Inleiding
Na 25 jaar onderhandelen hebben de EU en de Mercosur-landen Argentinië, Brazilië, Paraguay en Uruguay het veelbesproken handelsverdrag ondertekend. Voorstanders presenteren het akkoord als een strategische overwinning: toegang tot nieuwe markten, waaronder essentiële grondstoffen, meer handelsdiversificatie en minder afhankelijkheid van de Verenigde Staten en China. Tegenstanders wijzen vooral op de dreigende schade voor Europese boeren.
Die tegenstelling verhult een fundamenteler economisch vraagstuk. Het Mercosur-verdrag draait niet alleen om vrije handel versus protectionisme, maar ook om de vraag of de kosten van het verdrag wel volledig zijn meegewogen. Lagere prijzen en handelsefficiëntie wordt terecht geassocieerd met directe economische baten, zoals hogere koopkracht en winsten voor bedrijven. Tegelijk blijft onderbelicht dat een deel van dat prijsvoordeel samenhangt met maatschappelijke kosten die beperkt in marktprijzen terugkomen, zoals milieuschade, natuurverlies en onvoldoende geborgd dierenwelzijn. Het welvaartsbeeld blijft daardoor onvolledig.
Onvolledig geprijsde kosten
Het kostenvoordeel van Mercosur-landen in landbouw en grondstoffenproductie komt niet uitsluitend voort uit hogere efficiëntie of productiviteit. Het is mede het resultaat van structurele verschillen in regelgeving rond milieu, natuur en dierenwelzijn tussen de EU en de Mercosur-landen. Daardoor kunnen producten als rundvlees, pluimvee, soja en suiker relatief goedkoop worden geproduceerd en op de Europese markt concurreren.
Het prijsverschil werkt bovendien door binnen Europa op investeringsbeslissingen. Door het Mercosur-verdrag neemt de import van relatief goedkoop geproduceerde landbouwproducten toe, wat de prijsdruk op de Europese markt in sommige landbouwsectoren vergroot.
Die lagere prijzen ogen efficiënt, maar weerspiegelen niet de volledige maatschappelijke kosten van productie. Een aanzienlijk deel van die externe kosten wordt niet gedragen door producenten of consumenten in de EU, maar manifesteert zich in Zuid-Amerika in de vorm van verlies van ecosystemen en biodiversiteit, verslechtering van bodem- en waterkwaliteit en afnemende toekomstige productiemogelijkheden. Met andere woorden: de rekening blijft achter in Zuid-Amerika.
Handel die schade verplaatst
Vrijhandel is geen doel op zich, maar een middel om welvaart te vergroten. Dat werkt alleen wanneer prijzen een afspiegeling zijn van de volledige kosten van productie en consumptie. Als schade aan natuur, water, en klimaat buiten de prijs blijft, ontstaat welvaartsgroei die vooral op papier efficiënt is. Het effect lijkt op klassieke carbon leakage, waarbij uitstoot over de grens wordt verplaatst. Hier gaat het niet alleen om broeikasgassen, maar ook om natuurverlies en milieuschade die verplaatst naar regio’s met minder strenge regels. De gemeten welvaartswinst van het verdrag overschat daarmee de werkelijke baten. Juist van de EU, met haar eigen klimaatdoelen, mag worden verwacht dat handel niet los wordt gezien van de schade die zij daarmee verplaatst.
Het kabinet benadrukt dat duurzaamheid is meegenomen in het verdrag, onder meer via flankerend beleid en afspraken over ontbossing. Handelsakkoorden kunnen inderdaad een hefboom zijn voor hogere standaarden en betere monitoring. De vraag is echter of deze afspraken afdwingbaar, meetbaar en effectief genoeg zijn. Zolang duurzaamheidsbepalingen vooral bestaan uit intenties en samenwerking, blijven ze economisch ondergeschikt aan de marktlogica: ze veranderen de relatieve prijzen niet, en dus ook niet de prikkels in productie en consumptie. In economische zin blijven ze daarmee bijzaak, geen randvoorwaarde.
Druk op verduurzaming binnen Europa
Het prijsverschil werkt bovendien door binnen Europa op investeringsbeslissingen. Door het Mercosur-verdrag neemt de import van relatief goedkoop geproduceerde landbouwproducten toe, wat de prijsdruk op de Europese markt in sommige landbouwsectoren vergroot. In het publieke debat ligt de nadruk vooral op inkomensverlies bij Europese boeren; de effecten verschillen echter sterk per sector en per land. Zo worden in Nederland volgens onderzoek van Wageningen Universiteit alleen negatieve inkomenseffecten verwacht bij rundvlees- en kalverbedrijven. Onderbelicht in het Europese debat blijft het effect op investeringsbeslissingen in Europa: als marges krimpen, verschuift de focus nog meer naar kostenreductie op de korte termijn. De ruimte voor duurzame investeringen, zoals in dierenwelzijn en emissiereductie, komt daarmee onder druk te staan, juist in een tijd waarin versnelling nodig is.
Zonder vergelijkbare milieu- en welzijnsnormen is geen sprake van eerlijke concurrentie, maar van een prijsvoordeel dat mede ontstaat doordat vervuiling en natuurverlies onvoldoende worden beprijsd. De kernvraag is daarom of de duurzaamheidsprincipes van de EU daadwerkelijk doorwerken op de prijs of slechts goede intenties blijven naast de marktlogica. Tegelijk rijst de vraag of de EU onder druk van de huidige geopolitieke ontwikkelingen niet te snel tot een akkoord wil komen.
Te citeren als
Valerie Vossen, “De verborgen kosten van het Mercosur-verdrag”,
Me Judice,
30 januari 2026.
Copyright
De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.
Afbeelding
door '
Matthias Ripp'