Appreciatie van de dollar
Momenteel houden veel (centrale) banken, bedrijven en instellingen buiten de VS hun tegoeden in dollars aan. Zo’n 85% van alle betalingen in de internationale handel wordt in dollars verricht, terwijl het Amerikaanse aandeel in de wereldhandel slechts zo’n 12% is. Ook de prijsstelling van grondstoffen zoals olie, en van internationale leningen, vindt in dollars plaats. Dit maakt de dollar de belangrijkste reservevaluta in de wereld.
Dit is een gevolg van de stabiliteit en liquiditeit die voortkomen uit de omvang van de Amerikaanse economie en de daaraan gekoppelde financiële markten. Ook vloeit dit tot nu toe voort uit het vertrouwen in de waardevastheid van de dollar. Het betekende een appreciatie van de dollar ten opzichte van de overige valuta. Dat is gunstig voor de Amerikaanse consumenten die goederen en diensten uit het buitenland relatief goedkoop kunnen invoeren en er zo er een welvaartsvoordeel uit kunnen halen. Ook betekent het dat de VS een relatief lage rente betalen voor leningen. Wel vergroot deze lagere rente het gevaar van oververhitting van de Amerikaanse economie.
Zo’n 85% van alle betalingen in de internationale handel wordt in dollars verricht, terwijl het Amerikaanse aandeel in de wereldhandel slechts zo’n 12% is.
Een belangrijk nadeel van de dure dollar is dat het zorgt voor een tekort op de Amerikaanse betalingsbalans. Dit betreft vooral de goederenbalans. Dit komt door het concurrentienadeel voor Amerikaanse producten die door buitenlandse producten worden verdrongen. Het is wat Trump in zijn handelsbeleid benadrukt. Daarbij geeft hij de rest van de wereld de schuld dat zij te veel aan de VS leveren en te weinig in de VS kopen. Dat is voornaamste reden van de door Trump ingestelde handelstarieven; het beschermen van de Amerikaanse productie en het bevorderen van uitvoer.
Theorie achter Trumps handelsbeleid
Een theoretische onderbouwing voor dit handelsbeleid wordt gegeven door Stephen Miran, momenteel voorzitter van Trumps Raad van Economische Adviseurs (Miran, 2024). Deze theorie stelt dat Trumps tarieven een onderhandelingsinstrument zijn om handelspartners te dwingen de wereldwijde handelsdynamiek te herstructureren.
Het plan is dat landen met handelsoverschotten moeten investeren in de Amerikaanse industrie en hun valuta moeten herwaarderen om Amerikaanse goederen concurrerender te maken. Daarbij voert Miran aan dat centrale banken dollars op hun balans zetten om de waarde van de eigen munt laag te houden en overschotten op de handelsbalans te creëren. Het gevolg is een krimp van de Amerikaanse productie en minder goede banen voor Amerikaanse werknemers.
In dit verouderde economische wereldbeeld worden de voordelen van wereldhandel over het hoofd gezien. Wereldhandel is geen nulsomspel met winnaars en verliezers.
In feite is deze handelspolitiek gebaseerd op het mercantilistische gedachtengoed uit de zeventiende en achttiende eeuw. Mercantilisme beschouwt handel als een nulsomspel, waarbij de welvaart van een land wordt gemaximaliseerd door de export te verhogen en de import te minimaliseren. Trumps dwingende tariefstrategieën zijn geënt op dit gedachtengoed. Ze zijn erop gericht handelstekorten te verminderen door hoge tarieven op te leggen, import te ontmoedigen en binnenlandse industrieën te beschermen.
Geen onderbouwing met moderne handelstheorie
In dit verouderde economische wereldbeeld worden de voordelen van wereldhandel over het hoofd gezien. Wereldhandel is geen nulsomspel met winnaars en verliezers, maar bij een goede inrichting van de handel zijn er dankzij comparatieve voordelen alleen maar winnaars. Dit is wat de moderne economische handelstheorie benadrukt waarbij het in wereldwijd opgesplitste productieketens vooral gaat om handel in taken.
Het levert ook het recept op waarmee een handelsland als Nederland van deze veronachtzaming van de handelstheorie kan profiteren en een welvaartsvoordeel weet te behalen (zie Den Butter, 2025). Daarbij komt dat de onzekerheden over heffingen die het beleid van Trump oproept, de negatieve welvaartseffecten van heffingen vergroten en een handelspolitiek gericht op comparatieve voordelen frustreert.
