Waarom ons moreel gelijk de Europese Unie doet schudden

Vandaag

De spanningen rond Groenland tonen een weeffout in de EU: acties van enkele lidstaten hebben collectieve economische gevolgen. Dat ondermijnt het fundament van de Europese integratie. Europa blijft alleen één zolang het zijn economische samenhang bewaart en politieke verschillen respecteert.

Niet daadkrachtig, maar onverantwoord

Het probleem is niet de beperkte militaire inzet op zich, maar dat deze vooral fungeerde als een moreel en politiek signaal, terwijl de economische gevolgen gezamenlijk via de interne en financiële markten werden gedragen. In een economisch geïntegreerde Unie vertalen zulke moreel gemotiveerde militaire keuzes zich direct in marktschokken en risico’s voor de financiële stabiliteit van alle lidstaten. Geopolitiek handelen zonder expliciete gezamenlijke economische afweging is geen daadkracht, maar onverantwoord beleid.

Als lidstaten handelen vanuit hun eigen morele gelijk terwijl de kosten bij anderen terechtkomen, verliest Europa zijn belangrijkste troef.

Juist als een van de grootste geïntegreerde markten ter wereld beschikt de EU over economische hefboomwerking die voortkomt uit de onderlinge verwevenheid van haar lidstaten. Die gezamenlijke economische schaal kan geopolitiek zwaarder wegen dan versnipperde nationale militaire signalen. Voorwaarde is wel dat nationale acties, die weliswaar moreel begrijpelijk zijn, niet automatisch collectieve economische risico’s creëren. Als lidstaten handelen vanuit hun eigen morele gelijk terwijl de kosten bij anderen terechtkomen, verliest Europa zijn belangrijkste troef. De economische samenhang brokkelt dan af, met het reële risico dat ook de Unie verder fragmenteert.

Eén economie, één veiligheid

De Europese Unie is economisch sterk geïntegreerd, maar vormt geen politieke staat. Soevereiniteit blijft verdeeld over de 27 lidstaten; cruciale beleidsterreinen zoals defensie, begrotingsbeleid en geopolitiek zijn grotendeels nationaal georganiseerd. Collectieve territoriale verdediging is primair een taak van de NAVO. Dat was een bewuste keuze.

Het is niet moreel om banen, export en financiële stabiliteit van andere lidstaten op het spel te zetten voor een symbolisch gebaar zonder geloofwaardige militaire slagkracht.

Dit institutionele evenwicht functioneerde zolang geopolitieke risico’s beheersbaar bleven, maar blijkt in 2026 uiterst kwetsbaar. Dat is geen afwijking van het ontwerp, maar juist de uitkomst ervan. De Europese Unie werd opgericht met het doel vrede te waarborgen door machtspolitiek en militaire rivaliteit structureel te neutraliseren via economische verwevenheid. Binnen die opzet past geen militaire grootmachtrol. Europa’s kracht ligt van meet af aan in economische schaal, markttoegang, handelsrelaties en gemeenschappelijke regels.

Moreel gelijk, maar tegen welke prijs?

De crisis rond Groenland laat zien hoe dit model onder druk komt te staan zodra nationale morele keuzes directe economische gevolgen krijgen. In januari besloten enkele Europese landen tot een beperkte militaire aanwezigheid op het dunbevolkte eiland: politiek bedoeld en symbolisch van aard. Landen als Frankrijk en Nederland handelden vanuit een moreel consistent uitgangspunt: soevereiniteit moet worden beschermd en bondgenoten verdienen steun.

Maar de rekening werd niet nationaal betaald. De daaropvolgende dreiging van Amerikaanse importheffingen raakte de hele Europese economie. Via verweven toeleveringsketens, exportstromen en financiële markten werd de volledige interne markt meegezogen. Nationale morele keuzes kregen zo collectieve economische consequenties.

Die kwetsbaarheid is niet theoretisch. In januari 2026 waarschuwden de Europese Centrale Bank en de European Systemic Risk Board dat geopolitieke fragmentatie directe risico’s vormt voor financiële stabiliteit en economische samenhang in de eurozone. In een geïntegreerde economie vertalen geopolitieke schokken zich snel in marktonrust en uiteenlopende effecten tussen lidstaten. Hier wringt de kern van het probleem: een kleine groep lidstaten kan handelen vanuit moreel gelijk, terwijl de kosten bij anderen terechtkomen. Dat ondermijnt zowel de economische solidariteit als het fundament van de Europese integratie.

