Een Noorse rendementsaftrek voor een neutralere belasting op aandelen: voeg box 3 en box 2 samen

Een Noorse rendementsaftrek voor een neutralere belasting op aandelen: voeg box 3 en box 2 samen image
Belastingdienst. Door Mystic Mabel. 

Een vermogenswinstbelasting stimuleert aandeelhouders om winsten op te potten in weinig productieve bedrijven. Een rendementsaftrek naar Noors voorbeeld kan deze prikkel wegnemen door het ‘’normale rendement’’ op aandelen op aandeelhoudersniveau vrij te stellen van belasting. Bovendien vermindert deze aanpak de fiscale ongelijkheid tussen verschillende groepen aandeelhouders.

Probleemstelling

De discussie over de vormgeving van box 3 draait om de vraag of de opbrengst van courante aandelen op aanwasbasis dient te worden belast (oorspronkelijk voorstel van de regering) of pas bij realisatie (huidig voorstel). Beide alternatieven kennen echter nadelen (zie ook Bovenberg en Cnossen, 2026 waarop dit artikel is gebaseerd).

Belasting op realisatiebasis stimuleert bedrijven winsten in te houden, dus niet als dividend uit te keren, zodat aandeelhouders de belasting op vermogensopbrengsten kunnen uitstellen. Dit schaadt een diepe kapitaalmarkt en benadeelt groeiende, productieve bedrijven die nog onvoldoende winst maken om in hun behoefte aan risicodragende financiering te voorzien.

Belasting op aanwasbasis daarentegen is lastig uitvoerbaar voor incourante aandelen. Bovendien benadeelt een aanwasbelasting jonge, innovatieve bedrijven die voor hun risicodragende financiering zijn aangewezen op een beperkt aantal nauw bij de onderneming betrokken aandeelhouders. Als deze aandeelhouders de belasting niet kunnen uitstellen tot ze hun aandelen verkopen, kunnen zij bij een waardestijging van hun aandelen mogelijk niet aan hun belastingverplichting voldoen zonder middelen aan de onderneming te onttrekken. Verder vergroot een vermogensaanwasbelasting de fiscale ongelijke behandeling van eigen vermogen ten opzichte van vreemd vermogen. Ook dat treft jonge ondernemingen die vaak minder gemakkelijk toegang hebben tot vreemd vermogen dan gevestigde bedrijven.

Oplossing

Op grond van deze overwegingen stellen wij naar Noors voorbeeld (Sørensen, 2005), een vermogenswinstbelasting voor met een aparte aandeelhoudersvariant. Deze zogenoemde aandeelhoudersbelasting vermindert de belastbare opbrengst van uitgekeerd dividend en gerealiseerde vermogenswinst - waarvan de onderliggende ondernemingswinsten al aan vennootschapsbelasting zijn onderworpen - met een normaal, risicovrij rendement (rendementsaftrek geheten). Het resterende bovennormale rendement wordt belast naar 36%, gelijk aan het huidige tarief van box 3. Ons voorstel heeft betrekking op privéaandeelhouders, ongeacht of zij een aanmerkelijk belang hebben, ongeacht of de aandelen goed verhandelbaar zijn of niet, en ongeacht of het aandelen in binnenlandse of buitenlandse vennootschappen zijn. Een samenvoeging van box 2 en box 3 dus.

Door rendementen pas te belasten bij realisatie, accommodeert de aandeelhoudersbelasting bovendien jonge ondernemingen die nog geen toegang hebben tot de markt voor risicodragend vermogen en daarom afhankelijk zijn van bestaande aandeelhouders voor hun risicodragende financiering.

Door de rendementsaftrek te baseren op de rente van middellange staatsobligaties is de aftrek een marktconforme beloning voor het naar voren halen van belastingbetaling (discontering).  Daarmee verdwijnt de fiscale prikkel om kapitaal op te potten in weinig productieve ondernemingen. Door rendementen pas te belasten bij realisatie, accommodeert de aandeelhoudersbelasting bovendien jonge ondernemingen die nog geen toegang hebben tot de markt voor risicodragend vermogen en daarom afhankelijk zijn van bestaande aandeelhouders voor hun risicodragende financiering.

