industriebeleid, overheidsregie en competitie te heroverwegen. Zonder dat lopen we grote risico’s. De huidige uitdagingen vragen om een fundamentele heroriëntatie van ons denken.

Voor de WRR is daarbij het leggen van de juiste verbindingen tussen publieke en private spelers essentieel. Dit dient te gebeuren zonder dat de overheid de belangen van de private sector centraal stelt. Maar de private sector beschikt wel over cruciale informatie over industrieën en innovatieve mogelijkheden. De overheid dient deze voortgang van technologische ontwikkelingen intensief te volgen, waarbij volgens de WRR ingezet kan worden op het gericht bevorderen van innovaties, bijvoorbeeld via regelgeving, subsidies of vereisten in overheidsaanbestedingen.

Traditionele handelspolitiek in de nieuwe wereldorde

In het gewijzigde krachtenveld in de wereld ligt de nadruk van het nieuwe WRR-rapport op het geopolitieke antwoord van Europa op de politiek van Trump, gericht op handelsbelemmeringen en het antwoord op de Chinese politiek van goedkope uitvoer. De grote verandering die het Amerikaanse en het Chinese beleid recentelijk in de geopolitieke economische verhoudingen teweeg hebben gebracht, impliceert echter niet dat Europa en Nederland er zich zonder meer naar dienen te voegen. Traditionele handelspolitiek, met wederzijdse benutting van comparatieve voordelen, blijft daarbij relevant en kan nog steeds de welvaart bevorderen.

Een vanuit de traditionele handelstheorie aantrekkelijk antwoord op de door de economische grootmachten (met name door de VS) opgeroepen handelsbelemmeringen is om nieuwe coalities in de handel aan te gaan en om zo productieketens af te stemmen.

Daarom is het ook van belang om zo min mogelijk met eigen handelsbelemmeringen en restricties te reageren op de handelspolitiek van Trump en op de goedkope invoer uit China. Wederkerigheid in handelsbelemmeringen is alleen maar nadelig voor de welvaart omdat zulke heffingen de voordelen van handel gericht op comparatieve voordelen teniet doen. Zie echter Dommerholt (2026) voor een tegengeluid.

Wel kunnen invoerbeperkende maatregelen de welvaart bevorderen wanneer deze zijn ingesteld om negatieve externe effecten bij productie in het exporterende land of in de exporterende regio te internaliseren. Zo kan bij “te goedkope” handel met China bij een inferieure kwaliteit, vanwege slechte arbeidsomstandigheden, of bij milieuvervuiling gedacht worden aan aankoop via een Nederlandse intermediair die de benodigde kwaliteitsgaranties geeft.

Nieuwe handelsrelaties

Een vanuit de traditionele handelstheorie aantrekkelijk antwoord op de door de economische grootmachten (met name door de VS) opgeroepen handelsbelemmeringen is om nieuwe coalities in de handel aan te gaan en om zo productieketens af te stemmen. Illustratief hierbij is de manier waarop Canada in antwoord op de handelsoorlog met de VS naar nieuwe handelspartners op zoek is. Ook de EU heeft recentelijk vaart gezet achter handelsverdragen met Zuid Amerika (Mercosur) en Zuidoost Azië (in het kader van het strategisch partnerschap tussen de EU en de Asean).

Het monetaire beleid en de afwikkeling van financiële transacties kunnen evenzeer bijdragen aan meer evenwicht in handelsrelaties. Zo is het probleem bij de betalingsbalanstekorten van de VS, die Trump met importheffingen poogt op te lossen, een overwaardering van de dollar. Daarentegen heeft China deels via een onderwaardering van de renminbi een groot overschot op de goederenbalans  weten te verkrijgen. Een deel van een oplossing voor deze scheve waarderingen is om te pogen de rol van de dollar als reserve valuta te verminderen (zie Den Butter, 2026) en te zorgen dat de renminbi een grotere rol in het betalingsverkeer krijgt.

Maar betalingsbalanstekorten en -overschotten zijn nu eenmaal een kenmerk van internationale handel. Deze bevorderen dat invoer en uitvoer zich richten op het benutten van comparatieve voordelen, waarbij de productie en dienstverlening in een land zich in die richting ontwikkelen. Dat kan soms een kwestie van een lange aanpassingsperiode zijn. Maar op den duur zal het de betalingsbalansen meer in evenwicht brengen.

Rol van transactiekosten

De vraag in de huidige voor samenwerking in de handel vijandige wereld is welke beleidsruimte er voor Nederland is om als handelsland en vooral op diensten gerichte economie zo min mogelijk belemmeringen te ondervinden. Het is opmerkelijk dat het nieuwe WRR-rapport in navolging van WRR (2003) in dit verband geen aandacht besteedt aan de rol van de transactiekosten in de productie en dienstverlening. Dit terwijl die transactiekosten een aanzienlijk deel uitmaken van de totale kosten in productie en handel (zie bijvoorbeeld Berghuis en Den Butter, 2017; zie ook Den Butter, 2012). 

De door de VS en China opgeroepen belemmeringen in de productieketens en handel hebben deze transactiekosten alleen maar doen toenemen. Juist daar ligt voor Nederland een aangrijpingspunt om zo goed mogelijk de extra transactiekosten op te vangen en te verlagen (zie ook Den Butter, 2025). Dat kan bijvoorbeeld door de productieketens te verleggen, en zoals eerder aangegeven, via het afsluiten van handelsverdragen met andere delen van de wereld.