Solidariteit of gijzeling?

Voor landen als Italië, die expliciet geen militairen stuurden, was deze gang van zaken onhoudbaar.  De Italiaanse defensieminister Guido Crosetto bekritiseerde de inzet als strategisch zinloos: te klein om militair effect te hebben, maar groot genoeg om economische escalatie uit te lokken. Wat voor sommigen solidariteit heette, voelde voor anderen als onnodige escalatie.

Die kritiek was niet cynisch, maar rationeel. Het is niet moreel om banen, export en financiële stabiliteit van andere lidstaten op het spel te zetten voor een symbolisch gebaar zonder geloofwaardige militaire slagkracht. Hier botsen twee opvattingen van solidariteit: de ene volgt het morele voortouw van enkelen, de andere vermijdt acties die de welvaart van anderen ondermijnen. De EU beschikt over geen effectief institutioneel mechanisme om dit conflict te beslechten.

Waarden behouden alleen betekenis wanneer zij strategisch kunnen worden gedragen. Interne verdeeldheid maakt dat steeds moeilijker: Europa spreekt in waarden, maar handelt verdeeld.

Deze crisis raakt aan een dieper probleem. De EU presenteert zich graag als morele autoriteit, maar mist de politieke eenheid om die moraal collectief te dragen, terwijl de geopolitieke werkelijkheid steeds meer wordt gedomineerd door macht en economische druk. Zoals ook door onderzoekers verbonden aan de London School of Economics is benadrukt, staat het traditionele zelfbeeld van de EU als normatieve macht onder druk. Waarden behouden alleen betekenis wanneer zij strategisch kunnen worden gedragen. Interne verdeeldheid maakt dat steeds moeilijker: Europa spreekt in waarden, maar handelt verdeeld.

Marktstabiliteit als gezamenlijk anker

Opvallend was dat in januari 2026 niet diplomatieke verklaringen, maar financiële markten de druk tot de-escalatie vergrootten. De daaropvolgende tariefdreigingen veroorzaakten onrust op de beurzen en zetten de euro onder druk. Pas toen duidelijk werd dat verdere escalatie ook economisch schadelijk zou zijn, werd de toon in Washington merkbaar gematigder na intensief overleg binnen NAVO-verband waarbij Mark Rutte een belangrijke bemiddelende rol speelde. Dat onderstreept een ongemakkelijke waarheid: in een economisch geïntegreerde wereld fungeren financiële markten en diplomatieke dialoog vaak als scheidsrechter.

Europa was nooit bedoeld als geopolitieke staat, maar als een economisch geïntegreerd verbond van soevereine lidstaten.

Die realiteitszin sluit aan bij het oorspronkelijke Europese project. Al in 1950 stelde Robert Schuman dat Europese eenheid moest voortkomen uit concrete economische samenwerking, juist om machtspolitiek en militaire rivaliteit te neutraliseren. Europa was nooit bedoeld als geopolitieke staat, maar als een economisch geïntegreerd verbond van soevereine lidstaten. Dat defensie en geopolitiek grotendeels nationaal zijn gebleven, is daarom geen tekortkoming maar een bewuste logische keuze.

De crisis van 2026 laat echter zien dat dit model alleen houdbaar is wanneer lidstaten de economische gevolgen van hun nationale, moreel gemotiveerde handelen expliciet meewegen en de interne markt als kern van de Unie beschermen. Blijft Europa politiek echter verdeeld opereren en aansturen op confrontatie, hoe principieel ook, dan brokkelt de economische samenhang af. Daarmee ontstaat het reële risico dat de Unie verder fragmenteert in kleinere verbanden van gelijkgestemde landen, ten koste van de interne markt die juist haar kracht vormt. De les van 2026 is daarmee helder: één Europa kan alleen bestaan zolang het zijn economische samenhang bewaart en politieke verschillen niet negeert, maar respecteert; een Europa dat die samenhang opoffert aan geforceerde eenheid, wordt al snel géén Europa.

Een verkorte versie van dit opiniestuk is gepubliceerd in het Financieele Dagblad van 30 januari.

Te citeren als

Dennis Vink, “Waarom ons moreel gelijk de Europese Unie doet schudden”, Me Judice, 4 februari 2026.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.

Afbeelding
Door ''Martha de Jong-Lantink''

Ontvang updates via e-mail