Als de rendementsaftrek in enig jaar hoger is dan het gerealiseerde rendement (dividend en vermogenswinst), dan wordt de onbenutte aftrek toegevoegd aan de fiscale waarde van het aandeel. De fiscale waarde is de verkrijgingsprijs, verhoogd met alle onbenutte rendementsaftrekken. Bij realisatie wordt de belastbare vermogenswinst berekend als het verschil tussen de verkoopprijs en de fiscale waarde.  

Het laten oplopen van de belastingschuld door winsten op te potten is dan alleen nog maar aantrekkelijk als het (voor risico gecorrigeerde) rendement binnen de onderneming hoger ligt dan daarbuiten. Door het lager belaste normale rendement te berekenen op basis van de fiscale (boek)waarde van een onderneming verdwijnt bovendien de mogelijkheid voor directeuren-grootaandeelhouders van besloten vennootschappen om arbeidsinkomen te transformeren in lager belast kapitaalinkomen.

Voor de illustratieve betekenis van ons voorstel voor aandeelhouders, ondernemingen en overheid van een vermogenswinstbelasting op incourante aandelen en drie varianten van een aandeelhoudersvariant verwijzen we naar deze bijlage.

Belastingopbrengsten

De voorgestelde aandeelhoudersbelasting heeft tegengestelde effecten op de structurele belastingopbrengsten. Enerzijds leidt de rendementsaftrek tot lagere structurele belastingopbrengsten. Anderzijds leiden hogere rendementen op investeringen tot een bredere belastingbasis.

Het samenvoegen van box 2 en 3 leidt tot een rechtvaardiger belastingstelsel waarin aandeelhouders die niet via hun eigen bedrijf kunnen sparen niet langer worden benadeeld.

Het samenvoegen van box 2 en box 3 leidt bovendien tot hogere opbrengsten als de hogere tarieven in box 3 daarbij het uitgangspunt zijn. Ook zijn er tegengestelde effecten op de timing van de belastingopbrengsten. De introductie van een vermogenswinstbelasting in box 3 introduceert de mogelijkheid om belastingheffing uit te stellen naar de toekomst. Maar het elimineren van prikkels om belasting uit te stellen in box 2 haalt de belastingopbrengsten in box 2 juist naar voren.  

Conclusie

Het samenvoegen van box 2 en 3 leidt tot een rechtvaardiger belastingstelsel waarin aandeelhouders die niet via hun eigen bedrijf kunnen sparen niet langer worden benadeeld. Ook draagt ons voorstel mogelijk bij aan een hogere productiviteit van de Nederlandse economie door bevordering van creatieve destructie: de fiscale prikkel om schaarse middelen op te potten in weinig productieve bedrijven verdwijnt. Ten slotte houdt Nederland controle over innovatieve bedrijven omdat die bedrijven een minder groot beroep hoeven te doen op Amerikaans risicodragend kapitaal. De invoering van de aandeelhoudersbelasting in Noorwegen heeft bijgedragen aan een opleving van de economie (Søensen, 2005).

Referenties

Auerbach, A. en D.F. Bradford (2004), Generalized Cash Flow Taxation, Journal of Public Economics, 88(5), 957-980. 

Bovenberg, A.L. en S. Cnossen, Naar een neutrale vermogenswinstbelasting, ESB, 8 oktober 2026.

Sørensen, P.B. (2005). Neutral taxation of shareholder income, International Tax and Public Finance, 12(6), 777-80.

Te citeren als

Lans Bovenberg, Sijbren Cnossen, “Een Noorse rendementsaftrek voor een neutralere belasting op aandelen: voeg box 3 en box 2 samen”, Me Judice, 14 oktober 2026.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.

Afbeelding
Belastingdienst. Door Mystic Mabel. 

Downloads

Ontvang updates via e-mail