[...] Door het snel te kunnen schakelen in het verleggen van productieketens en handelscontacten, [kan] geprofiteerd worden van de daling van deze toegenomen transactiekosten. Dat kan voor Nederland als handelsland [...] zelfs een voordeel bieden.

Hierbij geldt dat met name de onzekerheden in Trumps (handels)politiek voor meer transactiekosten zorgen. Juist voorspelbaar beleid waarop valt te vertrouwen draagt bij aan een verlaging van de transactiekosten (Den Butter en Mosch, 2003). Anderzijds betekent dit wel dat door goed om te gaan met dergelijke onzekerheden, en door het snel te kunnen schakelen in het verleggen van productieketens en handelscontacten, geprofiteerd kan worden van de daling van deze toegenomen transactiekosten. Dat kan voor Nederland als handelsland, met ervaring in het laag houden van de transactiekosten, zelfs een voordeel bieden.

Het WRR-rapport beperkt zich tot technologische innovaties en de manier waarop het technologiebeleid in de VS en China daarop inspeelt. Maar juist in de transactiesfeer zijn er ook veel van zulke innovaties die bijdragen aan het verlagen van de handelskosten en daarmee de handel bevorderen en winstgevender maken. Denk bijvoorbeeld aan allerlei internetplatforms die handel en het verrichten van betalingen vergemakkelijken. Nederland speelt daarbij een grote rol. Het valt daarom aan te bevelen in ons land niet alleen het handelsbeleid, maar ook het innovatiebeleid op een inperking van de transactiekosten te richten.

Benutting van AI

Een ander in de huidige wereldeconomie relevant thema waar het WRR-rapport vanuit het perspectief van handelskosten weinig aandacht voor heeft, betreft het toenemend belang van kunstmatige intelligentie (AI). Nog afgezien van de vraag of de enorme investeringen die momenteel in AI worden gedaan op den duur rendabel zullen zijn, heeft een slimme benutting van AI voordelen in handelsrelaties. AI kan snel en goedkoop informatie opleveren over betrouwbaarheid van handelspartners en over de institutionele belemmeringen die voordelige handelsrelaties in de weg staan. Vanuit dat perspectief kan inzet van AI bijdragen aan verlagen van de transactiekosten bij internationale handel en het bevorderen van de welvaart.

Terecht beschrijft het nieuwe WRR-rapport hoe [...] de nieuwe geopolitieke orde in de wereldeconomie een andere manier van strategisch handelen heeft opgeleverd. Dat neemt echter niet weg dat daarmee de traditionele handelstheorie [...] naar de prullenbak dient te worden verwezen. Integendeel. 

Meer specifiek kan de inzet van AI ook bijdragen aan de inzet van innovatie die ons land comparatieve voordelen in de technologie kan opleveren. Tot nu toe heeft AI vooral betrekking op taal en op geschreven (gesproken) teksten. Maar ook bij robotisering biedt AI mogelijkheden wanneer robots zelfstandig handelingen moeten uitvoeren. Voor ingewikkelde handelingen is daarbij geavanceerde kennis nodig van de menselijke handvaardigheden. Inbreng van deze haptische kennis kan een bijdrage leveren aan een efficiënte inzet van robots bij technische klusjes en operaties. Dit biedt een aandachtspunt voor het Nederlandse innovatiebeleid.

Besluit

Terecht beschrijft het nieuwe WRR-rapport hoe het vooropstellen van het eigen belang op basis van macht in de nieuwe geopolitieke orde in de wereldeconomie een andere manier van strategisch handelen heeft opgeleverd. Dat neemt echter niet weg dat daarmee de traditionele handelstheorie en het beleid van het benutten van elkaars comparatieve voordelen naar de prullenbak dient te worden verwezen. Integendeel. Het beheersen van transactiekosten in internationale productieketens en handelsbetrekkingen is daarmee nog belangrijker geworden. Juist op dit gebied biedt de Nederlandse kennis over het inrichten van handelsketens en verlagen van transactiekosten voordelen. Het is aan het beleid om deze voordelen te doen benutten.

Referenties

Berghuis, E. en F.A.G. den Butter (2017), The transaction cost perspective on international supply chain management; evidence from case studies in the manufacturing industry in the Netherlands, International Review of Applied Economics, 31 (6), blz. 754-773.

Butter, F.A.G. den (2012), Managing Transaction Costs in the Era of Globalization, Edward Elgar Publishing, Cheltenham

Butter, F.A.G. den (2025), De invoerheffingen bieden Nederland als transactieland kansen, Me Judice, 18 april 2025.

Butter, F.A.G. den (2026), Trump geeft Europa de kans de positie van de Euro als reservemunt te versterken, Me Judice, 26 mei 2026.

Butter, F.A.G. den, en R.H.J. Mosch (2003), Trade, trust and transaction costs, Tinbergen Institute Discussion Paper TI 2003-082/3, 26 blz.

Dommerholt, B. (2026) Importheffingen kunnen tegenwicht bieden aan structurele handelstekorten, ESB, 111, 1 september.

Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) (2003) Nederland Handelsland; Het Perspectief van de transactiekosten, Rapporten aan de Regering, 66, Den Haag: Sdu Uitgevers

Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) (2026), Strategisch handelen. Beleid voor een geopolitieke economie, WRR rapport 115, augustus 2026.

Te citeren als

Frank den Butter, “Traditionele handelstheorie kan nog niet de prullenbak in, óók niet in de nieuwe geopolitieke context”, Me Judice, 14 september 2026.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.

Afbeelding
Afbeelding ‘Container harbour’ van astrid westvang (CC BY-SA 2.0).

Ontvang updates via e-mail