Het betekent dat de transactiekosten in de handel toenemen. Verlaging van deze transactiekosten door het vergroten van het gemak waarmee handelstransacties kunnen worden verricht, en door het wederzijds vertrouwen tussen handelspartners, vormde in de afgelopen tijd juist een belangrijke bron van productiviteitsgroei in de handel (WRR, 2000, Den Butter en Mosch, 2003).
Verminder de rol van de dollar als reservevaluta
Voor zover het de dominante positie van de dollar als reservevaluta is die de grondslag vormt voor Trumps ontevredenheid met de handelspositie van de VS, ligt het voor de hand om deze dominantie te doorbreken. Het voordeel van de lage rente en het op de pof kunnen leven van de Amerikaanse economie vervalt daarbij. Maar het past nu eenmaal niet om zowel van dat voordeel te profiteren als tegelijkertijd de appreciatie van de dollar met een kostbaar Mercantilistisch handelsbeleid te willen neutraliseren. Bovendien lijkt meer diversiteit in de gebruikte handelsvaluta belangrijk, zeker nu het Amerikaanse beleid zoveel onzekerheden oproept en financiële markten zich alleen al daarom tegen de dollar dreigen te gaan keren.
De euro is nu al na de Amerikaanse dollar de meest gebruikte valuta voor internationale leningen en reserves van centrale banken.
Vanuit het Europese perspectief ligt het daarbij voor de hand om te pogen met de euro een deel van de reservepositie van de dollar over te nemen. De euro is nu al na de Amerikaanse dollar de meest gebruikte valuta voor internationale leningen en reserves van centrale banken. In 2023 werd ongeveer 20% van de wereldwijde deviezenreserves aangehouden in euro's, terwijl de dollar 58% van de reserves vertegenwoordigde.
De vraag is hoe Euroland de rol van de euro kan vergroten. Een deel van de oplossing is ervoor te zorgen dat betalingen in de wereldhandel vaker in euro’s zullen worden verricht. De onvoorspelbaarheid van het beleid van Trump en de onzekerheid die dat oproept, bieden daartoe een goede gelegenheid. Wanneer de transactiekosten bij handel in euro’s duidelijk lager worden dan bij de handel in dollars, is dat op zich al bevorderlijk voor de handel in euro’s.
Daarom verdient het aanbeveling de handelspolitiek van de EU hierop te richten, mede in combinatie met de handelsverdragen die de EU buiten de VS om met andere handelsblokken heeft afgesloten (Zuid-Amerika, India). Meer concreet betekent het dat Centrale Banken, handelsbanken, andere financiële instellingen en bedrijven ertoe moeten worden aangezet om activa op hun balansen vaker in euro’s aan te houden dan in dollars. Daarnaast geeft Wesseling (2026) nog een aantal andere beleidsopties voor het versterken van de positie van de euro in de wereldeconomie.
Risicoarm transactiegeld als aangrijpingspunt
Een meer specifiek aangrijpingspunt voor de versterking van de euro in het mondiale betalingsverkeer vormt de huidige discussie over vormen van wat kan worden aangeduid als risicoarm transactiegeld (‘stablecoins’). In beginsel gaat het daarbij om tegoeden waarvan de waarde aan een munt (momenteel vooral de dollar) gekoppeld is. Een vroeg voorbeeld van zo’n voorstel tot een risicoarm betaalmiddel is de Libra (zie Den Butter en Middendorp, 2019). Een vraag daarbij is in hoeverre zo’n nieuw betaalmiddel is op te vatten als een verhandelbaar goed, waarbij de prijs op een markt – in dit voorbeeld de Libramarkt – tot stand komt zoals bij cryptomunten als Bitcoin het geval is. In dat geval ligt regulering vanuit monetair oogpunt niet in de rede.
Vanuit het gezichtspunt van de rol van de euro als reservevaluta verdient het de voorkeur te streven naar een door de ECB uit te geven betaalmiddel, dat dan aan de waarde van de euro kan worden gekoppeld.
