Column: Strijd werkgevers en werknemers over verdeling inflatiepijn

Column: Strijd werkgevers en werknemers over verdeling inflatiepijn image
Door 'Sebastiaan ter Burg'

De scherp oplopende inflatie zet de koopkracht steeds meer onder druk. Vakbonden weten alle ogen op zich gericht bij hun pogingen compensatie voor de inflatie te krijgen via een loonsverhoging. Ondanks dat er volgens de vakbonden bij bedrijven ruimte is voor hogere lonen, weten werkgevers tot nu toe  te voorkomen dat de rekening van de hogere inflatie bij hen komt te liggen.

In de cao-loonafspraken die werkgevers en werknemers in januari hebben gemaakt, was de gemiddelde salarisverhoging 2,5 procent (AWVN, 2022). Dat steekt  mager af  bij de 4% inflatie die De Nederlandsche Bank voor dit jaar voorspelt. Het blijft al helemaal achter bij de looneis van 5,5% waarmee de FNV de onderhandelingen ingaat.

Koopkracht

Als werknemers hun loon en de cao-afspraken over loonsverhoging beoordelen kijken ze vaak naar de koopkracht die ze met hun nettoloon kunnen uitoefenen. Nou zijn er veel dingen van invloed op de koopkracht en die liggen soms buiten de invloedsfeer van vakbondsonderhandelaars. Neem de hoogte van de inkomstenbelasting. Daar wordt aan de cao- tafels niet over onderhandeld. Werknemers mogen van hun cao-onderhandelaar dan ook niet meer verwachten dan voldoende stijging van het bruto loon. Om te bepalen of de vakbondsonderhandelaar zijn werk goed doet zullen zij, wat loon betreft, dus naar de bruto loonstijging moeten kijken en die er andere afzetten tegen de stijging van de consumentenprijzen (inflatie). Naast geldontwaarding is toename van hun productiviteit voor werknemers veelal aanleiding om loonsverhoging te eisen.

Voor werkgevers zijn lonen vooral een kostenpost en zij nemen daarbij alle kosten mee die zij voor hun kiezen krijgen als ze iemand te werk stellen. Niet alleen het brutoloon dus, maar ook naar de werkgeverslasten die daar bovenop komen in de vorm van premies en pensioenlasten. Dat zetten ze af tegen de productie die de gemiddelde werknemer op weet te hoesten. Als dit laatste onvoldoende toeneemt om stijgende loonkosten te compenseren, stijgt de prijs van arbeid. Dat tast de winstmarge aan, behalve als een bedrijf de hogere loonkosten kan doorrekenen in zijn afzetprijzen.

De bonden zien voldoende economische ruimte voor bedrijven om een stijging van de loonkosten op te vangen zonder dat ze daarmee de banen van hun leden op het spel zetten.

Dat ondernemers niet naar de consumentenprijzen (de inflatie) kijken, maar hun eigen afzetprijzen, is een belangrijk verschil. Niet in de laatste plaats s op dit moment. Een groot deel van de huidige inflatieversnelling komt namelijk uit het buitenland vanwege stijgende olie- en gasprijzen en is dus niet veroorzaakt door bedrijven die hun winstmarges verhogen door hun prijzen op te trekken zonder dat hun kosten zijn opgelopen. De huidige loononderhandelingen zijn daarmee vooral een strijd over de vraag wie de rekening van de hogere geïmporteerde inflatie moet betalen.

Verdelingsvraagstuk

De strijd over de cao- loonstijging is dus - hoe kan het ook anders - een verdelingsvraagstuk. Werknemers willen een rechtvaardige verdeling van de welvaart die mede dankzij hun inspanningen tot stand is gebracht. Wat een rechtvaardige verdeling is en wat niet, is een subjectieve keuze die ieder voor zich moet maken. Als econoom kun je slechts opmerken dat de loonkosten niet zo hoog moeten worden dat er voor de bedrijfseigenaren geen winst meer overblijft. Dan verdwijnt immers hun trek om te investeren in nieuwe bedrijfsactiviteiten. Dit laatste deed zich begin jaren tachtig sterk voor met als gevolg een inzakkende economie en een hoog oplopende werkloosheid.

Volgens de vakbeweging hoeven we daar op dit moment echter niet bang voor te zijn. Zij wijzen erop dat de winsten van bedrijven op een - historisch gezien - vrij hoog niveau liggen. Het deel van het nationale inkomen dat naar de factor arbeid gaat, ligt meer dan een vol procentpunt onder het langjarig gemiddelde van 74,5%. De bonden zien dan ook voldoende economische ruimte voor bedrijven om een stijging van de loonkosten op te vangen zonder dat ze daarmee de banen van hun leden op het spel zetten.

Raoul Leering schrijft deze column op persoonlijke titel. De columns zijn op geen enkele wijze bedoeld als beleggingsadvies. Deze bijdrage verscheen reeds in De Financiële Telegraaf.

Te citeren als

Raoul Leering, “Column: Strijd werkgevers en werknemers over verdeling inflatiepijn”, Me Judice, 25 februari 2022.

Copyright

De titel en eerste zinnen van dit artikel mogen zonder toestemming worden overgenomen met de bronvermelding Me Judice en, indien online, een link naar het artikel. Volledige overname is slechts beperkt toegestaan. Voor meer informatie, zie onze copyright richtlijnen.

Afbeelding
Door 'Sebastiaan ter Burg'

Ontvang updates via e-mail