De stablecoins zijn echter geen cryptomunten: de munt wordt niet via een veel computertijd en energie vergend computeralgoritme gedolven. Een cruciaal verschil met cryptomunten is dat de waarde van de stablecoin gestabiliseerd wordt via een actiefpost op de balans van de uitgevende instantie die uit tegoeden bestaat in de munt waartegen gestabiliseerd wordt (de dollar of, in onze wensen, de euro). Dit betekent, met een mate van zekerheid, een vaste wisselkoers met de munteenheid waaraan de stablecoin is gekoppeld. Dan zijn er geen redenen om zo’n munt voor speculatieve redenen aan te houden.
De zekerstelling hangt wel af van de mate waarin de actiefposten waartegen gestabiliseerd direct en zonder koersverlies in de desbetreffende valuta opvraagbaar zijn. Wellicht betekent het dat de koers van de stablecoin toch een kleine risicopremie zal bevatten. Maar de zekerstelling van aan de euro gekoppelde stablecoins betekent ook dat financiële instellingen flinke tegoeden in euro’s moeten aanhouden. Dat draagt weer bij aan de rol van de euro als reservevaluta
Uitgifte via de centrale bank
Vanwege dit ontwerp gericht op een stabiele betaaleenheid voor het reguliere betalingsverkeer ligt het voor de hand de stablecoin als geld op te vatten. Dat zou betekenen dat de instelling die de stablecoins als passiefpost op de balans heeft staan als geldscheppende instelling moet worden aangemerkt waarbij men zich dient te houden aan de voorschriften die voor dergelijke financiële instellingen gelden.
De vraag is dan hoe groot de omloopsnelheid van die risicoarme tegoeden zal zijn, en in hoeverre banken of andere financiële instellingen bereid zijn deze te doen uitgeven. Vanuit dat perspectief kan de uitgifte van zulk transactiegeld bezien worden in het kader van de gedachtevorming over Centrale Bankgeld (central bank digital currency, CBDC). Het idee daarbij is dat de centrale banken zélf dit risicoarme geld als betaalmiddel gaan uitgeven, met als voordeel dat de zekerstelling via de balans van de centrale bank zeer groot is (zie bijvoorbeeld. European Central Bank, 2023). Vanuit het gezichtspunt van de rol van de euro als reservevaluta verdient het de voorkeur te streven naar een door de ECB uit te geven betaalmiddel, dat dan aan de waarde van de euro kan worden gekoppeld.
Besluit
Het wispelturige beleid van president Trump om via een handelsoorlog de gevolgen van de appreciatie van de dollar te compenseren, levert veel onzekerheid op die, mede vanwege de verhoogde transactiekosten in de handel met de VS, ongunstig is voor de wereldeconomie. Vanuit een Europees gezichtspunt is het daarbij van belang om de positie van de euro als reservemunt te vergroten, ten koste van de dollar. De relatief lage transactiekosten van de handel met de EU ten opzichte van de handel met de VS bieden daarbij een uitgelezen mogelijkheid.
Een meer specifieke mogelijkheid om de rol van de euro als reservemunt te vergroten is in te spelen op de roep om te voorzien in moderne risicoarme betaalmiddelen (‘stablecoins’). De creatie hiervan door Europese financiële instellingen, met name de ECB, met een zekerstelling van de waarde in euro’s, kan dan het internationale betalingsverkeer en de handel minder afhankelijk maken van de dollar, en daarmee van het in de VS gevoerde beleid.
Referenties
Den Butter, F. (2025), De invoerheffingen bieden Nederland als transactieland kansen, Me Judice, 18 april 2025.
Den Butter, F., en J. Middendorp (2019), De Libra: goed, geld of goed geld?, Me Judice, 7 augustus 2019.
Den Butter, F., en R. Mosch (2003), Trade, trust and transaction costs, Tinbergen Institute Discussion Paper TI 2003-082/3, 26 blz.
European Central Bank (2023), A stocktake on the digital euro - Summary report on the investigation phase and outlook on the next phase, 18 October 2023.
Miran S. (2024), A User’s Guide to Restructuring the Global Trading System, report Hudson Bay Capital, november 2024.
Wesseling, J. (2026), Een grotere internationale rol van de euro moeten we verdienen, Economisch Statistische Berichten, 111, 9 mei 2026.
Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WWR) (2003), Nederland Handelsland; Het Perspectief van de Transactiekosten, Rapporten aan de Regering, 66, Den Haag: Sdu Uitgevers.